Aangepast zoeken
Naar beginpagina Naar overzicht VD AMOKs
VD AMOK
Colofon
VD AMOK
VD AMOK
Copyright
Adres redactie en abonnementenadministratie
Redactie Fotografen en illustratoren
Vormgeving
Drukker
Verder werkten aan dit nummer mee
Abonnementen
Advertenties
Sluitingsdatum volgend nummer
- Redactioneel -
Nu ook euromilitarisme aanpakkenDe verwerping van het Europese grondwetsverdrag door de Franse en Nederlandse stemmers roept de vraag op wat de gevolgen zijn voor de militaire politiek van de Europese Unie.Het grondwetsverdrag moest de Europese veiligheids- en defensiepolitiek zoals die sinds 1998 vorm had gekregen legitimeren. Het constitueerde een Europese legermacht als juniorpartner van de VS in de oorlog tegen het terrorisme, ook op het territorium van derde landen en met respect voor de NAVO. Er is inmiddels al begonnen met het opstellen van een aantal Europese gevechtsgroepen. Het verdrag bekrachtigde verder het ontstaan van een Europees Defensie Agentschap als motor om vaart te zetten achter een militair-industrieel complex op Europees niveau en legde een verplichting op aan de lidstaten om de militaire capaciteiten te verbeteren oftewel de bewapeningsuitgaven te verhogen. Ten slotte opende het de mogelijkheid om een militaire kopgroep in te stellen van landen die nauwer samenwerken en extra verplichtingen op zich nemen. Nu moet onmiddellijk toegegeven worden dat de terechte kritiek die ook in dit tijdschrift op de betreffende passages uit het grondwetsverdrag is geleverd, in de campagne niet erg luid heeft doorgeklonken. Veel nee-zeggers lijken hun houding eerder te bepalen uit kritiek op het sociale element dat ontbreekt in de Europese eenwording, waardoor ze zich onbeschermd voelden en overgeleverd aan de kille bries van de wereldmarkt; of ze zeiden nee uit irritatie over de bemoeizucht van de Europese Raad van Bestuur en zijn anonieme bureaucratie; of uit onzekerheid door de snelle uitbreiding van de Unie. Na de twee referenda lijkt het grondwetsverdrag voorlopig van de baan te zijn. In essentie dezelfde tekst na een denkpauze nogmaals voorleggen wordt momenteel als een minder waarschijnlijk scenario gezien. Daarvoor is de omvang en het gewicht van dit "Nee" te groot. Veel meer voor de hand ligt, dat na een decent tijdsverloop een poging zal worden gedaan om delen uit het grondwetsverdrag te redden in een overeenkomst op een regeringsconferentie zonder grondwettelijke status. Allerlei ontwikkelingen – ook op militair gebied – zullen wel op eigen kracht doorgaan maar zonder de dynamiek die een geslaagde grondwet eraan had meegegeven. Dat heeft ook te maken met de zwakke politieke leiding in de belangrijkste militaire landen van Europa. Pas de opvolgers van Blair, Chirac en Schröder mogen eventueel in staat worden geacht een nieuwe krachtige impuls aan het Euroleger te geven. De Duitse denktank Centrum für angewandte Politikforschung (Bertelsmann Stiftung) geeft de richting van het denken in de huidige tussenfase aan: "De vroegtijdige implementatie van bepaalde vernieuwingen uit de grondwet zal niet alleen de besluitvorming en handelingsbekwaamheid van de 25 EU-landen verbeteren. Daarenboven worden politieke feiten geschapen waarvan de EU-lidstaten ook in het geval van een definitieve mislukking van het ratificatieproces maar moeilijk afstand kunnen nemen." Dat geldt bij uitstek voor de uitbouw van een instrument als het Europese Defensie Agentschap dat de basis moet gaan vormen voor het opvoeren van de bewapeningsuitgaven en de reorganisatie van de militaire industrie op Europees niveau. Over dit deel van de versterkte Europese eenwording bestaan ook minder meningsverschillen tussen de grote landen en hier speelt de wapenlobby als aanjager van buitenaf een belangrijke rol. Men was vorig jaar dan ook al onder de bestaande verdragen begonnen met het agentschap op te bouwen zonder het aannemen van de grondwet af te wachten. Een overeenkomstig verhaal geldt voor de militarisering van de Europese ruimtepolitiek. De totstandkoming van een militaire kopgroep met versterkte samenwerking vereist echter wel een verdragsverandering, althans als men wil dat deze binnen EU-kader wordt ingehuldigd. Het nu geldende verdrag van Nice staat iets dergelijks niet toe. De lobby voor hogere bewapeningsuitgaven gaat uiteraard gewoon door. Al op 8 juni bracht een door de Franse minister van defensie Michèle Alliot-Marie benoemde commissie verslag uit waarin uitgaven van 45 miljard euro extra werd bepleit voor Europese militaire technologie om de Amerikanen bij te houden. De antimilitaristen moeten van het nu ontstane tempoverlies bij de euromilitarisering gebruik maken om konkrete aspekten van dit proces in de beweging aan de orde te stellen:
De redactie
- Turkije -
Totaalweigeren in TurkijeHet volgende interview, dat werd gehouden met de gevangen anarchist en totaalweigeraar Mehmet Tarhan werd in het weekend van 21 mei gepubliceerd in het dagblad Birgün (in het Turks) met enkele restricties.
Gegroet, 1) Wat betekent 'totaalweigeren' precies? Zou je dat willen uitleggen en daarbij ook je eigen standpunt willen betrekken? Ik beschouw het idee van totaalweigeren binnen de grenzen van gewetensbezwaren. Gewetensbezwaard refereert aan het individu dat weigert in het leger te gaan vanwege religieuze, politieke, ethische of andere redenen. Gewetensbezwaren mogen dan gebaseerd zijn op verschillende dingen, maar in essentie is het de vrijheid van mensen om hun leven te organiseren volgens hun eigen wensen. Totaalweigeren betekent ruwweg het weigeren van elk 'burgerlijk' alternatief dat wordt voorgesteld in de plaats van militaire dienst. De reden hiervoor is dat de totaalweigeraar met het militarisme niet alleen de militaire dienst afwijst, maar het gehele netwerk van hiërarchische en discriminatoire relaties dat ten grondslag ligt aan het maatschappelijk leven en maatschappelijke relaties. Ik probeer mijn leven te leiden door buiten dit netwerk van relaties te blijven. Zowel in mijn verklaring, als tijdens de periode sinds mijn arrestatie op 8 april, heb ik alle mogelijkheden geweigerd tot opschorting of vrijstelling van de dienstplicht. Hoewel wetten, regels of verdragen de rechtmatigheid ervan niet erkennen, heb ik geen twijfels over de rechtmatigheid van het standpunt dat ik heb ontwikkeld ten opzichte van beslissingen die worden genomen tegen mijn wil. Totaalweigeren is de eis om het contract dat zou bestaan tussen de samenleving en de staat, of tussen verschillende staten, nietig te verklaren. 2) Wat voor een soort reacties kreeg je nadat je was gearresteerd, toen je zei dat je totaalweigeraar was? Dat ik toen ik werd gearresteerd, zei dat ik totaalweigeraar was, werd slechts met verbazing begroet. Sommige mensen dachten volgens mij dat ik gek was. Ik denk dat men het er na verloop van tijd over eens was dat ik een terrorist moest wezen. Sommige politieambtenaren hadden het over het afkopen van militaire dienst. Tot hun verbazing zei ik dat ik er niet voor zou betalen. Van de politieambtenaren in het politiebureau tot de bewaker in de gevangenis, zeiden veel mensen dingen als: "Als je het brood van deze natie eet, moet je er ook voor betalen." Ik vroeg hun mij te vertellen wie dat brood produceert. Wie is wie iets verschuldigd? Wat is "natie"? Hoe meer vragen ik stelde, hoe minder zij wilden praten. Het spreekverbod voor de soldaten die me bewaakten bij mijn overplaatsingen, onthult duidelijk wat de machthebbers voelen tegenover de totaalweigeraar. Ik denk dat het angst is. 3) Ontmoette je steun terwijl je in de gevangenis zat, of vanuit de kazerne? Wat voor een reacties kreeg je? Ik kreeg over het geheel genomen eigenlijk geen negatieve reacties, noch van de gevangenen, noch van de soldaten die dienst hadden in de gevangenis of in de disciplinaire cel in Tokat waar ik een nacht doorbracht. Ik kreeg vooral veel vragen over het onderwerp. Ik weet dat de rechtszaak met veel interesse wordt gevolgd. Het feit dat ik niet het slachtoffer ben geworden van geweld, ondanks de aanmoedigingen van de autoriteiten, kan gezien de omstandigheden opgevat worden als een duidelijk teken van steun. 4) Ben je tijdens je gevangenschap op enige wijze het slachtoffer geworden van een slechte behandeling, zoals geweld of verbale pesterijen? Ik kreeg een enkele negatieve reactie. Ten tijde van de vlagcrisis (noot 1), Kardak (noot 2) en de gebeurtenissen in Trabzon (noot 3) was ik erg bang omdat ik als "verrader" en "terrorist" gebrandmerkt was en de mensen om mij heen werden gemanipuleerd. Er was zelfs een lynchpoging tijdens mijn eerste nacht in de gevangenis. Er loopt een juridische procedure aangaande deze gebeurtenis. Wat me hoop geeft, is dat de machthebbers, die de gevangenen manipuleerden om zo hun eigen handen schoon te kunnen houden, niet slaagden in hun opzet. Op dit moment ondervind ik geen enkel probleem met de gevangenen. Gewetensbezwaarden / totaalweigeraars hebben op een of andere manier de steun weten te verwerven van gevangenen en militair personeel, die op een bepaalde manier zelf ook slachtoffer zijn van het militair establishment. 5) Wat voor soort reacties kreeg je van mensen in je omgeving? De mensen die me na staan, waren er sinds mijn verklaring in 2001 al wel op voorbereid dat zoiets zou gebeuren en ze staan heel de tijd al achter mij. Mijn zuster is nog steeds in Sivas, hoewel ik daar op tegen was. Ik spreek met mijn enige broer, die wel in dienst is gegaan, en ik weet dat hij me steunt. We hebben niets over de zaak aan mijn moeder verteld tot aan de eerste rechtszitting, en mijn vrienden hebben haar sinds die tijd niet alleen gelaten. Mijn vriend Ilke woont zelfs nog steeds bij haar. Ik schreef een brief aan mijn moeder na het proces en heb uitgelegd wat er gebeurde. Ik was bezorgd om haar gezondheid, maar het gaat haar goed nu en ze steunt me. Mijn familie en vrienden deden en doen nog steeds alles voor de campagne. Ik ben hen hier allen dankbaar voor. 6) Er zijn verschillende solidariteitsgroepen voor jou gevormd. Wat vind je daarvan? Ik wist dat er solidariteitsgroepen gevormd zouden worden, maar ik had zelfs niet kunnen dromen dat zulke grote inspanningen zouden worden geleverd en dat er zo'n brede deelname zou zijn. Dit creëerde een atmosfeer die de gevangenis bijna draaglijk maakte. De deelnemers tonen aan dat ondanks alle repressie en ontkenning, niemand de macht heeft om de eis voor vrede gevangen te zetten. Dit versterkt mijn geloof in de dag dat ieder van ons vrij zal zijn. 7) Toen de aanklager besefte dat je homo was, werd je naar het ziekenhuis overgebracht. Iedereen verwachtte dat je 'ongeschikt voor militaire dienst' (noot 4) zou worden verklaard Dit gebeurde niet. Wat maak je daaruit op? Hoe denk je dat dit de procedure van het 'ongeschiktheids'-rapport zal beïnvloeden? Mijn overplaatsing naar het ziekenhuis werd officieel gerechtvaardigd op grond van de CMUK (code voor criminele procedure). Maar het is duidelijk dat de ware reden het feit is dat ik homo ben. Ik weigerde de onderzoeken in het ziekenhuis en zei dat mijn homoseksualiteit niet kan worden gedefinieerd als een ziekte. Ik kraste het gedeelte van het document dat ze me probeerden te laten tekenen door, waarin stond "Ik accepteer alle soorten van medische interventie" en ik schreef "Ik accepteer geen enkele medische interventie" ernaast en tekende het toen. Ik werd overgebracht naar Algemene Chirurgie voor onderzoek naar anale seks (onderzoeken van de anus op aanwijzingen voor anale seks) en ik weigerde de inspectie daar ook. Ik moet daar nog aan toevoegen dat het Sivas Military Hospital een foto waarop anale geslachtsgemeenschap te zien is eiste als bewijs van homoseksualiteit. Ik legde uit dat, net als heteroseksualiteit, homoseksualiteit niet te bewijzen valt, dat niemand het recht heeft dit te vragen en dat het geen ziekte is. Na een observatieperiode van een week (het was eerder gevangenschap, want voor een ziekenhuis was het er nogal onhygiënisch), besloot de medische staf dat ik niet 'ongeschikt' (noot 5) was, wat betekende dat ik in aanmerking kom voor straf. Dit besluit kan worden gezien als een revolutie in de militaire psychiatrie. Hoewel ik het weiger, word ik op papier bestempeld als een 'infanteriesoldaat' en is er nu dus een homoseksuele infanteriesoldaat aanwezig in het leger. Een belangrijk punt is, dat dit zelfs niet wordt genoemd in het gedetailleerde rapport dat aan de rechtbank is gepresenteerd en dat dus de mogelijkheid bestaat dat ze hebben besloten dat ik geen homo ben, ondanks de stellingname in mijn verklaring. Ik weet niet wat voor invloed het rapport dat aan de rechtbank is aangeboden, zou kunnen hebben op de procedure over mijn 'ongeschiktheidsstatus'. Want wat ik gezien heb in de psychiatrische afdeling waar ik verbleef, was dat het ziekenhuis alle aandoeningen of klachten ziet als claims om de ongeschiktheidsstatus verleend te krijgen. Elke soldaat die in dienst komt, behalve degenen die in het ziekenhuis zijn opgenomen voor criminele observatie, krijgt een drug toegediend met de naam 'concrete'. Dit is een drug die kort na injectie heftige spasmen in het lichaam kan veroorzaken. De verpleegkundige aan wie ik vroeg waarom ze iedereen 'concrete' toedienden, vertelde me dat de drug werd gebruikt als afschrikmiddel. Het was zelfs zo dat patiënten die uit eigen vrije wil naar het ziekenhuis kwamen voor psychiatrische behandeling, na een paar injecties smeekten om uit het ziekenhuis te worden ontslagen. Eerlijk gezegd zie ik niet dat dergelijke arbitraire militaire ziekenhuisprocedures, die in het geheim plaatsvinden, zullen veranderen. Net zomin als het toekennen van de 'ongeschiktheidsstatus' aan homo's of al het andere onterende beleid dat ons van onze waardigheid berooft zal veranderen. Het beleid is zo'n warboel, zij die zeggen homo te zijn, worden niet geloofwaardig geacht; degenen die bewijs aanleveren krijgen de 'ongeschiktheidsstatus' en degenen die dat niet doen, worden geacht heteroseksueel te zijn. Zolang homo's die de 'ongeschiktheidsstatus' aanvragen deze beledigingen accepteren, denk ik dat werkwijze zal blijven zoals die nu is.
Mehmet Tarhan
- Indonesië -
Gaan Nederlandse korvetten Indonesië hervormen?De strijd tegen het terrorisme is het argument waarmee de levering van korvetten aan Indonesië wordt verdedigd. Dat dit een oneigenlijk argument is, is niet de enige reden om alsnog van deze leverantie af te zien, meent Martin Broek. Minister Kamp verklaarde in mei verheugd te zijn over een wapenleverantie aan Indonesië. Het ging om de levering van twee korvetten door scheepswerf De Schelde. De Schelde "heeft een overeenkomst gesloten met de bevelhebber van de Indonesische marine om naast de twee korvetten die op de werf De Schelde te Vlissingen in aanbouw zijn, nog twee korvetten voor de Indonesische marine in Vlissingen te bouwen," aldus een persbericht van het ministerie van defensie. (noot 1)Voldongen feitenTwee weken later al kwam het Europees Parlement met een krachtige uitspraak tegen de levering van deze vier schepen. De levering schendt de gedragscode wapenexporten van de Europese Unie, aldus Raül Romeva, belast met controle op wapenexporten voor het Europees Parlement. "Het is schokkend dat zo kort na de vernietigende tsunami een EU lidstaat Indonesië aanmoedigt honderden miljoenen uit te geven aan nieuwe oorlogsschepen. (…) De leveringen moeten onmiddellijk stoppen," aldus Romeva. (noot 2) Dit pleidooi werd ondersteund door Max van den Berg, Europarlementariër voor de PvdA. "Voor je het weet gebruikt Indonesië de schepen toch tegen de eigen inwoners. (…) Het lijkt wel of de mensenrechten voor zondag zijn, en de koophandel voor door de week," aldus Van den Berg. (noot 3) De levering is ook in Nederland omstreden. De regering is zich hiervan bewust en heeft beloofd het parlement te raadplegen voordat een wapenexportvergunning wordt afgegeven. Bij andere wapenexporten is daar geen sprake van. Normaal gesproken worden wapenexporten achteraf – soms meer dan een 1½ jaar later – met de Tweede Kamer besproken. De staatssecretaris van Economische Zaken verklaarde tijdens een actie van de Campagne tegen Wapenhandel (2 juni) dat ze verwacht dat een vergunning voor de levering in 2006 aangevraagd zal worden en dan ook besproken zal worden. (noot 4) Een vergunning is een jaar geldig en gezien het bouwschema van De Schelde lijkt 2006 inderdaad aannemelijk. (noot 5)Dat klinkt echter mooier dan het is. De financiering voor de eerste twee schepen is al geregeld; ING en Rabobank nemen hiervan 95% voor hun rekening. Deze leningen worden financieel gedekt door Atradius, de op één na grootste exportkredietverzekeraar ter wereld, die ook voor de Nederlandse overheid exportkredietverzekeringen verstrekt. ING en Rabobank lopen bij het verzekeren geen enkel risico, dat neemt de overheid op zich. Die moet bij het in gebreke blijven van Indonesië, maar zien dat ze haar geld terugkrijgt uit Jakarta. Met de financiering is een eerste stap gezet. Een volgende is gezet met de daadwerkelijke bouw van de schepen. De parlementariërs zullen bij de besluitvorming rekening gaan houden met: de financiële risico's voor de overheid, het feit dat De Schelde al jarenlang met overheidssubsidies op de been wordt gehouden en de militair gemotiveerde wens om een deel van de wapenproductie in Nederland te behouden. Bovendien is Indonesië een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme waarmee Nederland graag goede banden onderhoudt. InlichtingenschooltjeDit laatste blijkt niet alleen uit de grote wapenleveranties aan de Gordel van Smaragd. Onlangs heeft de AIVD in Semarang op Java een inlichtingenschooltje opgezet. In april 2005 werd in deze Middenjavaanse stad de eerste steen gelegd voor de antiterreuracademie (JCLEC). Nederland werkt hierbij samen met de Australische inlichtingendienst en de Indonesische politie en zal 10 miljoen euro investeren. Voor Indonesië is de school een visitekaartje waarmee het het Westen wil tonen serieus te zijn in de strijd tegen terreur. De Indonesische politiegeneraal Basyir A. Barmawi: "Wij zijn Nederland dankbaar voor het geld en het sturen van antiterreurexperts en forensische specialisten. Want op dat gebied kunnen wij nog veel leren en het gaat maar om één ding, het stoppen van moordenaars als Jhoni Hendrawan en Abu Bakar Bashir van Jemaah Islamiyah. Zij zijn het die Indonesië de afgelopen jaren in een kwaad daglicht hebben gesteld, ons als bron van moslimterreur op de kaart hebben gezet. Door superagenten af te leveren kan JCLEC hen en ook Al-Qaeda uiteindelijk schaakmat zetten." (noot 6) Dat het hier terroristen betreft daar kan geen twijfel bestaan; dat daar tegen opgetreden moet worden ook niet. Maar de strijd tegen het terrorisme wordt ook gebruikt voor repressieve maatregelen tegen het maatschappelijk middenveld en veel van de even ernstige misdaden van het leger blijven onbestraft.De strijd tegen het terrorisme wordt daarnaast regelmatig genoemd om de verkoop van korvetten naar Indonesië te legitimeren. Op het eerste gezicht is dat een vrij onzinnige opmerking. De schepen zijn uitgerust met lucht- en zeedoelraketten, torpedo's en een middelzwaar kanon. Dergelijke schepen gebruiken tegen terroristen is als het schieten met een kanon op een vlieg. Zelfs de Asian Defence Journal slikt deze propaganda en noemt de versterking van het Indonesische leger een antwoord op de groeiende onrust in verschillende delen van de archipel. (noot 7) Vanuit een andere invalshoek is de opmerking wel steekhoudend. Door een grote wapenleverantie worden de banden tussen Nederland en Indonesië versterkt en krijgt Nederland meer toegang tot het land en meer mogelijkheden voor het uitoefenen van invloed. Wapenleveranties openen deuren die anders gesloten blijven. Het Indonesische leger is tevreden met de Nederlandse wapens en zet de samenwerking voort. WervingsgebiedDe verkooppropaganda noemt nog een reden waarom de verkoop door moet gaan: het versterken van kustwachttaken, zoals bestrijding van illegale visvangst, smokkel. De strijd tegen de piraterij in de Straat van Malakka is een terugkerend argument. Piraterij is in de nauwe zeestraat inderdaad een groot probleem – in 2004 wereldwijd het hoogste aantal gemelde gevallen – maar de vraag of vier zwaarbewapende marineschepen hier het antwoord op zijn wordt nauwelijks beantwoord. Het militaire weekblad Jane's Defence Weekly noteert: "Velen denken dat het gebruik van oorlogsschepen voor politietaken 'overkill' betekent en een verkeerde inzet is van hoogwaardig opgeleid marinepersoneel. Deze inzet zal eerder leiden tot provocatie dan tot kalmering." (noot 8) Dat geldt ook andere kustwachttaken dan piraterij. Kleine snelle vaartuigen met een licht kanon volstaan ook voor dit soort taken en zijn bovendien veel goedkoper. Deze kleine vaartuigen kunnen dan ondergebracht worden bij de kustwacht die vanuit het Ministerie van Transport wordt opgezet. Dat zou leiden tot versterking van de wetshandhaving op zee en niet tot een versterking van het Indonesische leger.De huidige Indonesische regering richt zich op interne hervormingen, waarbij een betere controle op het leger, het opstarten van een vredesproces in Atjeh en bestrijding van corruptie belangrijke elementen zijn. Grote delen van de oppositie gaat dit allemaal veel te ver. De oppositie staat rechts van de regering en een geluid op links is nauwelijks aanwezig. 'Oost-Timor verloren rampspoed geboren', laat zich vanuit deze nationalistische kringen gemakkelijk vertalen naar andere gebieden waar onafhankelijkheid of grotere autonomie geëist wordt. Die eisen moeten de kop ingedrukt worden, niet door dialoog maar door militair geweld, is het devies van de oppositie. Het leger is daarbij een noodzakelijke factor. Ook de regering moet omzichtig met dit leger omspringen en dat vertaalt zich in een verhoging van de defensiebegroting en groen licht voor mega-aankopen, zoals straaljagers en marineschepen. Het buitenland is vooral bevreesd dat Indonesië een wervingsgebied wordt voor nieuwe terroristen. Het heeft belang bij rust en stabiliteit en kan daarbij niet om het leger heen. Dat leger heeft kortom een centrale positie en door zijn verspreiding over de gehele archipel een goede uitgangspositie om zijn macht te consolideren en uit te breiden. De vorig jaar vermoorde mensenrechten activist Munir noemde alle steun aan het Indonesische leger politieke steun. (noot 9) Dat de hervormingen gesteund moeten worden kan en mag niet betekenen dat peperdure marineschepen worden verkocht aan een land waar tientallen miljoenen mensen onder de armoedegrens leven, waar het leger er niet voor terugdeinst wapens in te zetten tegen de eigen bevolking en waar soldaten niet voldoende soldij krijgen om het zonder bijverdiensten te kunnen stellen. Dat Nederland met deze levering handelt in strijd met de Europese Gedragscode wapenexporten is daarbij een formalistisch argument, maar een reden te meer om de levering te stoppen. Martin Broek Op 2 juni 2005 overhandigde de Campagne tegen Wapenhandel in samenwerking met vredesactivisten en solidariteitsbewegingen met Indonesië en Oost-Timor 3.000 handtekeningen aan de staatssecretaris van Economische Zaken. Het persbericht voor de actie leidde tot de uitspraken van Romeva, die onder andere aandacht kregen in de Jakarta Post. Iedereen die hier een bijdrage aan heeft geleverd, bedankt!
- Non-Proliferatie Verdrag -
Patstelling in New YorkGedurende de maand mei vond in New York de toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) plaats. De bedoeling was om te evalueren wat er de afgelopen vijf jaar zoal was gedaan aan de afspraken die bij de vorige toetsingsconferentie, in 2000, waren gemaakt. De conferentie is, niet geheel onverwachts, mislukt.Wat waren de redenen voor de mislukking? Het NPV is ondertekend door de hele wereld behalve de kernwapenstaten India, Pakistan en Israël. Zoals bekend hebben de ondertekenaars bij verdrag afspraken gemaakt over de niet-verspreiding van kernwapentechnologie en kernwapens en ook over nucleaire ontwapening. Tegelijkertijd heeft elke ondertekenaar volledige toegang tot alle nucleaire technologie die noodzakelijk is voor vreedzaam gebruik. Recentelijk hebben een aantal lidstaten echter misbruik gemaakt van hun lidmaatschap door met die technologie de basis te leggen voor kernwapenproductie. Vanaf het in werking treden van het verdrag was deze dubbelzinnigheid als het ware ingebouwd. De technologie voor het vreedzame gebruik van kernenergie en die voor de constructie van kernwapens is immers grotendeels dezelfde. Voor de kernwapenstaten, de VS voorop, is het tegenhouden van de proliferatie van kernwapens van het allergrootste belang. Voor de rest van de ondertekenaars is de belofte die door de vijf officiële kernwapenstaten (VS, Rusland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en China) is gemaakt om nucleair te ontwapenen, van even groot belang. Deze tweedeling ligt aan de basis van de grote meningsverschillen over de agenda van de conferentie en wat er verder moet worden afgesproken. Dit meningsverschil had tot gevolg dat er in New York pas op 11 mei een agenda werd overeengekomen. De VS-diplomaten wilden uit de documenten en verslagen elke verwijzing schrappen naar afspraken die in het verleden waren gemaakt, zoals bijvoorbeeld de 'dertien stappen' naar nucleaire ontwapening (deel van het slotdocument van de toetsingsconferentie van 2000 (noot 1)). Ze wilden dat alleen de potentiële gevaren van nieuwe kernwapenstaten zoals Noord-Korea en Iran, besproken zouden worden, evenals afspraken om de verspreiding van nucleaire technologie tegen te gaan. Achter de schermen speelde ook een blokkade door het samenwerkingsverband van de beweging van niet-gebonden landen een belangrijke rol: dat wilde, alweer conform eerder gemaakte afspraken, een werkgroep over het Midden-Oosten, waarin vooral de kernwapenstatus van Israël aan de orde moest komen. Bovendien vond Egypte dat er een expliciete verwijzing naar de dertien stappen van 2000 in de agenda moest worden opgenomen. Na anderhalf week geruzie, trok de VS aan het langste eind: alleen een vage verwijzing naar de dertien stappen, en geen Midden-Oosten werkgroep. Dat onderwerp moest maar ergens door een werkgroep over regionale vraagstukken behandeld worden. In feite was deze positie van de VS ruim voor de conferentie al breed uitgemeten door Amerikaanse woordvoerders. Zo zei op 3 februari Stephen Rademaker, de onderminister van Buitenlandse Zaken van de VS dat " …het debat over het voldoen aan artikel VI ons niet moet afleiden van … de uitdaging van het niet-voldoen door sommige staten aan de non-proliferatie verplichtingen verbonden aan het verdrag …" (noot 2) De regering Bush weigert al jaren ratificatie van het teststopverdrag, dat proefexplosies van kernwapens verbiedt. Verdragen met de Sovjet Unie over nucleaire ontwapening bevatten steevast geen verwijzing naar verificatie, waardoor controle op de gemaakte afspraken onmogelijk wordt en 'ontwapening' in een handomdraai ongedaan kan worden gemaakt. NAVO-kernwapensEen belangrijk punt dat in New York meespeelde op de achtergrond, was de nucleaire strategie en bijbehorende nucleaire bewapening van de NAVO. Dit onderwerp was meegenomen tijdens debatten in een aantal parlementen in Europa, waar de NPV conferentie van tevoren werd besproken. In de Belgische Senaat werd op 21 april een motie over nucleaire ontwapening aangenomen met kamerbrede steun. (noot 3) In Noorwegen verklaarde op 26 april de parlementariër Lars Rise, woordvoerder van de Christen Democratische regeringspartij dat het "… een probleem is dat de NAVO lidstaten zelf kernwapens gebruiken als afschrikking. We willen dat de VS zijn taktische kernwapens verwijdert van het grondgebied van andere NAVO lidstaten." (noot 4) In Nederland vond op 27 april een debat in de Tweede Kamer plaats waar er bij de regering werd aangedrongen om positieve stappen te ondernemen, bijvoorbeeld in de richting van de Nieuwe Agenda Coalitie. De door dit samenwerkingsverband van landen aangeboden VN resoluties (in het First Committee dat elk najaar vergadert) zorgden de afgelopen jaren voor enige druk op de kernwapenstaten om tot serieuze nucleaire ontwapening te komen. Minister Bot van Buitenlandse Zaken vertelde de parlementariërs echter dat Nederland liever koerste op een gezamenlijk standpunt van de EU. Dat betekende dus vergaande compromissen met de kernwapenstaten Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. (noot 5) Daarnaast werd door de Nederlandse regering samen met België, Noorwegen en andere landen een zogenaamd working paper aangeboden waarin verdergaande stappen werden bepleit. (noot 6) De Nieuwe Agenda Coalitie, een groep staten die verdergaande stappen naar nucleaire ontwapening wil en met dit standpunt tijdens de conferentie in 2000 een effectieve brug vormde tussen de kernwapenstaten en de rest, werd nu echter genegeerd.Het voor Nederland meest praktische punt, dat van de nog altijd aanwezige kernwapens op Volkel, werd in de Kamer ook weer aan de orde gesteld. Het is immers op zijn minst merkwaardig dat een aantal zogenaamde 'niet-kernwapenstaten' (België, Nederland, Duitsland, Turkije en Italië) piloten opleiden om met hun vliegtuigen kernwapens af te werpen in tijd van oorlog. Dat zijn de beruchte Amerikaanse kernwapens in Europa, waarvan er volgens de laatste telling 480 in de bovengenoemde Europese landen plus het Verenigd Koninkrijk zijn opgeslagen. Een deel van deze 'vrije val' bommen is ook bedoeld voor gebruik door in Europa gestationeerde Amerikaanse aanvalsvliegtuigen. (noot 7) Minister Bot van Buitenlandse Zaken gaf in het debat van 27 april echter geen krimp op dit punt. Toch gebeurde er iets nieuws: een door de kamerleden Karimi, Koenders en Van Velzen op 29 april ingediende motie werd niet alleen door de eenmansfractie van Lazrak ondersteund, maar ook door regeringspartij D66. Hoewel de parlementaire meerderheid van VVD, CDA en LPF met hun tegenstem de facto steun voor het NAVO kernwapenbeleid uitsprak, waren er nu 59 stemmen voor. Een regeringspartij heeft zich dus op dit punt afgewend van het officiële beleid. (noot 8) Duitse oppositieDeze ontwikkeling was des te interessanter, omdat inmiddels (op 13 april) in Duitsland ook een resolutie was ingediend voor verwijdering van de NAVO kernwapens, ditmaal door de oppositionele liberalen, de FDP. (noot 9) Daarmee kwamen de Grünen en SPD, momenteel aan de macht, voor een lastige keuze te staan. Op advies van de regering hebben ze de motie niet gesteund. Een door het weekblad Der Spiegel gepubliceerde opiniepeiling wees echter begin mei uit dat de meerderheid van de bevolking verwijdering van de kernwapens steunde. (noot 10)In New York circuleerde dit nieuws bij de VN al snel onder de aanwezige anti-kernwapenactivisten: Duitsland was wellicht onder druk te zetten. In zijn openingstoespraak in de hal van de Algemene Assemblee op 2 mei deed minister Fischer al enige concessies. Hij zei: "... het is ook ons doel om de sub-strategische kernwapens te verminderen – met als uiteindelijk doel hun complete verwijdering." Hij verwees verder naar een stapsgewijze aanpak zoals door de EU bepleit, en koppelde vooruitgang aan vermindering van het aantal Russische taktische kernwapens (op Russisch grondgebied). (noot 11) Die toezegging werd prompt gevolgd door verdere uitspraken door Duitse politici, aangehaald door een aantal kranten en de Duitse wereldomroep. (noot 12) Waarom, vroeg men zich verwonderd af, lagen die kernbommen vijftien jaar na het einde van de Koude Oorlog nog steeds in Duitsland? Binnen enkele dagen schoof het Duitse standpunt verder op. Men zou zich nu hard maken in de NAVO voor de verwijdering van de kernwapens. (noot 13) Zo'n optie liet echter ook de mogelijkheid open dat er pas na afsluiting van de NPV-conferentie over gepraat zou worden. Na verder lobbywerk in Berlijn werd de afspraak gemaakt dat men consultaties zou gaan voeren met de andere 'co-gebruikers' van kernwapens, dus ook Nederland. De eerste gelegenheid daarvoor was de vergadering van de Nuclear Planning Group van de NAVO, op 8 juni jl. Dat is een bijeenkomst van ambtenaren, dan wel ministers, die de nucleaire strategie van de NAVO bespreken. Bij de aanloop daar naar toe kwam Der Spiegel met nieuwe onthullingen. De Duitse regering zou toch geen werk maken van de NAVO kernwapentaak. De redenen waren vermoedelijk de komende Duitse verkiezingen in september – men wilde geen voldongen feiten scheppen voor de volgende regering – en de onwil om de VS weer te trotseren na de aanval op Irak. De Duitse wens voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad zou ook een rol spelen. Deze laatste overwegingen gaven vermoedelijk de doorslag. Hoewel het onderwerp wel aan de orde werd gesteld op de NPG-vergadering werd vervolgens het bestaande beleid doodleuk herbevestigd in het communiqué van 9 juni. (noot 14) Demonstraties in New YorkEr was in Europa dus wel sprake geweest van enige politieke druk op de politiek en diplomaten om tot zaken te komen over de kernwapens. Die druk werd verder opgevoerd tijdens de NPV-conferentie door een aantal door de Amerikaanse vredesbeweging en de internationale organisatie Mayors for Peace (Burgemeesters voor Vrede) georganiseerde evenementen. (noot 15) In de straten van New York en Central Park vond op 1 mei een grote vredesdemonstratie plaats waar ongeveer 40.000 mensen aan deelnamen. De bijeenkomst werd toegesproken door burgemeester Akiba van Hiroshima, tevens president van Burgemeesters voor Vrede, door een overlevende van de atoomaanval op Hiroshima en vele anti-oorlogsdeskundigen en buitenlandse activisten. Deze demonstratie, georganiseerd door een samenwerkingsverband van de samenwerkende anti-oorlogsorganisaties van de VS en de anti-kernwapenbeweging, kreeg een bijzonder goede en uitgebreide Amerikaanse pers.Enkele dagen later vond een reeks bijeenkomsten van de Burgemeesters voor Vrede plaats, waar diplomaten, activisten, burgemeesters van over de hele wereld en deskundigen elkaar troffen om de campagnes tot dan toe en de toekomstplannen te bespreken. Burgemeester Iccho Ito van Nagasaki sprak de openingssessie toe van de NPV-conferentie samen met activisten van de niet-gouvernementele organisaties. Op 11 mei volgde een reeks presentaties van de NGO-gemeenschap voor de diplomaten waarin alle thema's die met nucleaire bewapening te maken hadden, behandeld werden. Of deze immense inspanning van de civil society invloed heeft gehad op de gebeurtenissen is onduidelijk. Uiteindelijk is de toetsingsconferentie ondubbelzinnig mislukt. De Amerikaanse regering riep onmiddellijk een informele vergadering bijeen van het Proliferation Security Initiative (PSI), een door haar geleid samenwerkingsverband van landen (noot 16) bedoeld om proliferatie van massavernietigingswapens tegen te gaan. Daarmee werd benadrukt dat deze kwestie verder buiten het multilaterale forum van het NPV zou worden behandeld. Burgemeester Akiba schreef een afsluitende brief aan de voorzitter, ambassadeur Duarte, waarin hij zijn teleurstelling tot uiting bracht. "Door gebruik te maken van de vergaderregels, kunnen een paar landen de wensen van de overgrote meerderheid blokkeren," schreef hij. (noot 17) Maar in dezelfde brief kondigde hij ook aan dat er een nieuwe inspanning van Burgemeesters voor Vrede zou worden gelanceerd in Hiroshima. Daar en in Nagasaki worden begin augustus de nucleaire bombardementen van 1945 op die steden herdacht. De verwachting is dat behalve de duizenden anti-kernwapenactivisten van over de hele wereld, ook honderden burgemeesters aanwezig zullen zijn. Dat zal het sein zijn voor het begin van de nieuwe campagne van de anti-kernwapenbeweging, meer noodzakelijk dan ooit. Karel Koster
- Ronde tafel -
De oorlog tegen Irak vanuit Belgisch en Nederlands perspectiefDe Belgische en Nederlandse regering hanteerden duidelijk een verschillende benadering van de oorlog tegen Irak, voor, tijdens en na de VS-invasie. Terwijl Nederland koos voor de Brits-Amerikaanse coalitie, bespeelde België de Frans-Duitse as.In een ronde tafel georganiseerd door AMOK-Nijmegen, VD AMOK en het Belgische Vrede vzw in het Nederlandse parlement hielden we vorig jaar een Nederlandse en Belgische terugblik op de gebeurtenissen en probeerden we de verschillende houding van beide landen te analyseren en verklaren. Deelnemers waren: Dirk vander Maelen (Belgisch Kamerlid SP.a), Ludo De Brabander (Vrede vzw), Guido van Leemput (Parlementair medewerker van SP Nederland), Jan Jaap van Oosterzee (IKV) en Karel Koster (PENN Nederland Project on European Nuclear Non-Proliferation). De Ronde Tafel werd vakkundig geleid door Saskia Kouwenberg (XminY solidariteitsfonds). Hans Wester en Clemens Raming (AMOK-Nijmegen), Kees Kalkman (VD AMOK), Georges Spriet en Ludo De Brabander (Vrede vzw) hielpen mee met de voorbereiding en/of het uittikken en inkorten van de tekst. Wat volgt is een verkorte versie van het volledige gesprek. SASKIA: Hoe hebben België en Nederland gereageerd op de plannen van de VS ten aanzien van Irak en wat hebben ze gedaan? En wat heeft het voor de bewegingen in beide landen betekend? DIRK: Ik vind de reactie van België in de aanloop naar de oorlog in Irak eigenlijk volledig in de lijn van wat de Belgische visie ten aanzien van die regio is. (..) Aansturen op een vreedzame wijze om het probleem op te lossen, groot vertrouwen geven aan de Verenigde Naties, opletten en denken aan de Euro-Arabische dialoog en de Euro-Arabische relatie om die niet te onnodig te kwetsen. (..) Wij vinden dat een unipolaire wereld met één supermacht en zeker als die dan sinds 2002 gekaapt is door neoconservatieven, iets zeer gevaarlijks is en dat je nood hebt aan tegenmacht en die tegenmacht of dat tegengewichtje, zoeken wij heel traditioneel binnen onze Belgische diplomatie, in een sterkere Europese poot. Het is dus geen toeval dat de Belgische diplomatie en Belgische buitenlandse politiek soms dicht bij de Franse politiek ligt. Het is ook geen toeval dat wij in april 2003, tijdens wat Amerikanen en de Britten smalend de pralinetop in België genoemd hebben, met vier landen, Duitsland, Frankrijk, België en Luxemburg geprobeerd hebben om de Europese defensie vooruit te stuwen en te werken aan een Europese gemeenschappelijke buitenlandse politiek op basis van een communautaire, niet intergouvernementele aanpak. Dat is iets dat ook van alle dagen is. Toen de dreiging van de Verenigde Staten meer en meer duidelijk werd om Irak aan te vallen, is de Belgische houding te verklaren via die traditie. Die was: het is nog te vroeg om aan te vallen, geef de wapeninspecteurs meer tijd om verder hun onderzoeken te doen. (..) Wij vinden achteraf dat wij volledig gelijk gekregen hebben in onze analyse en alle redenen die wij aangevoerd hebben om die oorlog niet te voeren. In de aanloop van de oorlog hebben we zo alles geprobeerd wat nodig was, we zijn zelfs verder gegaan dan Frankrijk en Duitsland. We hebben op een bepaald moment toen Turkije bescherming vroeg door Patriotraketten op te stellen, ons als enige nog verzet in de NAVO-raad. Daar hebben we behoorlijk voor op onze kop gekregen van de Amerikanen. De Amerikanen zijn vervolgens ten oorlog vertrokken en bijgevolg zijn we in een moeilijke positie gekomen omdat de Verenigde Staten vroegen om van onze haven en grondgebied gebruik te maken voor militaire transporten. Wij hebben nog wat tegengesparteld maar gezien dat onze grote bondgenoten Frankrijk en Duitsland daar geen probleem van maakten. We zaten ook met juridische problemen door de akkoorden die we vroeger gesloten hadden en die we dan maar moesten naleven. Dat was een moeilijk moment. Nadien, hebben we gezien dat èn Frankrijk èn Duitsland zich toch wat meegaander hebben opgesteld, dat ze in de diepe wonden die er geslagen waren niet altijd opnieuw zout wensten te gooien. België is daar toen in gevolgd. Wij zijn te klein om te proberen als lilliputland ons te desolidariseren van wat wij noemen een gemeenschappelijk Europees standpunt. Maar, ik zou zeggen, wij hebben nog steeds problemen met Irak. Op de laatste top in Turkije heeft de NAVO beslist om opleiding voor Irakese militairen te verzorgen. Wij hebben gezegd: geen Belgische militairen in Irak blijft ons standpunt. Wij hebben bovendien de stilzwijgende procedures binnen de NAVO stopgezet. De Amerikanen waren namelijk sluipenderwijs bezig de NAVO heel actief te betrekken in Irak en wij hebben gezegd: wij wensen niet mee te betalen voor de inspanningen van die lidstaten die daar wel militairen hebben uit het gemeenschappelijk budget van de NAVO. Wij vinden dat de landen die daar de militairen leveren daar zelf voor moeten betalen. We hebben dat ook binnengehaald, behalve de staf, die wordt uit de gemeenschappelijke pot betaald maar de militairen die daar naar toegestuurd worden moeten door elk lidstaat betaald worden.
Amerikaanse kaartSASKIA: Guido, kun jij even kort zeggen wat de Nederlandse positie in deze is?GUIDO: Ik zal het proberen het kort te doen op basis van drie dingen. Dat zijn de volgzaamheid aan de Amerikaanse politiek, de formele multilateralistische houding om zaken via de VN te laten lopen en de binnenlandse problemen rondom de val van het kabinet Balkenende I in de herfst van 2002. Wat Dirk heeft gezegd over de betrekkingen tot de Arabische wereld, die zijn voor Nederland bijna non-existent. In Nederlandse politieke verhoudingen is een sleutelformule van groot belang. De regering zegt in allerlei documenten: Wij zijn geen klein land, wij zijn de veertiende grootste economie van de wereld en twee weken geleden had de minister van Defensie het tijdens een debat over de aanschaf van kruisraketten op fregatten en vliegtuigen, zelfs over de twaalfde economie van de wereld. Dus, we zijn met zestien miljoen consumenten en producenten een verschrikkelijk grote speler in de wereld en dat willen wij ook laten blijken. Dat is het eerste. Het tweede is dat in die periode dus zeg maar september 2002 of misschien al eerder, de Nederlandse verhoudingen buitengewoon onder druk stonden van binnenlandse politieke ontwikkelingen. In die hele periode is toch overwegend de Amerikaanse kaart gespeeld, ondanks het feit dat er gezegd werd, wij doen het via de VN. Al die VN-resoluties sinds 1991 zijn Irak voor de voeten geworpen, daar dienden zij zich aan te houden en de redenering was, dat daarbij nu een soort van eindstadium was bereikt. Dus dat is het formalistische argument. Eerst was er de volgzaamheid aan de Amerikanen, het benadrukken van de eigen politieke economische kracht, het inzicht om die in navolging van de Amerikanen ook gewapenderhand te verdedigen. Toen kwam in de van winter van 2002 op 2003 de val van het eerste kabinet Balkenende en de vergevorderde besprekingen tussen de Nederlandse PvdA en het CDA voor een gezamenlijke regering, die ten langen leste mislukt zijn. Dat heeft de Nederlandse regering een tijdje lang opgehouden en toen hebben ze ertoe besloten dat Nederland toentertijd alleen zogezegd politieke steun gaf aan de oorlog en geen militaire steun. Dat liet het feit buiten beschouwing dat in Koeweit er al hoge Nederlandse militairen rondliepen, maar zo is het hier verkocht. Dus, volgens mij is het sleutelbegrip het feit dat Nederland een grote economie is, wat met militaire middelen kracht bij moet worden gezet. Men is dan wel voorstander van multilateralisme maar dat wordt nu genoemd 'multilateralisme met tanden' dat wil zeggen, gelegenheidscoalities die door dreiging of daadwerkelijk militair optreden hun belangen door kunnen zetten. LUDO: Ik denk dat Dirk grosso modo geschetst heeft, zoals ik denk dat het ook was. Met dien verstande, dat ik nog een aantal dingen wil zeggen die wellicht de houding van België hebben beïnvloed. Je moet zaken toch bekijken vanuit de context van waar we met Europa naar toe gaan, niet alleen op buitenlands maar ook op militair vlak. Verhofstadt heeft altijd zeer duidelijk benadrukt dat, willen wij een gemeenschappelijk buitenlands beleid voeren, we volgens zijn logica ook zeker en vast moeten zorgen dat we die militaire arm hebben. Daar zit het probleem, denk ik, namelijk dat dit maakt dat er voortdurend moet worden geschipperd tussen de transatlantische loyaliteit aan de ene kant en de eigen ambitie om een soort zelfstandige Europees militaire capaciteit te scheppen aan de andere kant. We volgen hier een beetje de Frans-Duitse lijn om meer autonoom te zijn, iets meer afstand te nemen van de VS zonder daar een totale breuk in te maken. Dat merk je ook in de Europese Grondwet, het is een eigenaardige tekst, waarin men enerzijds zeer sterk de band met de NAVO benadrukt, maar anderzijds toch eigen Europese ambities nastreeft. Iedereen weet dat Verhofstadt misschien wel het hardst getrokken heeft aan die fameuze pralinetop. Als een soort antwoord op de Amerikanen, met hun gepraat over oud Europa, nieuw Europa. Daar komt wellicht ook bij dat we met een paars-groen kabinet zaten, zonder de christen-democraten, van wie een aantal mensen meer geneigd was om toch die Amerikaanse politiek te volgen. (..)
DilemmaJAN JAAP: Ik wil het graag hebben over de Nederlandse positie maar ook over onze eigen positie als IKV. Wat betreft de Nederlandse positie, ik denk dat Guido daar eigenlijk in grote lijnen gelijk in heeft. Echt doorslaggevend was een soort Atlantische traditie in het denken over veiligheidsvraagstukken. Heel doorslaggevend is in Nederland, dat de betreffende politici veel minder vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een sterke Europese component in de veiligheidspolitiek Dat wordt voor een deel ook ingegeven doordat dit tijdens de oorlog in Joegoslavië zo verschrikkelijk mislukt is. Dat we totaal niet in staat waren om een Europese politiek door te zetten wat ertoe bijgedragen heeft dat die oorlog maar door bleef zieken. Dus ook bij de mensen die meer een soort idealistische agenda voorstaan is het gebrek aan vertrouwen in een Europese alternatief toch tamelijk groot. De consequentie daarvan is, dat mensen als Max van der Stoel, iemand die ik erg respecteer, zich voorstander van een aanval op Irak verklaarden. Precies vanwege de verwachting dat daar inderdaad massavernietigingswapens zouden zijn. De combinatie van zo'n soort regime met het bezit van massavernietigingswapens was toch een heel erg gevaarlijke. Daarbij het gevoel dat de weg die de Fransen of Duitsers wilden bewandelen daar nooit iets aan op zou lossen. Ik denk dat dit zeker speelde. Bij het IKV hadden we daar een ingewikkeld standpunt over, dat is vervolgens verwoord en ontvangen op een manier die weer anders was dan dat genuanceerde standpunt. We hebben vooral naar voren willen brengen wat er eigenlijk in Irak speelde. Er was zo'n leus tijdens heel veel demonstraties: tegen de oorlog en tegen Saddam. Daar kon je het erg mee eens zijn maar vervolgens hadden wij het gevoel dat 'tegen de oorlog' wel op een heleboel manieren sterk was ingevuld, maar dat 'tegen Saddam' eigenlijk niet werd ingevuld, anders dan met een kreet. En daarbij hoorden wij onze Irakese gesprekspartners zeggen: 'Nou ja die demonstraties die tegen de oorlog, wij snappen wel waarom jullie dat gedaan hebben en wat jullie daar van vonden, maar bij ons werden ze gepresenteerd als demonstraties voor Saddam Hoessein. En dat is een kamp waar wij niet willen dat jullie bijhoren'. Dat zeiden dus onze Irakese partners tegen ons. Dat was een heel lastig dilemma. Waar we voor gekozen hebben is dat dilemma dan ook maar een dilemma te laten zijn en daar niet een oplossing in te bedenken waar we geen vrede mee konden nemen. Daarbij speelt dat het ook interessant zou zijn om eens een lijstje te maken van redenen waarom Frankrijk en Duitsland niet mee wilden doen aan de oorlog tegen Irak. Ik denk dat zo'n punt als olie dan opnieuw heel erg hoog scoort. Dat zuiver idealistische motieven een grote rol in speelde in het verzet, zeker bij Frankrijk, daar heb ik zelf echt heel grote twijfels bij. Wat België betreft vond ik het vooral heel moedig om als tamelijk klein land zo nadrukkelijk voorop te gaan lopen.DIRK: Caesar zei al dat de Belgen moeilijk waren. JAN JAAP: Precies. Het beeld dat daaruit naar voren kwam was dat idealistische of humanitaire motieven daarin wél een hele nadrukkelijke hoofdrol speelden. Onze beide landen kennen natuurlijk sterke tradities in de buitenlandse politiek die soms ongeacht de samenstelling van de regering in belangrijke mate worden voortgezet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het standpunt van een Nederlandse regering met de Partij van de Arbeid nou zo verschrikkelijk veel anders was geweest dan met het CDA. Ik denk zeker niet dat zo'n Nederlandse regering op dezelfde manier als België voorop had gelopen in het nadrukkelijk niet mee willen doen. Wat de Nederlandse regering eigenlijk wil is een soort van bij elkaar brengen van de eigen Atlantische traditie en oriëntatie, en een meer continentaal-Europese traditie. We willen daarin graag een tussenpersoon zijn.
Nieuw machtsblokDIRK: Ik definieer het verschil tussen België en Nederland een beetje sloganesk door te kijken naar de EU en de NAVO. In België zijn we koele minnaars van de NAVO en ons hart ligt bij de EU. En bij jullie 'entre les deux, notre coeur balance' (ons hart balanceert tussen de twee).Afhankelijk van de dossiers, weet ik vaak niet welke kant Nederland zal kiezen als er in Europa een standpunt moet bepaald worden waar de Verenigde Staten bij betrokken zijn. De ene keer zitten ze hier, de andere keer daar. Op een bepaald moment toen er in de Verenigde Staten nog een discussie bezig was tussen Rumsfeld en Powell om al of niet nog naar de Verenigde Naties te gaan voor een oorlogsresolutie, kwam mijn medewerker mij vertellen dat op dátzelfde moment Nederland zei: 'Dat is niet meer nodig, we hebben geen resolutie meer nodig'. Ik heb toen tegen mijn medewerker gezegd - ik ben een jurist hè - 'Hugo Grotius keert zich om in zijn graf'. Dat was 'du jamais vue' (nog nooit vertoond). Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Ik geloofde het niet eens. Ik zeg laat me het artikel zien hè. Hij is dan naar zijn bureau gegaan, persartikel gehaald. KAREL: (..) Is er echt sprake van een transatlantische tegenstelling? Dat zou betekenen dat de ontwikkeling tendeert naar een geopolitieke confrontatie tussen twee machtsblokken (Verenigde Staten en Europa) die in het meest extreme geval zelfs op een oorlog zou kunnen uitlopen. Ik ben eerder geneigd om de huidige situatie te zien als een overgangsfase naar de formatie van een nieuw transatlantisch machtsblok. Nederland is een mooi voorbeeld van het helder naar buiten komen van de huidige tegenstrijdigheden, maar op termijn zullen we naar zo'n nieuw blok toegroeien. Let wel, ik prijs het niet aan, ik zie het zelfs als een heel gevaarlijke ontwikkeling. Ik zeg alleen dat de huidige ogenschijnlijk intense tegenstellingen wel eens voornamelijk op het economische vlak zouden kunnen uitgevochten worden. En dat die interne machtsstrijd zich op een termijn van zeg twintig jaar afspeelt binnen een zich vormend transnationaal blok dat in feite alle eigenschappen zal hebben van het imperiale verleden van de Britten. Zo'n blok zal de axiomatische Wolfowitz doctrine overnemen die zegt dat er nergens te wereld een concurrerende macht mag ontstaan. Dat wil zeggen dat we regelrecht afstevenen op een confrontatie met China. Op korte termijn zie je in Nederland veel zichtbaarder een strijd tussen degenen die zien dat je meer bij de Amerikanen moet aansluiten en degenen die zich meer oriënteren op de Europeanen van het vasteland. Op termijn is dat alleen maar een overgangsfase en loopt het ook aan Europese kant uit op een meer robuust optreden zoals dat ook door de Nederlandse regering gesteund wordt. Ik zie dat ook op het gebied van de massavernietigingswapens ten aanzien van Iran. Het gaat enkel om het gezigzag tussen het Amerikaanse beleid dat erop wil slaan als het moet en de Europese diplomatie die probeert om met Iran een compromis te sluiten over haar kernwapenmacht. Maar in laatste instantie lopen die twee lijnen parallel. De Europeanen kunnen met droge ogen zeggen dat zij een vreedzaam beleid volgen met economische drukkingmiddelen. Maar historisch gezien zijn die natuurlijk net zo gevaarlijk als militair ingrijpen. Zie de geschiedenis rond Japan en de VS in de Stille Oceaan in de jaren veertig waarin economische druk uiteindelijk tot oorlog leidde. Zo kunnen de Europeanen nu tegen hun, inderdaad pacifistische, bevolking zeggen: "Jongens, wij doen alleen maar aan diplomatie en economie, en wij doen niet mee aan die gemene oorlog van de Amerikanen." Die hele Mars-Venus vergelijking, die is natuurlijk absurd als het gaat om dit soort machtsspelletjes.
InterventiegedachteDIRK: Als we naar de verschilpunten zoeken tussen Nederland en België dan moeten we allereerst kijken naar de relatie tussen Europa en de NAVO. Als ik het met een beeldspraak mag uitleggen, met excuus aan mevrouw de moderator, dan wil men in Nederland doorgaan met de NAVO als een klassieke huwelijksrelatie, dat wil zeggen met de VS in de rol van een sterk dominante man en de Europese lidstaten in die van de volgzame vrouw. Terwijl wij in België, althans de Belgische regering en grotendeels mijn partij, pleiten voor een lat-relatie. Dat wil zeggen dat wij de link met de Verenigde Staten en de NAVO niet volledig willen doorknippen. Maar wij willen dat er in die relatie ruimte kan zijn, zoals naar aanleiding van Irak, waarbinnen wij tegen de Verenigde Staten kunnen zeggen: "We zijn het niet eens met jullie analyse van de situatie in Irak om die en die reden. En als u daarmee voort wilt gaan, ja, dan zal het zonder ons zijn." Wij proberen binnen die relatie een sterke Europese poot te hebben om meer gewicht in de weegschaal te kunnen leggen tegenover de analyse, de diagnose en de receptuur die de Verenigde Staten voorstaan. Maar als men denkt dat men invloed heeft op de Verenigde Staten door, zoals Groot-Brittannië en Nederland braaf en volgzaam te zijn zonder enig effect, dan gaan we nog terecht komen in avonturen waar we niet goed van zijn. Tenslotte, als er iets is waar ik van baal, dan is het dat men ons, elke keer als we met onze kritiek kwamen ten aanzien van de Amerikaanse voornemens in Irak, in het kamp duwde van diegenen die Saddam steunden. Saddam is een vuile rotte dictator die weg moest. Er zijn helaas nog vele andere dictatoren waar niks aan gedaan wordt. Ons standpunt was en dat geldt ook voor Iran, dat het verleden al heeft getoond dat het niet werkt om binnen te vallen met troepen om een leider aan de kant te zetten en zo de democratie te installeren. Dat is een proces van jaren.LUDO: We zitten nu in een fase waarin de aard van het regime in Washington de verschillen doet verscherpen. Maar als we even terugkijken naar bijvoorbeeld de periode Clinton, dan zie je dat men het in de grond eens is over een aantal basisprincipes over het buitenlands beleid. Dan zijn die verschillen tussen Nederland en België en zelfs binnen heel Europa eigenlijk niet zo groot. Ik verwijs naar een andere oorlog, die in Kosovo, waar België die operatie ook heeft gesteund, hoewel er geen mandaat voor was. En na die bombardementen op de Balkan heeft men op de NAVO-top in Washington de situatie rechtgetrokken door te beslissen dat de NAVO voortaan ook zogenaamde niet-artikel 5 opdrachten kan uitvoeren, namelijk operaties buiten het grondgebied. Dus de interventiegedachte is geleidelijk geworteld in het buitenlands beleid of je nu Amerikaan bent of Belg of Nederlander. Daar is een redelijke consensus over, zie ook Afghanistan. Maar ik denk dat er wel andere manieren zijn om met die terreur om te gaan. Door zo'n interventie worden de zaken juist nog verscherpt, het terrorisme is sterker gemaakt. Ook bij de handelspolitiek, het hele neoliberalisme, zie ik niet meer dan accentverschillen. En kijk bijvoorbeeld naar Israël-Palestina, daar zie ik die scherpe houding die België dan misschien ten aanzien van Irak heeft aangenomen helemaal niet terugkomen. Terwijl daar in Gaza door het Israëlische leger kinderen vermoord worden wachten wij nog altijd op een veroordeling door onze minister van Buitenlandse Zaken.
- Veteranen tegen de oorlog -
"Het gaat niet om democratie en vrijheid"
Kelly Dougherty (26) heeft een jaar in Irak gediend als militaire politiesergeant(MP) in een eenheid van de National Guard. Eenmaal terug uit Irak sloot ze zich aan bij de anti-oorlogsbeweging. In juni 2004 bezocht ze de jaarlijkse conventie van Veterans For Peace in Boston. Daar ontmoette ze zes andere Irak-veteranen met wie ze de organisatie Iraq Veterans Against the War (IVAW) heeft opgericht. Nu spant ze zich in om een einde te maken aan de bezetting van Irak. |
|
VeeDee juni 1985
Gristenen"Volgens mij hoorde ik hem iets zeggen als 'dienstweigeraars zijn jonge mensen, 18 jaar. Ze willen niet leren doden in het leger. Want dat leer je in het leger. En als de heer Luns zegt dat de mens slecht is, dan kunnen wij dat niet geloven.'Dat mij deze onthulling geopenbaard werd ligt aan de afstandsbediening van de tv. Ik raas wat zenders langsop zoek naar vertier en weet meestal feilloos wat ik uit moet gooien. Dat is normaal gesproken de EO. Programma's daarvan herken je, zonder dat je vantevoren weet dat ze uitzenden,aan de benepen verwrongen gezichten en de bedompte pisgeur die onweerstaanbaar uit de kieren van je toestel lekt. Nu was het een jongerenprogramma. Ik hield het aan omdat ik Flip ten Cate meende te herkennen. Gewaardeerde radikaal van onze klup. Maar liefst in diskussie met de broer van de broer, een Gristelijke gespreksleider die de seniele reaktionair flankeerde, links drie eenzame dienstweigeraars en rechts 50 WA-ers van Constructief Jong Nederland, schat ik zo. De regie was zodanig dat elke orale uitscheiding van Luns goed overkwam, danig ondersteund door de claque van CJN-ers. Kortom, wij dienstweigeraars stonden daar mooi voor gek. Ik begrijp wel dat iemand als Flip niet tevreden is met het zeer beperkte medium VeeDee, laatst nog een hele pagina Vervolg, hierover geen kwaad woord, en gezwicht is voor het idee van een massapubliek. Van Gristenen dan wel, normale mensen kijken nieten vader haalt alleen als Gods eigen omroep omroept de buis uit de kast. Dus wat is er gewonnen? Misschien alleen het bewijs van één van de hoekstenen van het Gristelijk geloof, namelijk dat de mens slecht is. Als ik ze zo bij elkaar zie moet ik ze helaas, geloof ik, gelijk geven." Huub Sanders
Van damesbeweging en bewegende mannen"(..) Vrouwen zijn op verschillende manieren betrokken geraakt bij de anti militaristiese en vredesstrijd. (..) De grootste organisatie op dit moment [is] Vrouwen voor Vrede. Deze organisatie bestaat uit een landelijk secretariaat en autonome groepen door het hele land, die erg divers zijn in achtergrond, visie en aktiviteiten. De aanvankelijke bedoeling was vrouwen een plek te bieden voor een soort inhaalmanoeuvre die ze moest scholen in theorie, diskussiëren, akties verzinnen en doen. Na die periode zouden ze mee kunnen draaien in de gemengde beweging. Vrouwen gingen bij Vrouwen voor Vrede om deze en vele andere redenen: de afschuw van de dreiging van zoveel vernietigingskracht, en de wil om daar iets aan te veranderen; om anderen aan te sporen in verzet te komen; vanuit het gevoel hoedster van de aarde en het leven te zijn; vanuit haar moederschap het niet kunnen en willen accepteren dat de wereld met vernietiging bedreigd wordt; mannen willen wakker schudden uit hun machts- en oorlogsdromen. Onder invloed van de feministiese beweging veranderden de inzichten en doelen van Vrouwen voor Vrede. Het besef dat opheffing van de machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de samenleving een kwestie zou zijn van het verheffen van vrouwen tot het "nivo" van mannen, verschoof naar juist erop staan dat zogenaamd vrouwelijke waarden ook in het openbare leven meer erkenning krijgen. Voor veel Vrouwen voor Vrede zijn haar groepen een plek waar emansipatie en gestalte geven aan je vredesideaal samengaan. Daarnaast ontstonden er begin jaren tachtig ook binnen de anti militaristiese beweging aparte vrouwengroepen. Deels bestonden die uit vrouwen die ook in gemengde groepen aktief waren; deels uit vrouwen die uit andere delen van de vrouwenbeweging kwamen. De eerste kozen voor vrouwengroepen omdat werken met overwegend mannen de frustraties met zich meebrengt van moeilijk aan het woord kunnen komen, op sommige punten niet serieus genomen worden, van eenzijdig aangesproken worden op ondersteunend werk, weinig aandacht voor de emotionele kanten van het werk en jezelf, en omdat ze vinden dat vrouwen op een spesifieke manier betrokken zijn bij het antimilitarisme.Vanuit deze motivatie zijn vrouwen ook gaan wonen in vrouwenvredeskampen.
(..) Marjan Kuijs
|
Kenneth Pollack is een voormalige CIA-analist die in de jaren negentig onder president Clinton een belangrijke rol speelde in de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad. Daar was hij verantwoordelijk voor het Iranbeleid. Dat verklaart ook de zeer praktische functie van dit boek: namelijk het beïnvloeden van Amerikaanse beleidsmakers. Dat is op dit ogenblik interessant omdat een confrontatie met Iran over haar nucleaire programma in de komende maanden niet onwaarschijnlijk is.
De eerste elf hoofdstukken bestaan uit een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Iraanse geschiedenis. Die beschrijving valt weer in twee hoofddelen uiteen: de periode tot de Iraanse revolutie in 1979 en die daarna tot 2004, toen de eerste stappen naar de huidige confrontatie al waren gezet. Het eerste deel gaat na een verplicht uitstapje naar de geboorte van Perzië en de interactie met de koloniale mogendheden van de negentiende eeuw, vooral over de twintigste eeuw. Daarbij staat logischerwijs vooral de relatie met de VS centraal waarvan de voorgeschiedenis dient als verklaringsgrond voor de huidige politiek. Een steeds terugkerend element in Pollacks geschiedschrijving is de relatieve onschuld van de Amerikaanse politiek en de nationalistische obsessie van de opeenvolgende Iraanse regeringen. Dat geldt ook voor een van de duidelijkste voorbeelden van interventie na de Tweede Wereldoorlog, namelijk de coup tegen de nationalistische premier Mossadeq in 1953. Deze Amerikaanse operatie had vermeden kunnen worden als Mossadeq maar een ander beleid had gevoerd, stelt Pollack. Ook in de daaropvolgende jaren wordt de steun voor de Sjah, jarenlang de heerser van Iran, omschreven in termen die Amerikaanse verantwoordelijkheid minimaliseren, of wordt zelfs door Pollack beweerd dat de VS een rem was op diens ambities. Deze beeldvorming is van groot ideologisch belang voor de beleidsconclusies van het boek. Een hoofdstuk over de achtjarige oorlog (1980-88) met het Irak van Saddam Hoessein is nuttig omdat de invloed die deze episode heeft op de huidige machthebbers nogal eens wordt onderschat in de media.
De uitgebreide beschrijving van de recente geschiedenis is gebaseerd op een groot aantal publicaties en gedetailleerde kennis van zaken. Door Pollacks eenzijdige kijk verdwijnen de Amerikaanse belangen echter grotendeels uit zicht of worden afgedaan als een soort bijkomstigheid in de gebeurtenissen. Dat maakt nogal uit in het laatste deel van het boek, dat in essentie een beleidsadvies geeft als antwoord op de vraag: hoe kan Iran het beste onder druk worden gezet?
Dat is belangrijk voor degenen die vooral de actuele gebeurtenissen rondom Iran willen begrijpen. Bij een confrontatie met Iran zal de eerste vraag zijn of we te maken hebben met een simpele herhaling van de eerdere Amerikaanse aanvalsoorlog tegen Irak, dan wel een noodzakelijke en gerechtvaardigde reactie op het agressieve beleid van Iran. Dat laatste is zeker de visie van Pollack. Een kritische visie op de Amerikaanse politiek zal de lezer tevergeefs zoeken in dit boek. Het wordt gekenmerkt door een ideologische visie die alleen binnen strak afgebakende grenzen opereert. Die grenzen houden in dat zoiets als een Amerikaans imperiaal belang niet bestaat en dus ook niet besproken hoeft te worden.
Als Pollack bijvoorbeeld schrijft over een bepaalde wending in de Iraanse politiek, dan wordt die altijd verklaart uit een ingebouwde agressiepolitiek, een radicaal jihadistische politiek die streeft naar de export van islamitische revolutie. Als dat als een gegeven wordt aanvaard voor het verklaringsmodel, dan komen andere zaken niet meer aan de orde. Dat heeft weer tot gevolg dat de Iraanse politiek wordt gereduceerd tot een beheersingsprobleem: hoe kan Iran worden gepacificeerd? Tijdens de aanloop naar de vorige oorlog tegen Irak schreef Pollack ook een boek: The Threatening Storm. Dat was gebaseerd op de aanname dat Irak kernwapens zou aanschaffen. In een voetnoot geeft Pollack ruiterlijk toe dat hij zich 'vergist ' heeft. Deze korte zin is een duidelijke indicatie van de ideologische vooringenomenheid of wellicht blindheid van P. Het is merkwaardig als Pollack achteraf, met alles wat in het voorjaar van 2004 al bekend was, de immense misleidingcampagne van de VS regering om ons te overtuigen dat er Iraakse massavernietigingswapens waren, afdoet als een vergissing.
Om die reden moet de slotargumentatie van Pollack in het laatste hoofdstuk met de nodige argwaan, maar ook zorgvuldig worden gelezen. Daar zet hij immers systematisch de mogelijkheden uiteen om Iran onder druk te zetten. Dat zijn mengelingen van sancties en strafmogelijkheden als Iran niet inbindt op het terrein van vrede in de kwestie Palestina (het VS beleid volgen), export van terrorisme (geen ondersteuning van Hezbollah in Libanon) en het ontwikkelen van een atoombom (geen kernwapens, alleen nucleaire technologie die niet kan worden gebruikt voor kernbomontwikkeling). Pollacks recepten zijn gebaseerd op zijn ervaring in de Clinton regering toen de VS te geïsoleerd handelden. Wat voor combinatie van sancties en beloningen er ook worden bedacht, ze moeten in nauwe samenwerking met andere landen worden uitgevoerd. Daarmee verwijst hij naar coalities die hij noodzakelijk acht om het Iraanse beleid te beïnvloeden, waarbij opmerkelijkerwijs de steun van China en Rusland cruciaal zijn, maar tegelijkertijd twijfelachtig, in Pollacks visie. Interessant is dat Pollack erkent dat een grondinvasie van Iran een bijzonder slechte optie zou zijn omdat ze grote weerstand zou oproepen in Iran en dat luchtaanvallen niet de gehele nucleaire infrastructuur zouden uitschakelen. Een zelfstandige Israëlische luchtaanval houdt hij op militair-technische gronden voor onmogelijk. Daarom lijkt hij een sterke voorkeur te hebben voor een containment beleid, een mengeling van sancties en diplomatie die niet alleen gericht is tegen Iran zelf, maar ook allen die handel met haar drijven of daar investeren. Dat laatste is vooral voor de bondgenoten van de VS van belang: de EU voorop. De door Pollack gewenste lijn, om samen met de bondgenoten tegen Iran op te trekken is wellicht de belangrijkste conclusie, omdat die ook het dichtst in de buurt komt van het huidige beleid.
(KaKo)
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
| Invoer | Uitvoer |
|---|---|
| 1. China | 1. Rusland |
| 2. India | 2. Verenigde Staten |
| 3. Griekenland | 3. Frankrijk |
| 4. Verenigd Koninkrijk | 4. Duitsland |
| 5. Turkije | 5. Verenigd Koninkrijk |
| 6. Egypte | 6. Oekraïne |
| 7. Zuid-Korea | 7. Canada |
| 8. Verenigde Arabische Emiraten | 8. China |
| 9. Australië | 9. Zweden |
| 10. Pakistan | 10. Israël |
Een van de eerste stappen die Bush na 11 september nam was de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo tegen Pakistan, ooit ingesteld vanwege Pakistans nucleaire programma. Met uitzicht op militaire steun kochten de Amerikanen de broodnodige militaire en politieke steun van zelfbenoemd president Musharraf. Deze legerleider weet zich inmiddels al die tijd staande te houden tussen aan de ene kant Amerikaanse druk en aan de andere kant binnenlandse anti-Amerikaanse sentimenten. Een paar bomaanslagen op zijn persoon misten steeds op een haar na hun doel.
Een paar maanden geleden werd bekend dat Pakistan alsnog nieuwe F-16s van de Amerikanen mag kopen, nadat een eerdere bestelling in 1990 nog door Bush sr. werd afgeblazen. Gold toen nog als argument dat die gevechtsvliegtuigen kernbommen konden afwerpen, anno 2005 is dat kennelijk geen punt meer, ook al krijgen de Amerikanen en de IAEA nog steeds geen toegang tot 's werelds grootste kernwapenhandelaar, tevens volksheld nummer 1: Abdul Qadeer Khan. Overigens zullen ook Nederlandse bedrijven garen spinnen bij de F-16 order. Vooral Stork maakt een groot aantal onderdelen voor de F-16.
Een andere trouwe vriend van Amerika in de strijd tegen het terrorisme is Oezbekistan. De voormalige Sovjetstaat stelt niet alleen een luchtmachtbasis beschikbaar voor vluchten naar Afghanistan, ook laten de Amerikanen verdachten in Oezbekistan martelen om bekentenissen los te krijgen. Oezbekistan zag een en ander in 2003 beloond met 8,6 miljoen dollar aan 'militaire hulp' – gratis wapenuitrusting. Daarnaast verdiende de Amerikaanse wapenindustrie in 2003 33 miljoen dollar, betaald door Oezbekistan zelf. Dat het land wordt geleid door een volkomen megalomane dictator die mensenrechten op alle mogelijke manieren aan zijn laars lapt hoeft voor niemand een geheim te zijn. De Amerikaanse regering erkent dat nu zelf ook. De militaire hulp werd in 2004 bevroren. Of en welke consequenties het recente bloedige neerslaan van enkele opstanden in Oezbekistan zal hebben moet nog blijken.
Met een erg inzichtelijke opsomming per land laten de onderzoekers van het World Policy Institute zien hoe de VS na 11 september 2001 zijn buitenlandse politiek betaalt met gratis anti-terreurtrainingen en wapenhulp aan een hele zwik landen met een uiterst bedenkelijke reputatie. Het behoeft geen betoog dat de Amerikaanse boodschap van vrijheid en democratie daarmee weinig geloofwaardig is.
Bronnen:
SIPRI Yearbook 2005; 'Global Military Spending Shoots past $1 Trillion', Jurgen Hecker/AFP, 7 juni 2005;
'UK arms sales to Africa reach £1 billion mark', Anthony Barnett, The Observer, 12 juni 2005;
'Big shopper Delhi fuels arms race', Sujan Dutta, The Telegraph (India), 9 juni 2005.
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
In de documentaire zegt een voormalig medewerker van de Italiaanse gouverneur van Nassiriya dat van werkelijke opbouw door de militairen geen sprake is. Zij beperken zich tot het bewaken van pijpleidingen en olietransporten.
Dat was ook de indruk van de correspondent van het economische dagblad Sole 24 Ore. Onmiddellijk na de aanslag op de Italiaanse basis in Nassiriya, waarbij in november 2003 negentien Italianen de dood vonden, schreef hij dat de actie niet gericht was tegen het Italiaanse contingent maar tegen de ENI.
Bron: Algemeen Dagblad: 14.5.2005
De overeenkomst houdt in dat er een Australische militaire attaché bij het NAVO hoofdkwartier in Brussel wordt geplaatst. Die zal er voor zorgen dat de uitwisseling van inlichtingen op het gebied van contraterrorisme en proliferatie tussen Australië en de NAVO op poten wordt gezet. Tot nu toe werkte Australië op inlichtingengebied voornamelijk samen met de Verenigde Staten, onder andere in het afluisternetwerk Echelon.
Australië is nauw betrokken bij het door de VS geleide Proliferation Security Initiative (PSI) dat de wapensmokkel door landen als Noord-Korea moet tegengaan en interventie uitvoert om zwakke staten in de Stille Oceaan zoals de Solomon eilanden en Papua New Guinea overeind te houden.
Ook Israël hengelt naar een nauwere relatie met de NAVO en overweegt op langere termijn zelfs de aanvraag van het lidmaatschap. In februari was De Hoop Scheffer de eerste secretaris-generaal die een bezoek bracht aan Israël. Volgens Uzi Arad van het Israëlische Institute for Policy and Strategy is er een proces aan de gang waarbij de Israëlische regering samen met NAVO-functionarissen de mogelijkheden onderzoeken om de relatie te verdiepen. Van Israëlische kant zijn er een aantal konkrete ambitieuze voorstellen gedaan voor nauwere samenwerking. Een daartoe opgesteld gedetailleerd document bevat maatregelen op het gebied van contraterrorisme, proliferatie, militaire oefeningen, logistiek en ontwikkeling van wapensystemen. De Israëli zien het volgens Arad als een vorm van verzekeringspolitiek.
Overigens is de NAVO ook bezig kontakten te leggen met landen als Marokko, Tunesië, Algerije, Jordanië, Egypte en Mauretanië. Ook hier gaat het om gezamenlijke marineoefeningen en contraterrorisme en daarnaast om militaire hervormingen. Met sommige van deze landen zijn ook veiligheidsovereenkomsten getekend, het meest recent Marokko. De overeenkomsten maken het mogelijk dat geheime inlichtingen uitgewisseld worden. Alleen Egypte en Tunesië hebben tot nu toe geweigerd een dergelijk document te tekenen. Deze landen vertrouwen de bedoelingen van de NAVO in de regio niet.
Bronnen:
International Herald Tribune 3.3.2005
AFP 1.4.2005
"Het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren wordt erkend volgens de nationale wetten die de uitoefening van dit recht beheersen." Deze zin staat in artikel II-70, lid 2 van de Europese Grondwet, in het hoofdstuk over Grondrechten.
Maar hoe moet je dit lezen? In een maximalistische variant zou je kunnen zeggen: dienstweigeren wordt dus overal in de EU erkend en alle lidstaten mogen zelf in nationale wetten de uitoefening van het recht regelen. Nou is dat niet zo bijzonder, want alle lidstaten met militaire dienstplicht, hebben inderdaad een wettelijke regeling voor het weigeren op grond van gewetensbezwaren. Maar wat gebeurt er als een nieuw land wil toetreden tot de EU, maar geen nationale wetgeving heeft die het recht op dienstweigeren erkent? Dat is geen fictie, want het huidige Turkije is zo'n kandidaat. Kan dan de EU grondwet gebruikt worden om nationale wetgeving af te dwingen? Of geldt dan de minimalistische variant: als een lidstaat van de EU geen nationale wet heeft die het recht op dienstweigering regelt, bestaat er in die lidstaat geen recht. Ik vrees dat juristen de EU grondwet zo zullen lezen. Het doet een beetje denken aan de jarenlange situatie in Rusland, waar het recht op dienstweigeren (sinds 1993) in de grondwet stond, maar sommige rechters het recht aan dienstweigeraars niet wilden geven, omdat er geen relevante wetgeving was die het recht regelde.
Hetzelfde probleem doet zich voor in de lidstaten die geen militaire dienstplicht (meer) hebben, maar die ook geen wettelijke regeling hebben voor beroepsmilitairen die gewetensbezwaren hebben of krijgen.Dan praten we over minstens 10 lidstaten: België, Frankrijk, Hongarije, Italië, Luxemburg, Malta, Portugal, Slowakije, Spanje en Groot-Brittannië. Kunnen beroepsmilitairen in deze landen zich beroepen op de EU grondwet? Ik betwijfel het, want er bestaat in hun eigen land geen wettelijke regeling.
Als je bedenkt dat in de toekomst de vorming van een EU krijgsmacht vrijwel onvermijdelijk is (deze EU grondwet vormt daar ook de basis voor), dan roept het nog meer twijfel op. Als de EU verantwoordelijk wordt voor het inzetten van militairen, dan mag je hopen dat er uniforme Europese regels voor vrijstelling op grond van gewetensbezwaren komen, en dat het niet aan al dan niet bestaande nationale wetgeving wordt overgelaten.
Interessant is het om na het lezen van de Nederlandse tekst van de EU grondwet ook eens in andere talen te kijken wat er staat. Wat blijkt? Bij deze ene zin uit artikel II-70 zijn er opvallende verschillen. Dat is opmerkelijk, omdat de tekst waarschijnlijk integraal is overgenomen uit het al in 2000 vastgestelde Europees Handvest van grondrechten. Voor zover ik kan nagaan zijn de Duitse, Deense, Tsjechische en Nederlandse vertaling de enige die in artikel II-70, lid 2 expliciet de (militaire) dienstplicht noemen. In vele andere talen (alle Romaanse talen en het Engels) is alleen sprake van het recht op gewetensbezwaren, en niet expliciet gericht op het weigeren van de militaire dienstplicht.
Zo staat er in de Engelse versie: The right to conscientious objection is recognised, in accordance with the national laws governing the exercise of this right. Het is wel begrijpelijk, omdat in de Engelse taal conscientious objection vaak synoniem is met dienstweigering, maar in de Engelse versie staat geen verwijzing naar de militaire dienstplicht. Het zou hier dus ook om andere gewetensbezwaren kunnen gaan.Juist omdat het om een geclausuleerd recht gaat (het is erkend, volgens de nationale wetgeving) zie ik ook niet in waarom het grondrecht tot weigering van de militaire dienst beperkt zou moeten worden. In Nederland zijn nog vele andere wettelijke regelingen voor gewetensbezwaren (o.a. in het arbeidsrecht).
Overigens is om die reden de Nederlandse vertaling ook al opmerkelijk, omdat in de huidige Nederlandse wetgeving de term "dienstweigering", niet voorkomt, maar altijd gesproken wordt van "gewetensbezwaren tegen de vervulling van militaire dienst". Door deze woordkeuze zou je dus kunnen zeggen dat de Nederlandse vertaling zich niet beperkt tot militaire dienst, maar ook andere dienstweigering (bijvoorbeeld van een dienstopdracht van een werkgever) insluit.
Het roept de vraag op of er hier sprake is van toevallige interpretaties door de vertalers of van bewuste keuzes bij de vertalingen. Ik denk dat het om toevalligheden gaat. Het mooist is het verschil in te zien bij de Tsjechische en Slowaakse vertaling. De Slowaken volgen de Romaanse talen en het Engels en hebben het enkel over výhradu svedomia (gewetensbezwaren). De Tsjechen lijken zich op het Duits te baseren, want hier is toegevoegd odmítnout vykonávat vojenskou službu z duvodu svìdomí (weigering verrichting militaire dienst om reden van geweten).
Helemaal bont wordt het als je de Zweedse vertaling bekijkt: Rätten till vapenvägran skall erkännas enligt de nationella lagar som reglerar utövandet av denna rättighet.
Waar zijn de "gewetensbezwaren" gebleven? Je kan "recht op gewetensbewaren" (Engelse versie) toch onmogelijk vertalen met "recht op wapenweigeren" (Zweedse versie). Gezien de Zweedse dienstplichtwetgeving, waarin men - gewetensbezwaren of niet - gewoon voor een civiele variant van de militaire dienstplicht kan kiezen, is de Zweedse vertaalslag niet onbegrijpelijk, maar het is absoluut niet wat er in andere talen staat.
Hoewel vertaalproblemen niet een hoofdreden zijn om de hele EU grondwet in de prullenbak te gooien, blijft het toch opmerkelijk dat in dit artikel II-70, lid 2, zelfs in de drie hoofdtalen van de EU, een opvallend verschil zit. De Franse en Engelse tekst zijn identiek en reppen uitsluitend over het recht op gewetensbezwaren, maar de Duitse tekst over Das Recht auf Wehrdienstverweigerung aus Gewissensgründen is zeer expliciet: het gaat om gewetensbezwaren tegen de militaire dienstplicht. De weg naar de Europese eenwording is nog lang en de Franse slag zal nog vaak botsen met de Duitse degelijkheid.
Bart Horeman
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
Vrouwen voor Vrede Amsterdam organiseert ook dit jaar weer samen met andere vredesorganisaties de jaarlijkse herdenking van de atoombom op Hiroshima, dit jaar 60 jaar geleden. Onder de leus 'Weg met de kernwapens – geen Amerikaanse kernwapens op Europees grondgebied' wordt speciaal aandacht besteed aan de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europese NAVO-landen, waaronder Nederland.
Er zal een tentoonstelling en materiaal van diverse organisaties aanwezig zijn op de kraam. Daarnaast zullen er handtekeningen opgehaald worden, die op een later tijdstip aan de Nederlandse regering aangeboden zullen worden.
Er kan nog hulp gebruikt worden bij het ophalen van handtekeningen en bij bemensing van de stand. Hiervoor kan contact opgenomen worden met Tera Fopma van Vrouwen voor Vrede Amsterdam, telefoon: 020-6734535, email: terafv"at"xs4all.nl
13-16 september 2005
Protesten tegen wapenbeurs DSEi
Londen
Van 13 t/m 16 september wordt in Londen de DSEi gehouden, een van de grootste wapenbeurzen ter wereld. Wapenaankopers uit de hele wereld zijn er te gast, inclusief landen die op de Amnesty International-lijst staan van mensenrechtenschenders en anderen die erop horen te staan.
Op deze enorme wapenbeurs zullen aankopen gedaan worden door delegaties die enkele van de armste landen in Afrika en Azië vertegenwoordigen. Regeringen van rijke westerse landen en hun wapenfabrieken, zullen proberen om hen dure wapens te laten kopen in plaats het geld uit te geven aan onderwijs, ontwikkeling en medische zaken.
Bij dit tweejaarlijks evenement zullen ook diverse Nederlandse bedrijven aanwezig zijn. Bij de laatste beurs, in 2003, ging het ondermeer om Thales, EADS, Schelde, TNO en de Ministeries van Defensie en van Economische Zaken
Er worden grootscheepse protesten georganiseerd. Bij voldoende belangstelling zal de Onkruit Steungroep bus vanuit Nederland naar de protesten organiseren. Stuur voor meer informatie of voor aanmelding een mailtje naar onkruit"at"puscii.nl
Zie ook de websites www.dsei.org en www.contrast.org/onkruit
zo 10 jul 2005 t/m vr 15 jul 2005
Antimilitaristische wandeltocht 'Is Het Hier Oorlog?'
Wapserveen
Traditiegetrouw wordt er - als reactie op het hoge militaire gehalte van de Nijmeegse Vierdaagse - een antimilitaristisch initiatief georganiseerd.Per dag wordt zo'n 15 km gewandeld. Dit jaar in Drenthe, met De Hobbitstee als 'basiskamp'.. De Hobbitstee. Zelf tent meenemen, maar binnen slapen kan ook.. Org: Wandelgroep Is Het Hier Oorlog?. Info: 038-4653319. E-mail: a.ja"at"planet.nl.
Website: www.leefgemeenschapdehobbitstee.nl.
26 juli - 9 augustus 2005
Alle kernwapens de wereld uit! - 60 jaar Hiroshima
Voettocht van Ieper via Brussel naar Kleine Brogel
Deze zomer organiseert Voor Moeder Aarde een internationale voettocht waar honderden stappers worden verwacht in het kader van de 60ste verjaardag van het atoombombardement van Hiroshima en Nagasaki. Voor Moeder Aarde vraagt dat de kernmachten en de NAVO lidstaten werk maken van een verdrag voor een wereldwijd verbod op kernwapens zoals vastgelegd in het Non-Proliferatie verdrag.
We vertrekken op dinsdag 26 juli in de vredesstad Ieper en stappen via het NAVO hoofdkwartier in Brussel naar de geheime NAVO kernwapenbasis van Kleine Brogel. Langs de route zullen de stappers de burgemeesters om hun actieve steun vragen voor de internationale noodoproep van de Mayors for Peace. Met de Hiroshima herdenking op 6 augustus start een vredeskamp tot 9 augustus, de dag waarop het Nagasaki atoombombardement wordt herdacht.
Ieper wordt soms het Hiroshima van de Eerste Wereldoorlog genoemd. Op 22 april 1915 - 90 jaar geleden - werd in Ieper voor het eerst massaal gifgas ingezet toen 5700 flessen chloorgas werden opengedraaid. Ook daarna werd nog op grote schaal gifgas ingezet. Vandaag zijn chemische wapens bij verdrag verboden.
We plannen enkele geweldloze directe acties om de druk op te voeren voor ontwapening van kernwapens. Een actie gaat door op maandag 1 augustus aan het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel. In Kleine Brogel (6 tot 9 augustus) is er een vredeskamp waar groepen burgerwapeninspecties kunnen uitvoeren, informatiefolders geven aan de werknemers die de basis binnengaan, enz....
Je bent welkom om aan deze acties deel te nemen, zelfs als je niet de hele voettocht meestapt. Gedurende de rustdag op 31 juli en tijdens het vredeskamp in Kleine Brogel zijn er briefings en is er de mogelijkheid een training te volgen. Er zijn eveneens acties aan de NAVO en in Kleine Brogel voor mensen die geen arrestatie willen riskeren.
Praktisch
Je bagage hoef je niet te dragen, we zorgen voor een busje. Het gerenommeerde Federatie Kollektief Rampenplan uit Nederland zorgt voor uitstekende vegetarische en veganistische maaltijden. We kamperen, dus best jouw tent meebrengen. Voor drie biologische maaltijden, overnachting en deelname betaal je 10 euro per dag. Een zachte en democratische prijs. Alcohol en druggebruik wordt ontraden, terwijl huisdieren ook best thuisblijven. We stappen gemiddeld 25 km per dag. Schrijf je zo snel mogelijk in zodat de organisatoren een duidelijk beeld krijgen welke afspraken ze best maken i.v.m. kampeerplaatsen, voedselinkopen, afspraken met gemeentebesturen, enz.
Inschrijving op: www.motherearth.org/walk/
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina