Aangepast zoeken
Naar beginpagina Naar overzicht VD AMOKs
VD AMOK
Colofon
VD AMOK
VD AMOK
Copyright
Adres redactie en abonnementenadministratie
Redactie
Fotografen en illustratoren
Vormgeving
Drukker
Verder werkten aan dit nummer mee
Abonnementen
Advertenties
Sluitingsdatum volgend nummer
- Redactioneel -
Nette soldaten in geheime oorlogVoor het eerst sinds de jaren veertig, de dagen van de gewelddadige special forces van Raymond Westerling, zullen Nederlandse supersoldaten zich op grote schaal in een (smerige) geheime oorlog storten. Een jaar lang zullen 165 leden van het korps commando's en diverse speciale eenheden van de koninklijke mariniers in het kader van de operatie Enduring Freedom operaties gaan uitvoeren in het grensgebied van het oosten van Afghanistan. Ze krijgen bij hun jacht op groepen van Taliban en Al Qaida hulp van vier Chinookhelikopters en 85 bemanningsleden.Het gaat om een operatie die te groot is om een jaar lang geheim te houden. Toch leek het er op dat geheimhouding de bedoeling was van de regering Balkenende. Minister Kamp was als gevolg van onthullingen in De Telegraaf op zondag 27 februari uitgerukt naar het Tv-programma Buitenhof om daar zo besmuikt mogelijk te vertellen over 'nette soldaten' die vooral inlichtingen moeten gaan verzamelen zodat de Amerikanen de boeven kunnen pakken. Kamp wil nog steeds dat het geheim blijft wat er precies gaat gebeuren. Minder verhullend wordt de opdracht zoek en vernietig (search and destroy) genoemd. Tegelijkertijd had de regering na de berichten in De Telegraaf besloten de operatie in een korte brief aan de Tweede Kamer toe te lichten. Als het tot een debat komt zal het belangrijkste in het geheim worden gemeld aan de Kamerleden. Wat uit de brief duidelijk is geworden is dat de Nederlanders de Amerikanen terzijde gaan staan in een contraguerrillaoorlog. Het argument van de regering dat het hierbij gaat om nationale zelfverdediging op grond van artikel 97 van de grondwet is grotesk en absurd. Het gaat om een geheime oorlog in dienst van de Amerikaanse regering en het Amerikaanse opperbevel tegen een relatief kleine groep vijanden in een beperkt gebied. Dat is geen bedreiging van het Nederlandse grondgebied. De regering vreest dat deze strijdgroepen met het aanbreken van het voorjaar weer uit hun winterschuilplaatsen zullen komen. De Amerikanen willen de lente en de zomer gebruiken om deze groepen zoveel mogelijk te gaan vernietigen. Dus hoewel de datum van vertrek geheim is, zal dat in het vroege voorjaar (maart) gebeuren. Het is zeer de vraag of de Nederlandse aanwezigheid militair gesproken noodzakelijk is. Natuurlijk ontlast de inzet van bondgenoten Amerikaanse eenheden in de diverse oorlogen die zij voeren. Maar doorslaggevend is de politieke steun die de Nederlandse regering aan de Amerikaanse bewijst. De samenwerking geschiedt in een willekeurig bondgenootschap, de beruchte coalitie van bereidwilligen. Ofschoon de Amerikanen de officiële leiding van Enduring Freedom graag zouden overdragen aan de NAVO, zijn de NAVO-leden nog niet tot dat besluit gekomen en dat betekent dat het hier gaat om een bilaterale oorlog die niet wordt gelegitimeerd door een recent VN-besluit. De regering beroept zich op een VN-resolutie uit september 2001. De Nederlandse soldaten worden ingezet door een regering die graag mee marcheert in de voorste linies van de moderne Amerikaanse oorlogen. Nederlandse soldaten onderstrepen het belang dat Nederland hecht aan de imperiale politiek van de Amerikaanse regering. Niet alleen in Irak, maar over de hele wereld. Deze zet is dan ook niet zozeer een goedmakertje voor het terugtrekken van Nederlandse troepen uit Irak, maar een verdere ontwikkeling van de Nederlandse deelname aan de Amerikaanse oorlog tegen vermeend terrorisme. De regering had hetzelfde gedaan als Nederlandse troepen nog steeds in Irak hadden gezeten. Ondertussen is het zeer de vraag of dit het optreden is dat de Afghaanse bevolking het meeste nodig heeft. Rapporten die aan de NAVO-Assemblee zijn voorgelegd, vrezen niet zozeer de gewelddadige strijdgroepen die Afghanistan willen bevrijden van buitenlandse bezetters, maar vooral de oude krijgsheren die nu 'in papaverteelt' zijn gegaan en willen meedoen aan de parlementsverkiezingen van dit jaar. Een verkiezing zou hun verleden in de stembus witwassen of tenminste van een legitieme machtsbasis voorzien. Ook aan het stabiliseren van de parlementsverkiezingen zullen 750 Nederlandse mariniers en F-16s een bijdrage leveren. Dat gebeurt in het kader van NAVO-operatie ISAF die strikt gescheiden zou moeten blijven van de oorlog van Enduring Freedom. Dat is in de praktijk niet zo. Maar ISAF doet als het ware de politionele kant van het politieke project Afghanistan. Zij moeten rust en orde bewaken in vrij gemaakte gebieden. De commando's worden de oorlog ingestuurd en hoe geheim de operaties ook zijn, ook de misdaden, die onvermijdelijk zijn in zulke smerige oorlogen, zullen ooit bekend worden. Of het nu ging om Erik O. in Irak of Raymond Westerling in Indonesië, ook de bloedige avonturen van wat in de propaganda sneuvelgrage commando's uit het Brabantse Roosendaal worden genoemd, zullen aan het licht komen. Als de vredesbeweging niet kan voorkomen dat deze soldaten uitvliegen is het aan de pers te achterhalen wat zich in de Afghaanse bergen afspeelt. Zodat duidelijk wordt wat voor oorlogsbeleid de regering Balkenende voert. De redactie
- Noodwetgeving -
Remkes wil noodtoestand sneller uitroepenCrisisalarm! In Groningen stond een Europese ministerraad over het vreemdelingenbeleid op de agenda. Demonstranten hadden de stad op zijn kop gezet en tegelijkertijd speelde er een bezettingsactie in Rijswijk. Op vliegveld Eelde hadden demonstranten luchtballonnen opgelaten zodat vliegverkeer daar onmogelijk was. Hoe kon het ongehinderd invliegen van die ministers nog doorgang vinden? Kon dat vanaf Schiphol of een ander vliegveld? En hoe moest tegelijkertijd worden opgetreden tegen die bezetters in Rijswijk?Tot voor kort konden de bovenstaande gebeurtenissen het resultaat zijn van een dagje 'axie' voeren door de beweging en zouden de verantwoordelijke politieofficieren binnen niet al te lange tijd in onderling overleg met de plaatselijke autoriteiten 'oplossingen' voor deze openbare orde problemen hebben gevonden. Maar inmiddels is dit een geloofwaardig scenario geworden voor een geënsceneerde ramp waarbij de ministerraad met spoed bij elkaar wordt geroepen om zich te bezinnen op noodmaatregelen. Het scenario werd beschreven in NRC Handelsblad (21 juni 2004) en maakte onderdeel uit van een crisistraining voor ministers en staatssecretarissen. Minister van binnenlandse zaken Remkes wil deze oefeningen twee keer per jaar organiseren. In april komt er een hele grote in Amsterdam. Code Bonfire, zoals deze exercitie heet, is geen grapje meer. De oefening, waaraan duizenden mensen, waaronder een rampenstaf met burgemeester Cohen en een crisiskabinet met Balkenende zullen deelnemen, gaat uit van een fictieve terroristische aanslag op een plaats met veel publiek zoals een tunnel, een treinstation of een voetbalstadion. NRC vermeldde de Groningse oefening als voorbeeld ter gelegenheid van het uitbrengen van het Beleidsplan Crisisbeheersing 2004-2007 vorig jaar juni. Het plan van Remkes kondigt een aanzienlijke verscherping en centralisering aan van het instrumentarium aan crisis- en noodmaatregelen waarover de regering beschikt. Het is het resultaat van door de ambtenarij verwerkte schokkende ervaringen van 11 september, de Irak-oorlog, het bioterrorisme, de vogelpest, SARS, de stroomstoringen en ICT-incidenten. Remkes en de top van binnenlandse zaken hebben uit al deze rampen de conclusie getrokken dat herziening van het stelsel van noodmaatregelen noodzakelijk is. De huidige werkwijze is "onvoldoende voorbereid op nieuwe dreigingen," aldus de minister. "Het gaat over de vraag in hoeverre medewerking van iedereen op korte termijn kan worden afgedwongen."
Een opmerkelijke gang van zaken. Het van kracht zijnde stelsel van crisis- en noodmaatregelen is bepaald geen stoffig relict uit de Koude Oorlog. In de tweede helft van de jaren negentig is de hele wetgeving op dit punt grondig herzien, waarbij met name de rol van de militairen tijdens de verschillende vormen van noodtoestand is teruggedrongen en de mogelijkheid is geïntroduceerd om sectorgewijs noodmaatregelen te nemen. Bij deze Coördinatiewet Uitzonderingstoestanden zijn de Staat van Beleg en de Staat van Oorlog afgeschaft. Er bleven nog twee noodtoestanden over, de beperkte en de algemene noodtoestand. De noodtoestanden kunnen worden ingesteld bij Koninklijk Besluit, een besluit van de regering, dat in de praktijk genomen wordt in de ministerraad. De noodtoestand kan weer worden opgeheven door een gecombineerde vergadering van de Staten-Generaal, dus een vergadering van Eerste en Tweede Kamer samen. Beide noodtoestanden openen de mogelijkheid voor de regering om een reeks noodartikelen uit zeer diverse wetten (Lijst A en Lijst B) te activeren. De te nemen maatregelen kunnen vooral in het geval van de algemene noodtoestand zeer ver gaan tot aan evacuatie op grote schaal, censuur en internering van onwelgevallige elementen uit de bevolking.
Opzij schuivenWat willen Remkes en zijn staf gaan veranderen? Allereerst gaat het om een centralisatie van de doorzettingsmacht, zoals dat tegenwoordig wordt genoemd, in allerlei crisissituaties (dus niet alleen tijdens noodtoestand). Momenteel speelt de burgemeester van de gemeente waar ramp of crisis zich afspeelt nog een grote rol. Maar in de toekomst zal er een Regionaal Crisisbestuur (RCB) komen bestaande uit politie, brandweer en korpsbeheerders met als voorzitter een door het kabinet aan te wijzen burgemeester (meestal die van een grote stad). Dit krijgt een verregaand mandaat om besluitvorming over alle deelnemende gemeenten af te dwingen. De ambtelijke term hiervoor is 'opschaling', het gaat echter duidelijk om centralisatie van de macht in crisissituaties. De nota spreekt van een 'opperbevelhebbersrol' voor de voorzitter van het RCB. De minister van binnenlandse zaken krijgt op zijn beurt de bevoegdheid om tijdens crisissituaties deze voorzitter dwingende aanwijzingen te geven. "Als die er helemaal een potje van maakt, moet de minister het gezag aan de commissaris van de koningin kunnen overdragen," aldus Remkes. Het komt er dus op neer dat bij terreur en andere grote rampen de minister de mogelijkheid krijgt om de lokale autoriteiten opzij te schuiven. Van bijzonder belang omdat tijdens de episode rond de moord op Theo van Gogh er al grote ruzie is geweest met de burgemeesters van Amsterdam en Den Haag.Vervolgens moest het afkondigen van de noodtoestand eenvoudiger worden gemaakt. Volgens Remkes is de huidige noodwetgeving gebaseerd op oorlogswetgeving. Zoals we zagen is dit een dubieus argument omdat dit aspect er nu juist tijdens de wetswijziging van de jaren negentig uit is gehaald. De minister is echter van mening: "Tussen het normale bestuurlijke instrumentarium en die op oorlogswetgeving gebaseerde noodtoestand moet iets komen dat bestuurlijk ingrijpen eenvoudiger maakt." Het middel daartoe wordt het instellen van Ministeriële Beleidsteams (MBT), van vakministers op wier terrein het crisis is en met als voorzitter meestal de minister van binnenlandse zaken. De voorzitter van het MBT zal gemachtigd worden om sectorspecifiek noodwetgeving gecoördineerd in werking te kunnen stellen. De voordracht hiervoor gaat lopen via de minister-president. Het verschil met de huidige situatie is dus dat de ministerraad als geheel wordt omzeild bij het nemen van de cruciale beslissing. Op de juridische uitwerking hiervan wordt nog gestudeerd. Het zal wel een vorm van mandatering worden, een figuur die ook bij het regelen van de activiteiten van geheime diensten uiterst populair is geworden. Om allerlei sectorale en regionale autoriteiten tijdig op de hoogte te stellen van de geldende fase in de noodtoestand en de daarbij behorende maatregelen zal een alerteringsysteem worden ontwikkeld. Ook het bedrijfsleven zal daarbij worden ingeschakeld. Dit systeem zal worden afgestemd op het NATO Crisis Response System (NCRS). Voor de 'doorzetting' op lokaal niveau valt men in geval van nood terug op een fossiel uit de zwartste tijd van de Koude Oorlog, namelijk het instituut van de Rijksheren. De rijksheren waren plaatselijke notabelen zoals de directeur van de Kamer van Koophandel, de voedselcommissaris, de hoofdingenieur van Rijkswaterstaat, de regionaal militair commandant en de hoofdofficier van justitie. Weinigen zullen nog van het bestaan van dit college weten. De nota crisisbeheersing stelt: "Tijdens de Koude Oorlog vormde het overleg van rijksheren het decentrale forum onder leiding van de Commissaris van de Koningin voor maatregelen in het kader van civiele verdediging. Het overleg bestaat formeel nog steeds. In het recente Wetsontwerp inzake modernisering van de noodwetgeving van de ministeries van Verkeer en Waterstaat en van EZ wordt de rijksheer opnieuw gepositioneerd en oefent hij volgens mandaat de bevoegdheden uit die op grond van noodwetgeving aan een minister zijn toegekend." De rijksheren hebben hun eigen plannen en bevoegdheden en de bovengenoemde plaatselijke crisiscomités RCB's zullen een afstemmingsplicht krijgen ten aanzien van deze figuren. Men ziet de plaatselijke junta's al voor zich.
Derde RijkDe hoofdredacteur van Het Friesch Dagblad, één van de laatste kranten in Nederland die geen onderdeel is van een groot mediaconcern, gaf op de plannen een fel commentaar. Omdat het aan duidelijkheid niets te wensen overlaat en niet afkomstig is uit linksradikale of antimilitaristische, maar eerder uit behoudend christelijke hoek, citeren wij het hier uitgebreid:"De nieuwe wetten om het terrorisme te bestrijden betekenen niet alleen dat de overheid vaker dan vroeger iets zal willen weten van de activiteiten, gangen en contacten van burgers. Ook zeer wezenlijke grondrechten kunnen tijdelijk buiten werking worden gesteld. Als het nieuwe waarschuwingssysteem dat er volgende jaar komt de hoogste staat van paraatheid aangeeft, kan de overheid besluiten dat de vrijheid van betoging, van meningsuiting of de bewegingsvrijheid worden beperkt. Feitelijk komt het erop neer dat gedurende zo'n periode de regering, met aan het hoofd de nationale coördinator veiligheid [de heer Joustra, een soort terrorisme-tsaar die zowel onder de minister van justitie als onder die van binnenlandse zaken valt – KK] , over dictatoriale bevoegdheden beschikt. "Het in noodsituaties verlenen van dictatoriale bevoegdheden aan bewindslieden kent grote gevaren. De geschiedenis van de vestiging van het Derde Rijk in Duitsland voor de Tweede Wereldoorlog levert voor deze stelling een huiveringwekkende onderbouwing. Hitler gebruikte instrumenten die de democratie hem bood om de democratie buiten werking te stellen. Een dag na de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 – die werd gekenschetst als een daad van communistisch terrorisme – werd een noodwet aangenomen, die opschorting van grondrechten inhield. In het kielzog van de noodwet werd op 24 maart 1933 een Ermachtigungsgesetz aangenomen, dat de regering volmachten gaf om in geval van nood buiten het parlement om maatregelen te nemen. Zo werd het Derde Rijk twaalf jaar lang op een permanente uitzonderingstoestand gegrondvest." (..) "Als de hoogste staat van paraatheid in het nieuwe waarschuwingssysteem wordt bereikt, zullen de uitzonderlijke bevoegdheden ongetwijfeld in veilige handen zijn bij een overtuigd democraat en verdediger van de rechtsstaat als minister Donner is. Maar wat gebeurt er als er ooit – misschien over vele tientallen jaren – mensen aan het bewind zijn die andere gedachten koesteren over het nut van sommige grondrechten?" De Tweede Kamer heeft tot nu toe uiterst lakoniek gereageerd op deze ontwikkelingen. Het grootste deel ervan moet nog dit jaar in wetsontwerpen worden omgezet. Hopelijk zullen de parlementariërs zich dan opwerken tot een wat hogere alerteringsfase. Kees Kalkman
- Referendum -
Grondwet Nee komt op stoomAls de perikelen rond het Referendum voor een Europese Grondwet maatgevend zijn voor het democratische gehalte van de Europese Unie ziet de toekomst van de volksvertegenwoordiging er somber uit. Om te zorgen dat de volksraadpleging de gewenste uitkomst krijgt heeft de Nederlandse regering anderhalf miljoen euro gereserveerd voor een ja-campagne. Dat geld zal worden ingezet als tegenstanders van de Grondwet teveel invloed lijken te gaan winnen. Media die te veel aandacht aan de tegenstanders besteden kunnen met 'corrigerende' interviews en artikelen worden benaderd. Het kabinet ziet de tv-programma's Hart van Nederland en RTL Nieuws als belangrijke podia. Ook regionale kranten en bladen als Metro, Spits, Libelle, Panorama en Boer en Tuinder zijn volgens de regering zeer geschikt voor het uitventen van de kabinetsboodschap. Intensief onderzoek moet het kabinet informeren hoe de burger het best te beïnvloeden is.Na ophef in de pers over dit voornemen hebben enkele parlementsleden bezwaar aangetekend tegen het bestemmen van overheidsgeld voor kiezersbeïnvloeding. Staatssecretaris Nicolai heeft daarop aangegeven dat de regering er 'nog op terug zal komen' en 'de Kamer erin zal kennen.' De meerderheid van het parlement lijkt hier genoegen mee te nemen. Intussen is een referendumcommissie ingesteld. Deze moet onder meer een objectieve samenvatting van de Grondwet gaan verspreiden onder de Nederlandse burgers. Hoe een 'objectieve samenvatting' eruit zal zien is een interessante vraag. Informatief is wat dat betreft de peiling die wordt ingezet om de steun voor de Grondwet aan te tonen. De regering heeft een bureau ingehuurd om burgers te vragen of en zo ja wat ze gaan stemmen bij het referendum op 1 juni. Bijna de helft van de mensen die willen gaan stemmen verklaren in eerste instantie nog niet te weten of ze voor of tegen zullen stemmen. Bijna 30% verklaart voor en 20% tegen de EU grondwet te zullen gaan stemmen. Maar daar weet het bureau wel raad mee: de ondervraagden krijgen een korte 'objectieve' toelichting op de EU grondwet die luidt als volgt: "Het Europees grondwettelijk verdrag is voor het grootste deel gebaseerd op bestaande Europese afspraken aangevuld met een aantal nieuwe bepalingen. Voorbeelden van zaken die in het Europees grondwettelijk verdrag worden geregeld zijn dat de besluitvorming in de EU wordt vereenvoudigd en de bevoegdheden van het Europees Parlement worden uitgebreid. Nederland behoudt echter het vetorecht over een aantal belangrijke onderwerpen. Daarnaast worden in het verdrag belangrijke grondrechten vastgelegd voor de burgers van de EU en wordt er geregeld dat er meer zaken Europees aangepakt worden, zoals asielbeleid en terrorisme." Met geen woord rept de toelichting over negatieve aspecten van de Grondwet, zoals het besluit tot grotere Europese bewapeningsuitgaven. Blij kan de Rijksvoorlichtingsdienst nu dan ook melden dat het aantal potentiële voorstemmers 59% bedraagt. Deze verdubbeling komt hoofdzakelijk omdat de mensen die nog niet wisten wat ze zouden stemmen nu positief tegenover de Grondwet staan. (Zie www.regering.nl). Hele andere resultaten geeft de peiling van Maurice de Hond (www.peil.nl). Op de vraag: "Als u gaat stemmen (bij een referendum over de nieuwe Europese Grondwet) wat denkt u dan te gaan stemmen?" antwoordt eind januari 31% voor te gaan stemmen tegen 34% tegen. Ook De Hond houdt een tweede peiling. Niet na een eigen toelichting op de Grondwet, maar door de feiten te laten spreken. Hij houdt een tweede peiling na het Spaanse referendum. Veel mensen hebben daarover in de krant gelezen en de verwachting is dat de uitkomst in het ene land die in het andere land beïnvloedt. Misschien is van invloed geweest dat een week voor het referendum nog 90% van de Spanjaarden zei geen flauw idee te hebben wat er in de Grondwet staat. Desondanks gaat toch nog 42% van de Spanjaarden stemmen. Dat is de laagste verkiezingsopkomst sinds 1978 toen de democratie in Spanje is heringevoerd. Maar de uitkomst is positief: 77% van de kiezers voor de Grondwet gestemd. Toch blijken de bedenkingen bij de Nederlanders alleen maar toegenomen, want het aantal potentiële voorstemmers nam licht af tot 29% en het aantal tegenstemmers groeide fors tot 42%. Blijkbaar kan het nog alle kanten opgaan, stelt De Hond vast. Laten we het hopen.
AlleingangOok Europarlementariërs zetten zich in om de publieke opinie te beïnvloeden. Zij hebben een Reaction Force ingesteld om onware berichten te bestrijden die over de Grondwet in het nieuws komen. Als voorbeeld van zo'n onwaar bericht noemen ze de bewering dat 'de Grondwet zal leiden tot een nieuw militair bondgenootschap'. Nu staat er in het Verdrag van Maastricht, dat in de Grondwet wordt opgenomen, dat de EU "vastbesloten is een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid te voeren met inbegrip van een gemeenschappelijk defensiebeleid, dat mettertijd tot een gemeenschappelijke defensie zou kunnen leiden." Verder wordt in de Grondwet een Europees Defensie Agentschap opgericht (zie ook vorige VD AMOK) dat materieelbeleid en militaire productie in de EU moet gaan stroomlijnen. Er wordt gewerkt aan een Europese commandostructuur, en er worden stappen gezet om budget vrij te maken voor Europees militair onderzoek.De Duitse Bondskanselier Schröder beantwoordt het charmeoffensief van Bush richting Europa met de mededeling dat de NAVO "niet meer de primaire plaats is waar de transatlantische partners hun strategische voorstellen consulteren en coördineren" nu Europa in toenemende mate aan gewicht wint. De Bondskanselier vindt dat de verhoudingen binnen de NAVO aan herziening toe zijn. Daar zou een commissie van NAVO- en EU-vertegenwoordigers voorstellen voor moeten ontwikkelen. De Franse president Chirac voelt wel voor het plan, maar onze eigen Jaap de Hoop Scheffer, in zijn rol als secretaris-generaal van de NAVO, haast zich tegen de Amerikanen te verklaren dat de NAVO nog steeds 'zeer vitaal' is. Het is echter duidelijk dat de strijd om meer Europese militaire invloed nog volop wordt gestreden. Deze is mede ingegeven door de Amerikaanse alleingang maar ook door groeiende ambities van Europese leiders. Een nieuw militair bondgenootschap zal de EU niet worden, maar aan een sterke Europese militaire macht wordt hard gewerkt. Dat Europarlementariërs zwaar in de Grondwet geloven hoeft geen verwondering te wekken: de EU is hun boterham, en misschien ook wel een beetje hun droom. Maar het Europees Parlement is een uitermate machteloos orgaan. De dienst in Europa wordt uitgemaakt door de Europese Raad (dat zijn de ministers en premiers van de EU-landen) en door de Europese Commissie (benoemde ambtenaren met een zware de agenda bepalende macht). Het Europees Parlement is eigenlijk een beetje franje, al denken ze daar zelf graag anders over. Willen burgers invloed uitoefenen in Europa, dan kunnen ze dat het beste doen door het Europese beleid van hun regeringen te controleren via nationale volksvertegenwoordigers. Directe invloed op het Europees beleid heeft de gewone burger nauwelijks. Voor lobbyisten van grote bedrijven, bijvoorbeeld van de Europese wapenindustrie, ligt dat anders: die hebben geld genoeg om grote kantoren te onderhouden in Brussel, en hebben direct toegang tot de Europese Commissie. Ze worden bijvoorbeeld regelmatig uitgenodigd als inspreker bij Commissievergaderingen. Het behoeft dan ook geen verwondering dat de nieuwe industriecommissaris van de Commissie, Günter Verheugen, heeft aangekondigd zich te gaan inzetten om de Europese defensie-industrie 'concurrerender' te maken omdat het "traditioneel is uitgesloten van vele voordelen van Europees beleid." Het plan is om nog voor de zomer met een set van maatregelen te komen om "obstakels voor handel en productie in de militaire sector" op te ruimen. Dan kan de concurrentie met de Amerikaanse wapenindustrie beter worden aangegaan. Wendela de Vries
- Midden-Oosten -
IRAN: DE KANONNEN VAN AUGUSTUSDe Kanonnen van augustus is de titel van een boek van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman waarin zij de onmiddellijke aanloop naar het begin van de Eerste Wereldoorlog beschrijft. Cruciaal in die aanloop was de onomkeerbaarheid van de mars naar oorlog. Toen de belangrijkste landen ultimatums uitspraken en zich mobiliseerden, was het pad naar oorlog onherroepelijk ingeslagen. Wie vandaag naar de sluimerende crisis in Iran kijkt, komt al snel tot de conclusie dat zo een oorlogsmachinerie ook hier op gang kan komen.Zoals bekend is Iran door de regering van president Bush gedefinieerd als een 'schurkenstaat'. De beschuldiging berust op de steun die Iran zou geven aan radicale islamitische groeperingen in Libanon en Palestina, en vooral op de plannen die het zou hebben om kernwapens te maken. Volgens het door Iran ondertekende Non-proliferatie Verdrag (NPV) mag geen enkele niet-kernwapenstaat en ondertekenaar van het verdrag kernwapens ontwikkelen. Al vanaf 2003 wordt echter beweerd door een reeks bronnen, vaak verbonden aan de Amerikaanse of Israëlische inlichtingendiensten, dat Iran bezig is kernwapens te bouwen. De IAEA, het Internationaal Atoom Energie Agentschap dat in opdracht van de VN moet controleren dat landen geen kernwapens ontwikkelen, heeft echter geen bewijs gevonden voor die stelling. Het hele debat moet in het licht worden gezien van de recente oorlog tegen Irak, waarbij het vermeende bezit van massavernietigingswapens door Irak een reden zou zijn geweest om dat land aan te vallen. Deze rationale bleek vals omdat er in niet geringe mate met de bewijsvoering is geknoeid door zowel (delen van) de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten als door de politici die deze bewijsvoering aanvoerden als casus belli om een aanvalsoorlog te voeren. Om die reden is er in het geval Iran sprake van enige terughoudendheid, vooral aan Europese kant. Zelfs de Britten zullen niet snel hun beleid laten afhangen van Amerikaanse inlichtingenbronnen.
Dubbelzinnigheid van NPVEr is ook sprake van een grote mate van dubbelzinnigheid bij Iran. Dat heeft er alles mee te maken dat het door bijna de hele wereld (behalve de 'onofficiële' kernwapenstaten India, Pakistan en Israël) ondertekende NPV weliswaar het bezit van kernwapens en kernwapentechnologie verbiedt, maar tegelijkertijd garanties geeft voor de toegang tot kernenergie.Dit is de kern van de afspraken in het verdrag: de bestaande vijf 'erkende' kernwapenstaten (VS, Rusland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China) mogen tijdelijk kernwapens houden (maar moeten werken aan nucleaire ontwapening volgens art. 6) terwijl de rest van de wereld geen kernwapens mag ontwikkelen (art. 1 en 2), maar wel kernenergie (art. 4). Door echter kernenergie toe te staan, en zelfs aan te moedigen, wordt de basis voor een nieuwe kernwapenwedloop gelegd, aangezien de technologie om kernenergie op te wekken deels hetzelfde is als het proces om bommen te maken. In de propagandastrijd om Iran wordt door lekken naar de Amerikaanse media steevast beweerd dat Iran kernwapens heeft of binnenkort zal krijgen. Iran werpt tegen dat het gaat om legitieme activiteiten onder het NPV. In feite hebben de IAEA inspecteurs de Iraanse regering verschillende keren betrapt op het geven van onvolledige informatie, vooral in verband met de opwerkingscapaciteit van haar verrijkingstechnologie. Deskundigen vermoeden dat Iran in ieder geval de mogelijkheid heeft om op relatief korte termijn kernwapens te bouwen. Daarnaast wordt gesteld dat het ook al een aantal draagsystemen voor zulke wapens bezit: raketten geschikt om zowel conventionele explosieven als kernkoppen naar een doel honderden kilometers verderop te dragen. Het is echter onwaarschijnlijk dat die raketten inderdaad in staat zijn om kernkoppen te dragen (de zogenaamde weaponisation). Waarschijnlijk vooruitlopend of reagerend op de reeks dreigementen van zowel de VS als Israël om de Iraanse nucleaire installaties aan te vallen, heeft Iran een deel van die apparatuur ondergebracht in ondergrondse tunnels. Deze zijn zodanig ingericht en bewaakt met luchtafweersystemen dat militaire experts denken dat het onmogelijk is om de installaties vanuit de lucht volledig te vernietigen.
Media-campagneDe volgende situatie doet zich dus voor: Iran heeft een complex van opwerkingsfaciliteiten (ultracentrifuges) en een nucleaire reactor, beide geschikt om eventueel kernwapens te produceren. Aangezien er geen publieke duidelijkheid bestaat over het bestaan van een kernwapenprogramma, leent deze situatie zich voor het soort media spinoperaties die een paar jaar geleden de aanloop vormden voor de oorlog tegen Irak.De meest gebruikte truc in deze media-oorlog is het door elkaar halen van de begrippen 'nucleaire technologie' en kernwapens. Bewust of onbewust wordt er al bijzonder vaak verwezen naar het nucleaire programma van Iran, of zelfs de kernwapens van Iran, zonder dat de boven beschreven nuanceringen worden genoemd. Dat is geen onbeduidend misverstand: het is immers niet onwaarschijnlijk dat een deel van de Amerikaanse politiek – de zogenaamde 'neoconservatieve' vleugel vertegenwoordigd door vice-president Cheney – het politieke doel heeft om Iran aan te vallen. Het doet er in hun visie niet of nauwelijks toe dat Iran kernwapens heeft. In hun ogen is Iran een symbool van het 'ondemocratische kwaad' dat vernietigd moet worden. Zij veronderstellen dat een aanval op Iran zal leiden tot de omverwerping van het theocratische regime. De invloed van deze neoconservatieve vleugel in de Amerikaanse politiek is de beslissende factor in deze calculatie. Er is nog een oorlogsmechanisme: de rechtervleugel van de Israëlische politiek en de mate waarin die een aanval op Iran kan afdwingen. Zo'n aanval werd in 1981 ook uitgevoerd, toen Israëlische vliegtuigen de Iraakse reactor in Osirak aanvielen. De binnenlandse politieke situatie in Israël is hier van groot belang. Zelfs het beperkte ontruimingsplan van premier Sharon van de bezette Gazastrook zou wel eens extreme interne oppositie van de kolonisten tot gevolg kunnen hebben. In een toestand van grote binnenlandse oppositie, die zelfs delen van het Israëlische leger kan raken, zou het wel eens aantrekkelijk kunnen zijn om een buitenlands avontuur te beginnen. In het debat over de kansen op zo'n militaire interventie wordt vaak verwezen naar de relatieve onmacht van het Amerikaanse leger. Dat zit immers grotendeels vast in Irak. Het mobilisatiesysteem van de Nationale Garde en de reservisten is door de voortdurende opstand daar zo uitgerekt, dat de Amerikaanse politieke basis voor de voortgezette bezetting van Irak onder grote druk staat. Een keuze voor een landoorlog tegen Iran is dus op zijn minst een groot probleem. Een luchtaanval omzeilt de menskrachtproblemen en vermijdt ook de versterking van de binnenlandse oppositie in de VS. Zo'n aanval kan worden uitgevoerd, ook als men weet dat dit de ondergrondse nucleaire infrastructuur nooit kan vernietigen. Intussen wordt er nog steeds gezocht naar een politieke oplossing. De drie belangrijkste landen van de Europese Unie (VK, Frankrijk en Duitsland) volgen met steun van de EU een onderhandelingsstrategie bedoeld om meer concessies van Iran los te krijgen die afdoende zijn om de Amerikaanse politiek tevreden te houden. Maar of dat lukt hangt niet alleen af van de toegeeflijkheid van de Iraanse regering, die stelt dat ze niet meer doen dan toegestaan onder het NPV. Aan de andere kant is er de Amerikaanse en Israëlische politiek die eisen kan stellen waarvan van tevoren bekend is dat ze niet worden ingewilligd. In dat geval is het pad via de Veiligheidsraad niet meer dan een opmaat naar oorlog. De Nederlandse anti-oorlogsbeweging moet bijzonder goed nadenken over haar positie in deze zaak. Het is zaak om zowel tegen een nucleair bewapend Iran stelling te nemen, als tegen de plannen om deze met een nieuwe oorlog te bestrijden, ten dienste van de Westerse en Israëlische belangen in het Midden-Oosten. Karel Koster
- Bombspotting 2005 -
Meer kernwapens in Europa – meer aktieUit een recent uitgekomen rapport van de Amerikaanse organisatie Natural Resources Defence Council (NRDC) blijkt dat er hoogstwaarschijnlijk veel meer Amerikaanse kernwapens in Europa liggen opgeslagen dan werd gedacht. Het zou gaan om 480 kernwapens op acht luchtmachtbases. Twintig daarvan zouden liggen op de Vliegbasis Volkel in Noord-Brabant.Akties tegen deze kernwapenopslag gaan ondertussen door. Speerpunt dit voorjaar is zaterdag 16 april, wanneer op drie plaatsen in België burgerinspecties plaatsvinden onder de titel 'Bomspotting 2005'. Anti-kernwapenactivisten zullen de vliegbasis Kleine Brogel, waar Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen, het politieke hoofdkwartier van de NAVO in Brussel en het militaire hoofdkwartier van de NAVO, SHAPE in Bergen (Mons), aandoen.
Kernwapens in Europa
Dat er al tientallen jaren in NAVO-verband Amerikaanse kernwapens in Europa liggen opgeslagen is algemeen bekend. Over de exacte locaties worden van officiële zijde weliswaar geen mededelingen gedaan, maar onderzoekers en activisten hebben deze inmiddels weten te achterhalen (zie kaartje). Ook is er een aantal bases waar geen kernwapens (meer) liggen opgeslagen, maar die de infrastructuur daarvoor nog wel hebben.Over de opslag van kernwapens op de Vliegbasis Volkel heeft dit blad al meerdere malen geschreven. Deskundigen gingen er tot nu toe van uit dat in de opslagkluizen (de zogenaamde WS3-vaults) maximaal twee kernwapens konden liggen, en dat meestal de helft daadwerkelijk in gebruik zou zijn. Uit het NRDC-rapport blijkt nu dat er vier kernwapens in één kluis kunnen. Op Volkel, waar elf kluizen aanwezig zijn (waaronder een lege voor trainingen), zouden dan ook geen tien maar twintig atoombommen liggen opgeslagen. Aan de ene kant is dit opzienbarend nieuws, getuige ook de belangstelling van pers en politiek voor het rapport, aan de andere kant maakt het voor anti-kernwapenactivisten weinig uit. Tien of twintig kernwapens, elke bom is er één te veel. Akties gaan dan ook gewoon door, daarover later meer. Een andere onthulling uit het rapport is dat in Nederland op twee militaire oefenterreinen kernwapeninzet geoefend wordt: de Vliehors (Vlieland) en de Noordvaarder (Terschelling).
Dubbele standaardIn het rapport wordt erop gewezen dat er steeds minder Amerikaanse kernwapens opgeslagen liggen op bases onder hoede van de luchtmacht van het gastland. Dit is nog slechts het geval in Nederland, België, Duitsland, Italië en Turkije.Diverse keren is in de pers melding gemaakt van het feit dat de Verenigde Staten, bij monde van de militaire bevelhebber van de NAVO, Generaal Jones, eigenlijk alle tactische kernwapens uit Europa wil terughalen omdat ze geen enkel militair doel meer zouden dienen. Hij stuit daarbij echter op tegenstand van sommige politieke leiders in de NAVO. Landen waar kernwapens gestationeerd zijn zouden bang zijn flink aan invloed binnen de NAVO in te boeten wanneer deze wapens weggehaald worden. Al met al blijft het zorgelijk dat de NAVO bijna een derde van het aantal kernwapens in Europa geoormerkt heeft voor gebruik door luchtmachten van niet-nucleaire NAVO-lidstaten, een schending van het belangrijkste grondbeginsel van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV). De kernwapens blijven formeel onder hoede van de Verenigde Staten totdat de Amerikaanse president ze vrijgeeft voor gebruik. Ondertussen worden de niet-kernwapenstaten wel voorzien van middelen om kernwapengebruik voor te bereiden. Deze dubbele standaard staat pogingen om landen als Iran en Noord-Korea te overtuigen van kernwapens af te zien alleen maar in de weg.
Nederlandse politiekOp grond van de onthullingen in het NRDC-rapport hebben de fracties van PvdA, GroenLinks en SP Kamervragen gesteld. Tijdens het schrijven van dit artikel waren de antwoorden nog niet bekend, maar het ligt in de lijn der verwachting dat deze zoals altijd in de trant zullen zijn van 'daar kunnen we conform standaard NAVO-beleid geen mededelingen over doen'.Genoemde partijen zijn, samen met D66, voor de terugtrekking van de kernwapens van Volkel, maar ze hebben in de Tweede Kamer geen meerderheid. Binnen de Kamer worden debatten daarnaast bemoeilijkt door het gebrek aan openheid van de regering over de opslag van kernwapens op Volkel. Dit beleid wordt gesteund door de andere partijen. Met name CDA en VVD hebben meerdere malen verklaard dat ze helemaal niet willen weten of en zo ja, waar in Nederland kernwapens opgeslagen zijn.
Bomspotting 2005Op zaterdag 16 april vinden op drie plaatsen in België burgerinspecties plaats naar Amerikaanse kernwapens. Deze 'Bomspotting XL' doet tegelijkertijd de vliegbasis Kleine Brogel, het NAVO-hoofdkwartier in Brussel en het militaire hoofdkwartier SHAPE in Bergen aan.Bomspotters betreden en inspecteren de plaatsen waar het gebruik van kernwapens wordt voorbereid en proberen zo om oorlogsmisdaden tegen te gaan. Bomspotten is een geweldloze aktie van burgerlijke ongehoorzaamheid, waaraan duizenden mensen hebben deel genomen. De Belgische overheid kon de bomspotters onmogelijk negeren. Repressie was het antwoord op de vraag naar dialoog. Met massale politie-inzet trachtte de Belgische regering de bomspotting-akties te reduceren tot 'een probleem van openbare orde'. Einde discussie. Maar de Bomspotters gaan door. De geweldloze akties zijn de hefboom waarmee kernwapens op de politieke agenda gehouden worden. Bomspotting XL borduurt voort op de succesvolle acties van afgelopen jaren, waarbij duizenden mensen op geweldloze wijze burgerlijk ongehoorzaam werden en als burgerinspecteur militaire bases betraden en inspecteerden naar voorbereidingen van het gebruik van kernwapens. Ook politici van vele partijen, waaronder de liberalen en christen-democraten, deden aan de inspecties mee en werden korte tijd vastgehouden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, waar burgerinspecteurs op Volkel standaard tot lage geldboetes worden veroordeeld, of Duitsland, waar flinke straffen staan op het betreden van militaire terreinen, doet de Belgische justitie er alles aan om de kwestie van de kernwapens buiten de rechtbanken te houden. Nadat één keer een rechtbank besloten had dat burgerinspecteurs, vanwege het politieke karakter van hun daad, voor een jury moesten komen, is nooit meer vervolging ingesteld. Iedereen die bij een burgerinspectie wordt aangehouden, wordt normaal gesproken dan ook na enkele uren weer vrijgelaten en hoort er nooit meer wat van.
Uit Nederland zal een bus naar de aktie in Kleine Brogel rijden. Er wordt vertrokken om 9:00 vanaf het Amstelstation in Amsterdam, met stops in Utrecht (9:45 NS Station, in/uitgang Jaarbeurszijde) en Eindhoven (11:00 NS Station, in/uitgang stadszijde). Mark Akkerman
- Mayors for peace -
Burgemeesters voor nucleaire ontwapeningOp 2 mei aanstaande begint in New York de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag. Deze conferentie is cruciaal voor de toekomst van nucleaire ontwapening en non-proliferatie. Gaan kernwapenstaten echt werk maken van ontwapening en zullen andere landen van kernwapens af zien? Of blijven de landen met kernwapens aan deze wapens vasthouden en zelfs nieuwe wapens ontwikkelen en proberen steeds meer landen aan kernwapens te komen?Burgemeester Akiba van Hiroshima, de stad die in augustus 1945 verwoest werd door een atoombom, is een internationale campagne gestart voor de afschaffing van kernwapens. Hij roept burgemeesters van over de hele wereld op zich aan te sluiten bij deze campagne en zich voor en tijdens de conferentie in mei 2005 uit te spreken voor ontwapening en non-proliferatie. Het is van groot belang dat ook Nederlandse burgemeesters hieraan meedoen. In Nederland liggen nog altijd Amerikaanse kernwapens op de vliegbasis Volkel. Bovendien steunt de Nederlandse regering het kernwapenbeleid van de NAVO, dat nog steeds voorziet in daadwerkelijk gebruik van deze wapens. In diverse gemeenten benaderen vredesactivisten burgemeesters voor steun aan de campagne. Dat begint zijn vruchten af te werpen.
Op 24 juni 1982 introduceerde de toenmalige burgemeester van Hiroshima, Takeshi Araki, het 'Programma om solidariteit tussen steden te bevorderen en om tot een totale afschaffing van kernwapens te komen'. Dit programma bood steden een mogelijkheid gezamenlijk te werken aan nucleaire ontwapening. Vervolgens riepen de burgemeesters van Hiroshima en Nagasaki, de enige twee steden die ooit door kernwapens werden getroffen, hun collega-burgemeesters over de hele wereld op dit programma te steunen.
NoodcampagneDe 'Noodcampagne voor de afschaffing van kernwapens' werd in 2003 in Genève gestart door een groep vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties en dr. Tadatoshi Akiba, voorzitter van Mayors for Peace en burgemeester van Hiroshima. De eerste belangrijke activiteit was betrokkenheid bij de Voorbereidende Conferentie van het Non-Proliferatie Verdrag in New York in april en mei 2004.Burgemeester Akiba roept zoveel mogelijk burgemeesters van over de hele wereld op om aanwezig te zijn bij de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag in New York om zich uit te spreken voor het uitbannen van kernwapens. Daarnaast worden voor en tijdens deze conferentie in zoveel mogelijk steden voor dat doel activiteiten georganiseerd. Het Europees Parlement en de Amerikaanse Conferentie van Burgemeesters, waarbij honderden burgemeesters zijn aangesloten, hebben hun steun uitgesproken voor de campagne. De resolutie die de Amerikaanse Conferentie hiervoor aannam is inmiddels wereldwijd door burgemeesters ondertekend. In België en Duitsland hebben al tientallen burgemeesters zich achter deze oproep voor een kernwapenvrije wereld geschaard.
Wakker wordenOp 18 januari 2005 sprak burgemeester Akiba van Hiroshima in Brussel met ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook nam hij deel aan een seminar over kernontwapening.De volgende dag sprak hij de Commissie voor Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement toe, een belangrijk moment in de voorbereiding van de EU op de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag. Hij zei daarbij onder meer: "Als we niet wakker worden en nu beslissende actie ondernemen, zullen andere steden zonder twijfel slachtoffer worden van een aanval met kernwapens." En: "Het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid zou absoluut duidelijk moeten maken dat Europa niets meer wil dan de wereld te bevrijden van de tirannie en waanzin van de nucleaire dreiging." Hij leverde kritiek op het nucleaire beleid van de NAVO en de Verenigde Staten: "De Verenigde Staten weigeren een toekomst te voorzien zonder kernwapens, en dat willen wij niet". Maar hij prees het Europees Parlement voor het op verschillende keren uitspreken van steun voor een kernwapenvrije wereld.
Voorafgaand aan deze toespraak was er een bijeenkomst met vertegenwoordigers van NGO's uit diverse Europese landen, waaronder Nederland. Na bijdragen van de heer Akiba in korte bijeenkomsten van de commissies voor defensie en voor buitenlandse zaken in het Belgische parlement, keerde hij terug voor een receptie in het Europees Parlement.
Kernwapenvrije gemeentenVoor het begin van de noodcampagne waren acht Nederlandse gemeenten lid van Burgemeesters voor Vrede: Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Middelburg, Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Waalwijk. Op het moment van schrijven hebben zich inmiddels twee nieuwe leden aangemeld: Groningen en Leidschendam-Voorburg.
In Nederland is een steuncampagne gestart voor de campagne van burgemeester Akiba. Plaatselijke vredesactivisten spreken of schrijven de burgemeester van hun gemeente aan met de oproep de campagne te steunen. Diverse burgemeesters hebben hieraan al gehoor gegeven. Helaas lieten ook enkele burgemeesters weten de campagne niet te zullen steunen. Opvallend daarbij is dat de meesten er wel sympathiek tegenover staan, maar het geen zaak voor lokale overheden vinden. Bij zo'n reactie is het goed nog eens te wijzen op het grote aantal gemeenten dat zich zo'n twintig jaar geleden 'kernwapenvrij' verklaarde. Geen enkele gemeente kan zich op zinvolle wijze voorbereiden op een aanval met kernwapens, rampenplannen zullen zinloos blijken. Daarom gaat de zaak van nucleaire ontwapening wel degelijk ook het lokale bestuur aan. Burgemeesters kunnen hun steun op diverse manieren vorm geven. Zij kunnen deelnemen aan de burgemeestersdelegatie naar de Toetsingsconferentie, de regering aanspreken of in de eigen gemeente activiteiten te organiseren. Daarvoor is een tentoonstelling beschikbaar, met beelden van de aanval op Hiroshima en informatie over de huidige situatie rond kernwapens, alsmede over de noodcampagne. Mark Akkerman
- Europese veiligheid -
Een menselijke veiligheidsdoctrine voor Europa"Dit is een kritiek moment voor de Europese Unie, die zojuist met tien lidstaten is uitgebreid en een Grondwet heeft aanvaard. In de nasleep van 11 september en de oorlog in Irak heeft dat Europa de historische verantwoordelijkheid bij te dragen aan een veiliger en rechtvaardiger wereld." In het rapport A Human Security Doctrine for Europe (noot 1) presenteert een studiegroep met leden uit diverse landen een veiligheidsstrategie voor de Europese Unie. Europa zal zich in moeten zetten voor de veiligheid van alle mensen, is de conclusie, maar op een andere manier dan tot nu toe gebruikelijk is. Het rapport laat zien hoe de veiligheid van de inwoners van Europa samenhangt met die van alle andere wereldburgers. Het sluit daarin aan bij de analyse die ten grondslag ligt aan de Europese Veiligheidsstrategie (European Security Strategy, ESS), die de Raad van Ministers van de Europese Unie in december 2003 heeft vastgesteld.Die ESS beschrijft vijf bedreigingen voor Europa: terrorisme, de verspreiding van massavernietigingswapens, regionale conflicten, ineenstortende staten en de georganiseerde misdaad. Deze bedreigingen hangen onderling samen en leiden in verschillende situaties tot verschillende vormen van ernstige onveiligheid. Geen van deze bedreigingen is echter volledig militair en dus kunnen ze niet volledig met militaire middelen worden bestreden. En tenslotte zijn het geen bedreigingen voor Europa alleen, maar voor de hele wereld. Daarom, meent het rapport, moet Europa er zich mee bezighouden.
HandelenOp basis van deze analyse formuleert het rapport een menselijke veiligheidsdoctrine (Human Security Doctrine), waarnaar Europa in situaties van ernstige onveiligheid zou moeten handelen. Het leerstuk omvat drie elementen. Het formuleert een zevental principes met betrekking tot operaties ter beteugeling van ernstige onveiligheid, principes die zowel op het doel als op de middelen betrekking hebben. In het bijzonder wordt daarbij een benadering van onderop benadrukt. Dit is het eerste element.Het tweede element is de oprichting van een Human Security Response Force bestaande uit 15.000 mensen, waarvan tenminste een derde civiel. Deze strijdmacht staat onder het gezag van de Europese minister van buitenlandse zaken die door de Europese Grondwet wordt gecreëerd. En het derde element is een nieuw rechtskader, dat zowel van toepassing is op de beslissing tot interventie als op de operaties die daaruit voortvloeien. Dit kader is gebaseerd op de wetgeving in het interventiegebied en in de landen die ingrijpen, het internationaal strafrecht, de internationale mensenrechten en de internationale humanitaire wetgeving. Essentieel in het betoog is, dat de veiligheid van de Europeanen het noodzakelijk maakt dat Europa ingrijpt in situaties waar de veiligheid van mensen, en daarmee van de mensheid, wordt bedreigd. Dat zijn er veel. En kon na de terreurdaden van 11 september 2001 nog worden volgehouden dat die bedreiging vooral buiten Europa gold, sinds 11 maart 2004 is het klip en klaar dat geen enkele wereldburger veilig is binnen de grenzen van zijn eigen land, en dat onveiligheid zich niet langer vooral manifesteert als een inval van een buitenlandse macht.
UitgangspuntenHoewel technologische ontwikkelingen een ander gezicht hebben gegeven aan de oorlogvoering heeft de studiegroep zich voor dit rapport voornamelijk beziggehouden met menselijke kwaliteiten. Net als voor de ESS is het uitgangspunt voor de studiegroep het voorkomen van crises. Maar in veel hedendaagse conflictsituaties is het niet langer eenvoudig te onderscheiden of de dreiging van een crisis toe- of afneemt, en daarom zou het Europese veiligheidsbeleid zich op alle fases van conflicten moeten richten.Bovendien moeten de uitgangspunten voor Europees beleid zowel gelden voor het doel van de betrokkenheid als voor de ingezette middelen. Al te vaak komt het bij interventies voor dat de politiek gedefinieerde doelstellingen worden ontkracht door de militaire middelen die worden ingezet. Daarom formuleert het rapport zeven principes waarmee bij een Europese interventie rekening gehouden moet worden.
1. Het primaat van de mensenrechten moet gehandhaafd worden. Al te vaak worden in de traditionele benadering mensenrechten ondergeschikt gemaakt aan het nationale belang. In het debat over de vraag of handhaving van mensenrechten boven de nationale soevereiniteit gaat van regimes die deze rechten schenden, wordt vaak voorbijgegaan aan de middelen die ingezet moeten worden bij operaties om de mensenrechten te handhaven. De inzet van militaire middelen is in die opvatting gerechtvaardigd als interventie gerechtvaardigd is en als de doelen dat rechtvaardigen. In de benadering van de studiegroep moet de methode van ingrijpen in overeenstemming zijn met het beoogde doel, waarbij iedereen als burger wordt behandeld.
Samenwerken2. Een strategie gericht op veiligheid voor de mensheid moet het tot stand brengen van helder politiek gezag als centrale doelstelling hebben, in de vorm van een wettig politiek bestuur dat in staat is veiligheid te handhaven. Bij het ineenstorten van autoritaire regimes staan daartoe in principe drie wegen open: internationaal bestuur, nieuw nationaal bestuur en lokaal bestuur. Hierover moet overeenstemming bereikt worden, anders dreigt wanorde. Europa beschikt over een breed scala aan instrumenten om hieraan bij te dragen. Voor zover militaire middelen daarbij een rol spelen kunnen die alleen tot succes leiden met plaatselijke instemming en steun.Voor de Europese Unie is de verantwoording daarbij een specifiek probleem. In te zetten troepen staan formeel weliswaar onder centraal Europees gezag, maar ontvangen hun instructies in de praktijk nog steeds van hun eigen politici; vooral in onzekere tijden is dit niet werkbaar. Aan de andere kant is de democratische controle van een centraal Europees commando problematisch. Hoewel formeel aan zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen verantwoording moet worden afgelegd, kan het maar al te gemakkelijk gebeuren dat geen van beide voldoende gebeurt. 3. Multilateralisme is het derde belangrijke uitgangspunt. En dan niet alleen op politiek en diplomatiek niveau, maar ook operationeel. Daarbij moeten we ons realiseren dat het veel meer moet zijn dan het handelen van een groep staten. Mede vanwege de legitimiteit moet sprake zijn van samenwerking met internationale instituties als de Verenigde Naties en de regionale samenwerkingsverbanden. Die zullen daartoe waar nodig moeten worden hervormd. Bovendien zal het optreden plaats moeten vinden binnen gemeenschappelijk vastgestelde regels en normen, gebaseerd op internationaal recht. En er moet sprake zijn van wezenlijke coördinatie tussen staten en instellingen, in plaats van de maar al te gebruikelijke verdubbeling van activiteiten op gebieden als het verzamelen van inlichtingen of het beleid ten aanzien van handel, ontwikkeling en veiligheid. Het is pijnlijk dat momenteel zelfs binnen de Europese Unie coherentie vaak ver te zoeken is. Als het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid niet wezenlijk 'gemeenschappelijk' wordt, zal het opvoeren van de technische en personele inspanningen niet leiden tot meer effectiviteit. Rivaliteit bedreigt de fundamentele veiligheid.
4. Bij het bepalen van het beleid is het essentieel dit te benaderen van onderop, uit te gaan van de fundamentele behoeften van de bevolking die het slachtoffer is van geweld en onveiligheid. Niet alleen om morele redenen, maar ook vanwege de effectiviteit. De bewoners van het getroffen gebied vormen de beste bron van informatie, daarom moeten doorlopende communicatie, consultatie, samenwerking en dialoog leidend zijn voor de strategische keuzes. Dat betekent werkendeweg leren omgaan met de verschillen in opvatting en belang, en met de complexe politieke verhoudingen in het gebied.
Verantwoorden5. De nieuwe oorlogen hebben geen duidelijke grenzen, maar dijen uit via vluchtelingen en ontheemden, minderheden in andere landen en criminele en terroristische netwerken. Oog voor de regio moet daarom voorkomen dat conflicten overslaan naar naburige staten, zoals dat in de staten van voormalig Joegoslavië gebeurd is. Maar men moet niet alleen over de landsgrenzen heen kijken, ook regionale verschillen binnen staten vormen veiligheidsrisico's. De georganiseerde misdaad en het etnisch geweld in Bosnië, Macedonië en Kosovo zijn hiervan duidelijke voorbeelden. Bovendien vergroot een regionale benadering de kans dat een aanpak die op een plaats succes boekt ook elders kan worden ingezet.
6. Het gebruik van juridische instrumenten en het internationaal recht blijft niet beperkt tot het diplomatieke niveau en de beslissing tot interventie. Zij zijn bepalend voor de wijze waarop een operatie wordt uitgevoerd. Handhaving van de wet moet centraal staan, militairen moeten de plaatselijke politie en de autoriteiten daarbij terzijde staan. Ook de interventietroepen dienen zich daarbij aan het recht ter plaatse te houden en zullen zich daarvoor desgevraagd moeten verantwoorden tegenover de plaatselijke bevolking. Naast een gedragscode voor de troepen zijn sancties voor wie die code breekt noodzakelijk.
7. Sluitstuk van de doctrine is en blijft gepast gebruik van geweld. Traditionele oorlogen worden tussen partijen uitgevochten. Militairen beschermen primair zichzelf en de burgers aan hun kant, maar proberen daarnaast het aantal burgerslachtoffers bij de tegenstander te beperken. De nadruk op gevechtskracht en techniek heeft echter veelal tot grote aantallen slachtoffers geleid, terwijl het doel zou moeten zijn mensen te beschermen en het aantal slachtoffers te minimaliseren. Overeenkomstig het eerste en zesde principe moet het beperken van de inzet van geweld uitgangspunt zijn, zonder dat dit overigens het recht op zelfverdediging aantast. Duidelijk moet zijn dat militairen altijd juridisch voor hun acties verantwoordelijk zijn.
InterventiemachtOm daadwerkelijk overeenkomstig deze principes te kunnen optreden zal de Europese Unie over twee soorten instrumenten moeten beschikken: de bekwaamheden die geïntegreerd civiel-militaire veiligheidsoperaties mogelijk maken en een juridisch kader dat zowel de beslissing tot optreden als dat optreden zelf reguleert.Er is geen blauwdruk voor de middelen waarover Europa voor een operatie ter bevordering van de veiligheid moet kunnen beschikken. Het rapport bepleit een holistische benadering die gericht is op het stabiliseren van de situatie, het beperken van onveiligheid – ook aangeduid als het bevorderen van recht en orde, maar van geval tot geval zal bezien moeten worden welke middelen dat vraagt. Duidelijk is dat daarbij hooggekwalificeerde en gespecialiseerde krachten nodig zijn, zowel militair als civiel. De studiegroep bepleit daarom de oprichting van een Reactiemacht voor Veiligheid van de Mensheid (Human Security Response Force), bestaand uit zowel militairen als burgers. De gedachten gaan uit naar een eenheid van tenminste 15.000 mensen, waarvan eenderde politie en civiele specialisten. De kern van deze reactiemacht wordt gevormd door het bestaande civiel-militaire hoofdkwartier in Brussel. Van hieruit worden bovendien de waarnemers, monitoren en speciale vertegenwoordigers uitgezonden naar (mogelijke) probleemregio's. Daarnaast moeten zo'n 5.000 parate troepen binnen enkele dagen als gemengd civiel-militaire teams uitgezonden kunnen worden om op veiligheid gerichte opdrachten uit te voeren. En tenslotte moeten op wat langere termijn de overige 10.000 krachten opgeroepen kunnen worden. Deze troepenmacht kan worden gevoed uit drie bronnen: de militairen worden betrokken uit de Europese Snelle Reactie Macht en de leden van politietroepen. Burgermedewerkers worden door de lidstaten beschikbaar gesteld uit hun eigen rangen en uit de medewerkers die al voor de Europese commissie werkzaam zijn. En tenslotte zouden vrijwilligers er deel van uit kunnen maken die veiligheidstaken uit kunnen voeren. Het is van groot belang dat de zo gecreëerde strijdmacht multinationaal is en onder politieke leiding staat, zowel in Brussel als op operationeel niveau.
Gemeenschappelijke moraalDeze veiligheidsmacht heeft meer behoefte aan slim personeel dan aan hightech foefjes. Maar toch zullen binnen Europa twee soorten materiaal gemaakt moeten worden: ICT-apparatuur en transportcapaciteit. Voor beide is vooral van belang dat ze zowel civiel als militair ingezet kunnen worden en dat medewerkers uit alle deelnemende staten er mee uit de voeten kunnen.Van nog veel meer belang is dat de troepen zowel hoogopgeleid zijn als flexibel ten opzichte van de taken die hen kunnen worden opgedragen. De te vormen eenheden zullen bovendien een gemeenschappelijke moraal moeten ontwikkelen, die in ieder geval de volgende elementen omvat:
Daarnaast kunnen NGO's deel uitmaken van de vrijwilligerstroepen en kunnen particuliere ondernemingen voor uitvoerende werkzaamheden worden ingeschakeld.
Wettelijk kaderOp dit moment wordt effectief gezamenlijk optreden van de Europese Unie gehinderd door het ontbreken van een eenduidig gemeenschappelijk rechtsstelsel. Hoewel dit niet in een grote slag kan worden gerealiseerd zou de Unie er goed aan doen werk te maken van een gemeenschappelijk juridisch kader waaronder missies buiten de Unie kunnen opereren. Hierin moeten ook criteria zijn opgenomen op grond waarvan de EU in kan grijpen los van een uitspraak van de Veiligheidsraad.Voor de medewerkers van een internationale missie en voor de locale bevolking die bij zo'n missie betrokken raakt, kan het juridisch kader worden gebaseerd op de locale wetgeving, de wetgeving in de landen die aan de missie deelnemen en aan internationale wetgeving. Voorkomen moet worden dat voor deelnemers uit verschillende landen verschillend recht geldt. Volgens het ontwerp voor een Europese Grondwet, dat in juni 2004 in Dublin is vastgesteld, komt er een Europese minister van buitenlandse zaken die het initiatief kan nemen tot het optreden van de veiligheidsmacht. Hiertoe moeten het bestaande militaire comité van de Ministerraad en de eenheid voor crisismanagement en het voorkomen van conflicten van de Europese Commissie worden samengevoegd. De minister is verantwoording verschuldigd aan de Europese Raad en aan de Raad van ministers. De democratische controle ligt gezien het intergouvernementele karakter van de Unie in de eerste plaats bij de 25 nationale parlementen en het Europees Parlement heeft nauwelijks enige zeggenschap. Om het democratisch tekort enigszins in te vullen zijn aanvullende maatregelen nodig: openbaarheid van alle relevante documenten, versterking en harmonisering van de positie van het de nationale parlementen, bevordering van de samenwerking tussen de nationale parlementen en vergroten van de zeggenschap van het Europees Parlement over het veiligheidsbudget. Een andere bijdrage aan vergroting van de effectiviteit van Europese missies is de benadering van onderop: ze moeten de plaatselijke bevolking raadplegen over doel en middelen, het wettelijk kader moet openbaar zijn en er moet een klachtenprocedure zijn. De Europese Unie kan dit in een wettelijk kader vastleggen. Bovendien moet het zorgen voor mogelijkheden om direct op te treden bij misdragingen van medewerkers.
(On)afhankelijkDe stuurgroep heeft een route uitgestippeld naar een grotere rol voor Europa als het op mondiale veiligheid aankomt. Hij baseert zich daarbij op de gedachte dat de wereld na 09/11 en de oorlog in Irak anders over veiligheid is gaan denken. De groep neemt aan dat door deze gebeurtenissen onder de bevolking de gedachte veld wint dat Europa een zelfstandige rol te spelen heeft.Dit is een verleidelijke gedachte, die wellicht niet geheel ongegrond is. Maar in de feitelijke keuzes zien we haar nog betrekkelijk weinig terug. Debatten over veiligheid worden in vrijwel alle landen overschaduwd door de angst voor de "nieuwe" vijand, het internationale (moslim)terrorisme. En het lijkt de behoudende krachten op regeringsniveau veelal goed te lukken de debatten in deze richting te sturen. In dat licht is het de vraag of het militaire establishment zal toelaten dat een vrij fundamentele verandering in de bevelsstructuur, zoals die volgens het rapport nodig is, tot stand kan komen. En dat knelt, met name omdat ook de strijdmacht die het rapport voor ogen staat goeddeels van dit establishment afhankelijk zal zijn. Dat te doorbreken zal nog een zware klus zijn. Tjark Reininga
Naar begin artikel Naar Inhoudsopgave Naar beginpagina - Darfoer -
Soedan: Geen sprake van genocide?Er is geen sprake van genocide in Darfoer, zo luidde de conclusie van de VN-onderzoekscommissie die op 1 februari haar rapport over de situatie in Darfoer uitbracht. De Soedanese regering en de Janjaweed worden wel verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen de menselijkheid. Er is een (geheime) lijst van verantwoordelijken opgesteld en de commissie adviseert de zaak voor te leggen aan het Internationaal Strafhof in Den Haag.Heeft dit rapport helderheid gebracht, of is er slechts sprake geweest van uitstel?
Kritiek op het VN onderzoeksrapport"De Soedanese regering en de Janjaweed hebben niet de intentie om genocide te plegen," zo staat te lezen in het rapport. Soedan-deskundige Eric Reeves, in zijn eerste commentaar op het rapport: "Het rapport noemt alle elementen op die voldoen aan de criteria voor het plegen van genocide: het op grote schaal plegen van gewelddadigheden, systematische aanvallen, verkrachtingen en moorden, racistische uitingen en de gerichtheid op de Afrikaanse bevolking." Maar, zegt het rapport vervolgens: "Wat mist is de intentie om genocide te plegen." Want: "Degenen die de aanvallen op dorpen organiseren, doen dat met de bedoeling om een opstand te bestrijden." Hier wordt het motief van de Soedanese regering tot intentie gemaakt. En die argumentatie klopt niet. Reeves ziet het rapport vooral als een politieke verklaring. Niemand zit te wachten op een verklaring van de VN dat wat er in Darfoer gebeurt als genocide gekenmerkt wordt. Als er sprake is van genocide dan zijn landen verplicht om in te grijpen. En tot dusver wil niemand zijn vingers branden aan Darfoer.
Onenigheid over Internationaal StrafhofHet rapport heeft tot een discussie geleid tussen de VS en de EU-lidstaten over het Internationaal Strafhof. Hierdoor ligt het hele vredesproces in Soedan stil.De VS piekert er niet over om het Strafhof te erkennen en pleit voor een tribunaal in Tanzania. Dat is veel te duur en duurt veel te lang, zo reageert de EU. In Den Haag staat een Strafhof en is de kennis aanwezig. Het kost jaren om een apart tribunaal op te zetten. De vervolgde bevolking van Darfoer wil ondertussen niets liever dan naar Den Haag gaan om te getuigen over de gruwelijke misdaden die er tegen hen zijn gepleegd door hun eigen regering en door de Janjaweed. Op 28 februari heeft de VS een ontwerpresolutie ingediend bij de VN, die een oplossing moet bieden voor Zuid-Soedan en Darfoer. De resolutie omvat het sturen van 10.000 blauwhelmen naar Zuid-Soedan, het op korte termijn vinden van middelen voor de versterking van de Afrikaanse Unie (AU) in Darfoer, een reisverbod en bevriezing van de financiën voor de oorlogsmisdadigers in Darfoer, een wapenembargo voor de Soedanese regering en het berechten van de verantwoordelijken. De resolutie wordt vooralsnog door de EU-lidstaten verworpen vanwege de onenigheid over het Internationaal Strafhof. Op dit moment wordt er druk onderhandeld in de VN.
Het conflict in DarfoerDarfoer is zo groot als Frankrijk en heeft ongeveer 6 miljoen inwoners. Er leven 40 à 50 verschillende bevolkingsgroepen, de meeste Afrikaans, en daarnaast zijn er Arabische nomaden. Bijna alle inwoners zijn moslim en door onderlinge huwelijken is iedereen qua uiterlijk zwart en Afrikaans. Ondanks deze traditionele menging van bevolkingsgroepen heeft zich de laatste jaren een scheiding voorgedaan tussen Arabieren en Afrikanen, die geringschattend als 'zurga' (zwarten) worden aangeduid.
De twee belangrijkste rebellengroepen in Darfoer zijn het SLA, Sudanese Liberation Army, en de JEM, Justice and Equality Movement. In februari 2003 begon de strijd in Darfoer. De regering reageerde keihard en probeert, net als in Zuid-Soedan, de strijd te winnen door de hele bevolking aan te vallen en op te jagen. Hierbij zetten ze de Janjaweed in, Arabische strijders te paard. Janjaweed wordt ook wel vertaald als 'duivels te paard'.
De VS als vredestichterIn 2002 is de VS zich met Soedan gaan bemoeien. President Bush werd door zijn evangelische achterban onder druk gezet om tegen de vervolging van christenen in Zuid-Soedan op te treden. Kerken uit Midland – Bush' geboortestad – voerden een campagne om hun zusterkerken in Zuid-Soedan te helpen. Daarnaast handelde de VS uit eigenbelang. President Bush wil laten zien dat hij niet alleen een oorlogspresident is, maar dat hij ook vrede kan stichten tussen christenen en moslims. En niet het minst belangrijke argument: er is olie in (Zuid-)Soedan. In 1996 verbrak Clinton echter alle diplomatieke en economische betrekkingen met Soedan vanwege terroristische dreiging tegen Amerikaans personeel. Dat betekende dat de grote olievoorraden van Soedan niet door Amerikaanse oliemaatschappijen geëxploiteerd konden worden.Sinds 1999 exporteert Soedan olie, nadat China een pijpleiding had aangelegd naar de Rode Zee. De jaarlijkse opbrengst is 2 miljard dollar, nog maar een fractie van wat er uit de grond gehaald kan worden. China, Canada en Zweden exploiteren de olie. De VS legde een vierpuntenplan op tafel. De Soedanese regering wilde maar al te graag de betrekkingen met de VS herstellen en de rebellen van het Soedanees Volksbevrijdingsleger, de SPLA, zagen in dat ze de strijd niet zouden winnen en waren bereid te onderhandelen. Zo kwam er nieuw leven in een vredesproces dat al jaren aansukkelde. Op oudejaarsavond 2004 werd er een vredesakkoord ondertekend tussen de Soedanese regering en de SPLA, waarin de olieopbrengsten werden verdeeld en er werd vastgelegd dat Zuid-Soedan over 6 jaar via een referendum kan kiezen voor onafhankelijkheid.
Interventie of diplomatieke druk?Mensenrechtenactivisten pleiten voor interventie, het liefst door Afrikaanse landen maar eventueel door Westerse landen, of (de tegenstanders van interventie) voor sancties en diplomatieke aktie, maar in elk geval voor versterking van de missie van de AU om de bevolking te beschermen. De AU heeft nu 1.400 militairen in Darfur, i.p.v. de 3.400 die waren afgesproken. Dit is veel te weinig om de wapenstilstand tussen de Soedanese regering en de rebellen te handhaven.De EU-lidstaten hebben een groot deel van de beloofde financiële en logistieke steun aan de missie van de AU nog niet gegeven. Het World Food Programme van de VN concludeert bitter: "De krokodillentranen van de internationale gemeenschap hebben niet geresulteerd in de benodigde hulp." Op dit moment luiden hulporganisaties de noodklok, in de komende maanden dreigt er water- en hongersnood voor 4 miljoen vluchtelingen. Het aantal vluchtelingen in de kampen is opgelopen tot 1,8 à 1,9 miljoen en stijgt elke dag. In Darfoer zwerven 3 à 4 miljoen mensen rond. Het geweld is de afgelopen maanden weer opgelaaid, de wapenstilstand tussen regering en rebellen wordt regelmatig geschonden. De Soedanese regering en de Janjaweed voelen zich vrij om gewoon door te gaan met het platbranden van dorpen, het opjagen van de bevolking, het verkrachten van vrouwen en meisjes, het vermoorden en ontvoeren van burgers.
Tien jaar RwandaOp 7 april 2004 tijdens de herdenking van de genocide in Rwanda (in 1994) sprak Kofi Annan de VN toe. Hij zei dat de genocide in Rwanda mogelijk was omdat de wereld niks deed. Ook toen debatteerde de internationale gemeenschap wekenlang over de vraag of er nou sprake was van genocide of niet. En intussen gebeurde er niks.Alleen als de internationale gemeenschap daadkracht toont kan de crisis beëindigd worden. Darfoer kwam pas op de agenda toen de crisis het Noord-Zuid vredesproces in gevaar bracht. Nu het vredesakkoord is gesloten verdwijnt de kwestie Darfoer weer van de agenda. Zolang elk land zijn eigen belangen voorop blijft stellen voelt de regering in Khartoem zich veilig en zal ze haar politiek van etnische zuivering blijven uitvoeren. En dat is één van de voorwaarden voor genocide: niemand claimt de vervolgde groep en voelt zich voldoende verbonden met de vervolgde groep om op te staan en die te beschermen. Barbara Smedema
- Vredesbeweging en Stasi -
Over de Berlijnse Muur
'Waarom demonstreer je niet in Moskou?' Vaak kregen vredesactivisten in de Koude Oorlogsjaren die verwijtende vraag te horen. De discussie over de wapenwedloop tussen Oost en West werd ermee platgeslagen. Duizenden Nederlanders uit de kerken en de vredesbeweging trokken echter in de jaren zeventig en tachtig daadwerkelijk naar het oosten. Niet letterlijk naar Moskou, maar wel naar toegankelijker Warschau Pactlanden en vooral naar de DDR. Niet om daar te demonstreren, maar wel om gelijkgestemden te leren kennen en waarderen. De Utrechtse historica Beatrice de Graaf promoveerde in december op de contacten van de Nederlandse kerken en de vredesbeweging met Oost-Duitsland. Oud-VD AMOK-redacteur Erik de Graaf (geen familie) bespreekt het boek en gaat in op contacten van antimilitaristen met Oost-Duitse radicalinski's. |
| Heb je ook nog onbekende verhalen over contacten van Nederlandse vredesactivisten/antimilitaristen met gelijkgezinden in de DDR? Neem dan contact op met Erik de Graaf: erik.de.graaf"at"wanadoo.nl |
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
Anti-Amerikanisme is een van oorsprong conservatieve denkwijze. Het ontstond pakweg halverwege de negentiende eeuw in Europa. Toen begonnen snelle economische, technische en ook culturele veranderingen plaats te vinden die over het algemeen hoopvol ontvangen werden door de linkse en liberale stromingen. De conservatieven zagen er echter niets in en wilden het liefst terug naar de feodale tijden van voor de Franse revolutie. Na de publicatie van een aantal reisverhalen van conservatieve schrijvers die de VS hadden bezocht, werd Amerika in die kringen het schrikbeeld van de vooruitgang. In tegenstelling tot Europa zou Amerika het land zijn van het ongebreidelde kapitalisme. De Amerikanen zouden allemaal individualistisch en dom zijn en alleen denken aan geld verdienen. Een moraal zouden ze daarom niet hebben en onbegrensde "decadentie" zou het gevolg zijn. Later klaagden conservatieven ook over lossere seksuele zeden in Amerika, en over de emancipatie van vrouwen en homo's. De conservatieven zagen in de loop der tijd met lede ogen aan hoe verfoeide technische ontwikkelingen de verspreiding van die, volgens hen oppervlakkige "Amerikaanse cultuur" mogelijk begon te maken. Via beter transport, de telegraaf, de telefoon, de cinema, de radio, en uiteindelijk de televisie zouden de hoogstaande "eigen culturen" van de "Europese volkeren" vervangen worden door de Amerikaanse "culturele monotonie". In conservatieve ogen vormden Amerikaanse Hollywood-films, nieuwe dansen en nieuwe muziek, hamburgers en auto's allemaal levensgrote bedreigingen voor Europa en de rest van de wereld. De haastige en patserige Amerikaanse macho's versus de rustige en verfijnde Europese intellectuelen, dat was in essentie het conservatieve beeld.
Maar net als bij alle andere denkwijzen die onderdrukking zouden moeten rechtvaardigen, zoals bijvoorbeeld racisme en seksisme, zegt anti-Amerikanisme niets over het object van de haat: "Amerika", "de Amerikanen" of "de Amerikaanse cultuur". Anti-Amerikanisme zegt enkel en alleen iets over de anti-Amerikanisten zelf. Het is überhaupt niet mogelijk om iets zinnigs te zeggen over "de Amerikanen". Net als in alle andere landen bestaan er grote verschillen in macht en in opvattingen tussen Amerikanen onderling. Er bestaat dus niet zoiets als "de Amerikaanse cultuur". En "Amerikanen" zijn ook niet wezenlijk anders dan bijvoorbeeld "Europeanen".
In de loop van de jaren 60 kwam de politiek van de VS steeds sterker onder vuur te liggen. Ook vanuit linkse hoek in Europa ontwikkelde zich verzet tegen de koloniale oorlog in Vietnam. Daar was vanzelfsprekend niets anti-Amerikaans aan. Anti-Amerikanisme kwam slechts incidenteel voor wanneer de politieke kritiek vermengd werd met conservatieve opvattingen over "de Amerikanen" of "de Amerikaanse cultuur". Problematischer werd het al bij de vredesbeweging in de jaren 80. Ook toen was er terechte kritiek op de wapenwedloop tussen de supermachten. Maar gaandeweg werden er wel steeds regelmatiger stereotype opvattingen over "de Amerikanen" geroepen. Opvallend was bijvoorbeeld dat de Amerikaanse president Reagan vaak afgeschilderd werd als cowboy die met pistolen liep te zwaaien. Anti-Amerikaans was ook dat in zowel sommige linkse als extreemrechtse kringen in Europa de VS gezien werden als koloniale bezettingsmacht die in Europa zijn oorlogen kwam uitvechten. In plaats van kritiek te leveren op de Europese bijdrage aan de Koude Oorlog en op het eigen Europese kolonialisme, begonnen sommigen Europa dus te beschouwen als een soort onderdrukte kolonie die eigenlijk toe was aan een nationale bevrijdingsstrijd. Een kolonie die ook cultureel onderdrukt zou worden door "Amerika" met zijn Hollywood-films. Vandaag de dag vinden we resten van dit gedachtegoed terug bij de actievoerders die zich voor de gein op het strand ingraven tegen een eventuele aanval van de VS op het internationale gerechtshof in Den Haag.
Door de huidige oorlog in Irak is de machtstegenstelling tussen de VS en de EU duidelijker aan het licht gekomen. Veel anti-oorlogsdemonstranten, maar ook heel veel andere Europeanen, menen helaas dat de VS machtsbeluster en militaristischer zijn dan het volgens hen veel vredelievender Europa. President Bush wordt door steeds meer mensen als het allergrootste kwaad gezien. Maar wat gebeurt er nu in Irak? De VS en Groot-Brittannië willen zich met geweld toegang verschaffen tot de Iraakse olie en in dat land hun mannetje neerzetten die er hun 'orde' gaat handhaven. 'Vredelievende' landen als Duitsland en Frankrijk hebben al toegang tot die olie en gebruiken zetbaas Saddam Hoessein om een groot deel van de plaatselijke bevolking er met geweld onder te houden. Die hoefden dus helemaal geen oorlog te voeren. Alle betrokken staten streven dus hun eigen machtsbelangen en economische doelen na ten koste van de Irakezen. En zowel de voorafgaande gewelddadige orde als de huidige oorlog zijn dus gruwelijk en misdadig. Wat dat betreft is eenzijdige kritiek op de VS dus anti-Amerikaans en kan de slogan "No blood for oil" dus evenzeer tegen Europese regeringen gescandeerd worden. Kortom, Europees kapitaal en Europese staten handelen niet vanuit een hogere moraal dan de VS. Ook Europese staten sturen immers regelmatig troepen naar "Derde Wereld"-landen om er hun 'orde' te herstellen. Dat het daarbij meestal niet om zulke grootschalige conflicten gaat, komt uitsluitend doordat men daartoe in Europa de macht nog niet heeft. Maar daar wordt helaas hard aan gewerkt.
Eric Krebbers
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
Maar vergis je niet: het gaat niet om de allerergste voorbeelden daarvan, die van Bush in Irak en Afghanistan met meer dan 100.000 dodelijke slachtoffers. Trouwens, Nederland was daarover niet alleen positief gestemd, het is er zelfs steeds meer bij betrokken. Neen, het gaat om een heel ander soort terrorisme: het eveneens gevaarlijke islamitische, dat van de 11 september aanslagen in Amerika. Aan de óórzaken daarvan wordt overigens niets gedaan.
Hoe dit ook zij, het is van belang om de werkwijze van de AIVD te kunnen beoordelen. Doordat ik enkele jaren geleden, toen het politieke klimaat in Nederland nog vrij kritisch was, een deel van mijn BVD-dossier wist los te peuteren beschik ik over materiaal voor die beoordeling.
Eerste voorbeeld: "Van contact van Van der Spek met de Russische ambassade is nooit iets gemerkt. Kennelijk wordt dit contact angstvallig geheim gehouden." Een puur verzinsel dus.
Tweede voorbeeld: "Hij heeft als jood in de tweede wereldoorlog moeten onderduiken. Hij beschikt nu dus over mogelijke uitwijkadressen." Misselijkmakende antisemitische leugens.
Toen ik vorig jaar merkte dat er een commissie zou komen die de AIVD kritisch zou beoordelen heb ik me aangemeld om gehoord te worden. Dat is inderdaad gebeurd, door twee onderzoeksters. Daarbij zijn vooral deze twee voorbeelden ter sprake gekomen. Edoch, het eindverslag van de commissie De AIVD in verandering vermeldt niets hiervan. Het zal duidelijk zijn dat mijn absolute afwijzing van de BVD (en van geheime diensten in het algemeen) door deze ervaring niet bepaald verzwakt is. Men verzint er, volkomen ongecontroleerd, leugens over mensen die men in een kwaad daglicht wil stellen, vooral dus over heel linkse mensen.
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
|
VeeDee februari 1985
Strategie"Een balans van dienstweigerend Nederland na het rampzalige jaar 1984. Alles is fout gegaan. Noem 't maar op. Spektakulaire akties? Niente! Stormachtige toename van 't aantal dienstweigeraars? Forget it! Totaalweigeraars moesten zo ongeveer iemand vermoorden om opgepakt te mogen worden. Ik geloof niet eens dat 't ze gelukt is de kit te vermurwen. 'Jongens, ga toch naar huis, maak je sociale academie 'ns af, dan praten we wel verder'. Zij naar huis.De vorst valt in en verdomd, het halve Amerikaanse leger besluit zich via Amsterdam nota bene naar Duitsland te laten verschepen. [Oefening Reforger ter versterking van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa – Red. VD AMOK] Ik heb ze nog zien rijden. Ze hadden aandoenlijke wintermutsen op. Ik weet dat 't juist daaraan ontbreekt bij antimilitaristische aktievoerders, 'n goeie muts. Die zijn ze namelijk allemaal kwijtgeraakt toen bij de akties tegen de munitietreinen. Dat waren nog 'ns tijden. Had je toen 's moeten proberen 'n doosje Bengaals vuur van dinges, Delfzijl of zoiets, naar Zwolle of zo, te willen transporteren. Kon niet. Hele land plat! Zelfs nog met tegendemonstraties van Verontruste Burgers. Daar zit elke aktievoerder op te wachten, dan weet ie dat ie raak geschoten heeft. Pas als er Verontruste Burgers opstaan is er behoorlijk geskoord op de orde en gezagschaal. Nu dus niets. Hoewel, dat is niet helemaal waar. De eerste kontouren van een nieuw antimilitaristisch beleid werden rond, eigenlijk na, Reforger vagelijk zichtbaar. Een aantal aktivisten verklaarde de heersende kou persoonlijk in Siberië te hebben besteld. Zij zaten nu binnen en die arme misleide soldaten maar klappertanden. Het moet gezegd, het was 'n meesterzet. Het bleek nog vrij lastig te achterhalen wie hiervoor verantwoordelijk was. (..) Op dinsdag 22 januari onthulde Bas Elfrink zich als de nieuwe man van antimilitaristisch Nederland. Wie had gedacht dat het om een eerlijke strijd ging heeft zich deerlijk vergist. Vooral natuurlijk al die stupide gasten die zich bij voorbeeld – dat is als de politie ze wil oppakken – twaalf maanden hebben laten opsluiten voor zoiets als een principe (liever: EEN PRINCIPE!). Zeker nog groot gebracht in de filosofieën Gandhi, Reckman, Van Wijk of andere achterhaalde dominees. Nee ik voorspel een groot sukses voor de methode Elfrink. Doe A en zeg zo hard mogelijk B. Lubbers moet geloof ik, je weet 't nooit zeker bij dit soort volk, in november beslissen [over de kruisraketten]. Nu vindt hij niet meer een voorspelbare Mient Jan tegenover zich, maar de meest sluwe en gehaaide Bas. Hij is de wanhoop ten prooi, wat hij ook beslist, de vredesbeweging loopt altijd met de beslissing weg. De raketten komen er niet in, dat weet ik nu heel zeker." Huub Sanders [De totaalweigeraar Bas Elfrink erkende in zijn memoires dat hij na drie weken hongerstaking niet onvoorwaardelijk was vrijgelaten, maar het in feite met defensie op een akkoordje had gegooid via een herkeuring. Dit vertoon van eerlijkheid werd hem niet door iedereen in dank afgenomen - Redaktie VD AMOK]
Vredesbeweging en de derde wereld"(..) Door akties in West-Europa zijn er geen neutronenbommen hier, maar ze zijn wel degelijk geproduceerd en dus overal inzetbaar. Het konsept van de Rapid Deployment Forces gaat er van uit dat er bij een snelle interventie in de derde wereld kernwapens gebruikt kunnen worden. Het gevaar dat kernwapens ingezet worden is niet denkbeeldig. Sinds 1946 is er achttien keer overwogen kernwapens in te zetten in de derde wereld. Bovendien speelt 90 procent van de oorlogen zich af in de derde wereld.Alle reden dus voor de vredesbeweging om zich niet tot Europa te beperken. Maar in plaats dat in de afgelopen jaren de strijd tegen kernwapens verbreed is naar anti-militaristiese en anti-imperialistiese strijd, is de beweging zich aan het verengen. (..) De leus werd 'Geen nieuwe kernwapens in Europa'. (..) Wat er buiten Europa gebeurt deed er kennelijk al niet meer toe. (..) Dit 'eurocentrisme' is ook te zien in uitingen van demonstranten zoals "ik ben van na de oorlog en wil dat ook zo houden". De oorlogen die iedere dag in de derde wereld gevoerd worden, worden daarmee volledig ontkend. Dankzij het initiatief van groepen buitenlanders en uit de ex-koloniën afkomstige Nederlanders werd dit eurocentrisme enigszins doorbroken. Zij voerden tijdens de massale demonstraties leuzen als 'geen nieuwe kernwapens in Europa, ook niet in Afrika, Latijns Amerika en Azië'." Jenneke Arens
|
|
The Sorrows of Empire Militarism, Secrecy, and the End of the Republic Chalmers Johnson New York : Henry Holt and company/Metropolitan Books 2004 p 389, namenregister ISBN: 0805070044 |
Colossus: The Price of America's empire Niall Ferguson New York : The Penguin Press 2004 p 384, namenregister ISBN: 1594200130 |
Het imperialisme, en meer specifiek de Amerikaanse variant ervan, is bepaald geen baanbrekend onderwerp in de Engelstalige wereld. Wel belangrijk zijn de definities van dat begrip en de beoordeling van de effecten ervan. In die zin zijn dit interessante analyses omdat ze deels volstrekt tegenstrijdig zijn, en deels bepaalde kenmerken delen. Johnson's boek is de zoveelste update van de stand van zaken van het Amerikaanse imperialisme en is in die zin wel een beetje saai. De geschiedenis van de Amerikaanse aanwezigheid in de hele wereld wordt op een rij gezet, beginnend met de buitencontinentale oorlogen om Cuba en de Filippijnen als de eerste stappen van het Amerikaanse militarisme, dat Johnson min of meer gelijkstelt aan het imperialisme. Tijdens de twintigste eeuw wordt deze Amerikaanse militaire aanwezigheid systematisch uitgebouwd, ook na de Koude Oorlog. Dat is de reden voor Johnson's zorg: niet alleen vanwege de schade die in het buitenland wordt aangericht, maar ook vanwege de terugslag op de Amerikaanse politiek. Net als in het oude Rome, stelt hij, zal de imperialistische politiek een steeds autoritairdere staatsvorm tot gevolg hebben binnen de VS. Burgerrechten worden uitgehold, de economie wordt ondermijnd en de militairen krijgen steeds meer invloed op het beleid.
Colossus is het beste te omschrijven als een apologie voor het Amerikaanse imperialisme. Een groot deel van het boek wordt besteed aan de gunstige uitwerking die het VS beleid zou hebben gehad over de hele wereld. De VS is de erfgenaam van het Britse imperialisme, en zet een doel voort dat in de ogen van Ferguson positief is: de verspreiding van het Anglo-Amerikaanse liberale systeem - vrije markten en ondernemerschap. In het Britse imperiale tijdperk, dat zijn hoogtepunt bereikte aan het eind van de 19e eeuw, werd dit doel openlijk beleden. De auteur stelt dat dit gunstige gevolgen heeft gehad voor de onderworpen landen en dat het dus nastrevenswaard is voor de Amerikaanse politiek om dit werk, na de overgangsperiode van de 20e eeuw, voort te zetten in de 21e eeuw. Hij kapittelt de 'politieke correctheid' die weigert het beestje bij zijn naam te noemen. De VS heeft een imperium (daar is hij het met Johnson eens) en moet dat niet ontkennen. Sterker nog, het is maar goed ook dat dat rijk bestaat: het is een positieve kracht in de wereld.
Dit standpunt, expliciet uiteengezet, is van belang. In Nederland wordt het uitgedragen door de ideologen van de pro-Amerikaanse lobby, zoals Arend Jan Boekestijn, maar beslist niet op deze expliciete manier. De kwestie van de alomvattende internationale Amerikaanse invloed wordt meestal niet besproken als zodanig: in plaats daarvan wordt stilzwijgend verondersteld dat deze invloed een goede zaak is. Dat is de reden dat er geen eerlijk debat plaatsvindt: de opiniemakers zijn het grotendeels eens over de goede intenties van de VS en discussiëren slechts over onbedoelde uitwerkingen ervan. Ferguson stelt met verfrissende eerlijkheid dat de Amerikaanse imperiale politiek als zodanig gesteund moet worden.
Maar er zijn structurele problemen die deze wenselijke ontwikkeling ondermijnen: de titel Colossus impliceert dat de VS ook voor Ferguson een reus op lemen voeten is. De zwakte zit voor een deel in de boven beschreven ontkenning door de politieke elite van de imperiale rol van de VS, maar ook in de daarmee gedeeltelijk samenhangende financiële problemen. De kosten van het militaire imperium, hoewel ze enorm lijken, zijn in Ferguson's ogen te overzien. Maar zo'n project moet ook steunen op een gezonde binnenlandse financiële basis, en daar zit het probleem. De gigantische tekorten van de Amerikaanse begroting, de doorgezette belastingverlagingsplannen om de Republikeinse stemmers tevreden te houden: dat is de achilleshiel van de Amerikaanse macht. Daar voegt Ferguson ook nog eens de kortzichtigheid van de imperiale beleidsmakers aan toe. De VS is een onwillige imperialist, beweert Ferguson (net als zijn Nederlandse medestanders) en dat betekent dat er geen imperiale ambtenarij te creëren valt die voor de goede zaak tientallen jaren, of zelfs levenslang, naar de 'koloniën' vertrekt. Het oude Britse imperiale beheersmodel kan kennelijk niet worden gereproduceerd, en Ferguson meent dat dat fataal is.
Dat is dan ook het punt waar hij uitkomt op de 'zachte krachten' van de EU. Europa is geen geopolitieke rivaal, niet geschikt om een grootschalige oorlog te voeren, maar wellicht wel geschikt om het imperialistische tekort van de VS aan te vullen.
Het is precies op dit punt dat het door Ferguson voorgestelde beleid samenvalt met de lijn van het humanitair interventionisme. In zijn boek onderscheidt Johnson het rechttoe-rechtaan imperialisme van de neo-conservatieven en het humanitair interventionisme van de liberale imperialisten. Deze laatste school vindt zijn oorsprong in de Wilsoniaanse politiek en dient volgens Johnson slechts als een ideologische vlag voor de brute belangen van het Amerikaans imperialisme.
Zo wordt door beide auteurs de ideologische kant van het imperialisme behandeld. Het is duidelijk dat Johnson's afwijzing dichterbij de lijn van de internationale anti-oorlogsbeweging ligt. Voor het debat in de politieke arena's van de gevestigde politiek van de Amerikaanse bondgenoten is het boek van Ferguson echter nuttiger, omdat het vanuit een ondersteuning van de Amerikaanse imperiale politiek enkele onplezierige zaken aan de orde stelt. De erkende deskundigen en opiniemakers in deze landen hebben immers al snel de neiging om een omschrijving van de Amerikaanse buitenlandse politiek als imperiaal, af te doen als anti-Amerikaans. Nu een vooraanstaande conservatieve professor deze terminologie gebruikt, zal het makkelijker zijn om de kritiek van Chalmers Johnson aan de orde te stellen. Tijd voor een Nederlandse vertaling van beide boeken, wellicht met een hoofdstuk over de Nederlandse buitenlandse politiek erbij.
(KaKo)
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
Van Anraat is aangeklaagd op verdenking van genocide en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Aanleiding is dat hij in de jaren tachtig van de twintigste eeuw zeker 350 ton thiodiglycol naar Irak heeft verscheept. Het landelijk parket spreekt over 36 leveringen van in totaal "duizenden tonnen grondstoffen voor chemische wapens" – journalist Arnold Karskens noemt in de Nieuwe Revu 51/2004 een hoeveelheid van 2360 ton. Van Anraat deed dat in samenwerking met twee Amerikanen en een Japanse compagnon. Thiodiglycol is een bestanddeel voor mosterdgas en de door Van Anraat geleverde stoffen zijn hoogstwaarschijnlijk gebruikt voor de productie van mosterdgas. Dit is het gas waarmee het regime van Saddam Hoessein vele aanvallen op Koerden heeft uitgevoerd, onder andere in maart 1988 in Halabja.
De grote vraag is, waarom heeft het zo lang geduurd? Daar zijn enkele redenen voor aan te voeren. Ten eerste het feit dat Van Anraat gedurende de jaren negentig in Irak verbleef. Hij was hij daar in 1990 heen gevlucht ten tijde van een proces dat de Italiaanse justitie tegen hem voerde. In afwachting van hoger beroep vluchtte Van Anraat naar Bagdad. Naar eigen zeggen, in een interview voor het televisieprogramma Twee Vandaag, werd hij getipt "om op vakantie te gaan" door zijn advocaat, tevens de zoon van een voormalige, Italiaanse Minister van Justitie, Vassali. De Amerikaanse autoriteiten hadden een opsporingsbevel en uitleveringsverzoek gedaan. Vreemd genoeg werd dat verzoek in 1997 ingetrokken.
Kort na het begin van de Amerikaanse oorlog tegen Irak in 2003 verkreeg Van Anraat een vrijgeleide van de Nederlandse ambassade in Bagdad om naar Nederland te gaan. In oktober 2003 gaf Van Anraat twee interviews (aan het programma Netwerk en het weekblad Nieuwe Revu) waarin hij geen centje spijt liet blijken. Overigens was hij ook op 10 mei 2003 al geïnterviewd door Alexander Munninghoff van de Haagsche Courant. Navraag door middel van Kamervragen van de Socialistische Partij leerde dat het Amerikaanse uitleveringsverzoek dat in 1997 was ingetrokken, hersteld had kunnen worden tot 5 oktober 2003. In de editie van 6 oktober 2003 van Nieuwe Revu meldt Van Anraat zich van geen kwaad bewust te zijn. In het televisie-interview meldt hij de justitiële autoriteiten niet te vrezen om redenen die hij "niet kan uitleggen".
Later blijkt uit een onthulling van het NOS-journaal dat Van Anraat in de periode van 1991 gewerkt heeft als informant voor de Nederlandse inlichtingendienst. Nadere informatie daarover weigert de Nederlandse regering aan de openbaarheid te geven. Dat wordt alleen aan een geheime commissie over Inlichtingen en Veiligheidsdiensten in de Tweede Kamer meegedeeld. Deze commissie bestaat uit fractievoorzitters van politieke partijen met uitzondering van de SP die dit soort besloten overleg over de geheime diensten uit principe mijdt. Het zal interessant zijn te zien welke rol deze inlichtingenrelatie mogelijk in het proces gaat spelen.
Het proces tegen Van Anraat wordt in het najaar van 2005 verwacht. Daarbij worden getuigen uit Koerdistan opgeroepen om hun verhaal te horen over de genocide op het Koerdische volk.
Dan zal hopelijk blijken waarom het Nederlandse Ministerie van Justitie toestemming heeft gegeven een informant met veel kennis over Irak op te pakken en in het openbaar te verhoren. De Tweede Kamer is gemeld dat Van Anraat niet heeft bijgedragen tot de meningsvorming van de regering over de Irakese massavernietigingswapens. De regering merkte in de winter van 2003 op 2004 op dat de aanklachten tegen Van Anraat op dat moment waren verjaard omdat ze waren gebaseerd op overtredingen van de im- en exportwetgeving. Nu is daar de zeer zware (maar terechte) beschuldiging van genocide en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden tegenover gezet. Daar bestaat geen verjaringstermijn voor, maar het zal wel spannend zijn te zien hoe Justitie gaat bewijzen dat de troep van Van Anraat de Koerden heeft uitgeroeid. In december 2002 stuurde de regering van Irak een brief van 10.000 pagina's naar de VN. Daarin staat informatie over de wijze waarop Irak zich in de jaren daarvoor had bewapend. Deze brief is altijd geheim gebleven. De regering, die klaarblijkelijk toch over de informatie beschikt, heeft inmiddels aan de Kamer laten weten dat zij de passages over Van Anraat aan het Openbaar Ministerie ter beschikking heeft gesteld. Dan kunnen die ook een rol spelen in het proces.
(GvL)
Het ad-hoc comitee 'ITEC Vertrek,' zet zich in om ITEC duidelijk te maken dat ze ook Amsterdam beter kan verlaten.
(MB)
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
"Het is opmerkelijk dat KMG nog steeds niet inziet hoe groot de politieke, legale en menselijke dimensies zijn van de catastrofe die het aanricht onder het Saharaanse volk. Drie jaar lang al wil het bedrijf niet luisteren naar onze argumenten. Nu hopen we hulp te krijgen van de Nederlandse aandeelhouders," aldus Liesbeth den Haan van de Stichting Zelfbeschikking West-Sahara.
Tot dusver hebben het Noorse TGS-Nopec en het Nederlands bedrijf Fugro BV besloten niet door te gaan met seismisch onderzoek in West-Sahara, vanwege de politieke complicaties van de contracten. Dit gebeurde nadat aandeelhouders in beweging kwamen en tientallen van hen (speciaal in Noorwegen) overgingen tot verkoop van aandelen gedurende de afgelopen jaren. Ook een Deense en een Franse maatschappij (Total) hebben het gebied verlaten, zodat KMG de enige buitenlandse onderneming in de energiesector is, die nog in West-Sahara actief is.
Een van de grotere beleggers heeft reeds zijn aandelen in KMG verkocht. Het gaat om het Noorse beleggingsfonds Skagenfondene, dat zijn 100.000 heeft verkocht – een verlies van twee miljoen dollar op de (ver)koop toe nemend. Zij achtten de aandelen als te riskant, vanwege de negatieve aandacht waarin KMG activiteiten zijn komen te staan. Nu overweegt de Noorse regering hetzelfde te gaan doen.
"De door Marokko geplande diefstal van West-Sahara's bodemschatten is immoreel en illegaal. Sedert KMG het reconnaissance contract met Marokko heeft getekend, in 2001, is instemming van Marokko met VN-vredesplannen omgeslagen in een totale ontkenning van het recht op zelfbeschikking. Het heeft ertoe bijgedragen dat de spanning in de regio is opgelopen. Er zijn beslist mogelijkheden tot wettelijke stappen tegen de maatschappij, en we roepen KMG met klem op hun contract niet te verlengen. We zijn ervan overtuigd dat onze acties KMG ertoe zullen brengen zich terug te trekken, als laatste in de olie-industrie. De vraag is alleen hoe en wanneer," aldus de woordvoerster van de Stichting Zelfbeschikking West-Sahara.
Voor meer informatie, voor uitgebreide achtergrondinformatie over KMG en zijn betrokkenheid in West-Sahara, voor de integrale tekst van de brief naar de aandeelhouders:
Liesbeth den Haan
st.zelfbeschikkingwest-sahara"at"planet.nl
www.west-sahara.nl
Die operaties werden op twee manieren gefinancierd. Ten eerste was er een gezamenlijk fonds waaraan alle landen bijdroegen. Daaruit werden de hoofdkwartieren en de infrastructuur betaald. Daarnaast was er voor operaties het principe dat de kosten betaald werden waar ze gemaakt werden. Dat betekende dat een land dat troepen of uitrusting leverde voor een NAVO-taak daar ook alle kosten voor betaalde.
Maar naarmate de NAVO op avontuur gaat naar verre landen zoals Afghanistan (8.000 militairen bij ISAF) of Irak (bescheiden opleidingsactiviteiten), moet er een manier van financiering worden gevonden die meer uitgaat van gezamenlijke fondsen. Maar elke stap in die richting betekent hogere nationale bijdrages aan de NAVO en zal door de ministeries van financiën van de lidstaten zonder enige geestdrift bezien worden. Het gaat met name om de toekomstige NATO Response Force. Deze snel inzetbare en goede opgeleide interventiemacht van 20.000 tropen moet overal ter wereld supersnel ingezet kunnen worden om te vechten naast de Amerikanen. Jones is bang dat het huidige financieringssysteem ertoe leidt dat NAVO-leden huiverig zijn om hun troepen voor die interventiemacht beschikbaar te houden, omdat ze dan betalen moeten voor de inzet. Hij noemde het voorbeeld van België dat in 2003 achter de NAVO-operatie in Afghanistan stond maar vervolgens geen vliegtuigen stuurde nadat het Ministerie van Financiën geweigerd had op te draaien voor de kosten van personeel en onderhoud. De generaal wil een 'flexibeler' financieringssysteem.
Zo zal na de Europese defensie ook de NAVO een rekening indienen bij de penningmeesters van de Europese landen. De druk op de militaire begrotingen neemt nog verder toe als de grote legers die veel doen de kosten gaan afwentelen op de kleinere landen.
Bron: International Herald Tribune 15.2.2005 (Judy Dempsey)
Mogelijke redenen zijn de high tech wijze van oorlogsvoering, de kosten om de moderne soldaat te betalen en te beschermen en het wereldwijde karakter van de oorlogen.
Het vrijwilligersleger van de VS dat in 1973 in de plaats kwam van de dienstplichtigen, dwingt het leger om te concurreren met het particuliere bedrijfsleven. Om soldaten te werven moeten ze betere lonen en voorzieningen aanbieden. Loren B. Thompson, een militaire expert van het Lexington Institute zegt: "Uiteindelijk is het probleem dat je figuren uit de middenklasse moet overtuigen om hun leven op het spel te zetten voor een middenklasse salaris, dus de prijs van de soldaat blijft omhooggaan."
Volgens cijfers van de regering kost de oorlog in Irak zo'n 4,3 miljard dollar per maand en daar komt nog eens 800 miljoen dollar per maand bij voor de oorlog in Afghanistan. Het geld wordt besteed aan een heel scala van uitgaven, waaronder brandstof, munitie, gevarengeld voor de soldaten en reparatie en vervanging van wapens en voertuigen.
Dit is een bedrag dat volgens voor de inflatie gecorrigeerde cijfers van het onderzoeksbureau van het Congres vergelijkbaar is met de maandelijkse uitgaven in de Vietnamoorlog tussen 1965 en 1975. Maar dit geeft een wat vertekend beeld omdat de Vietnamoorlog in het begin tussen 1967 en 1970 veel duurder was dan later toen het aantal VS-troepen al was teruggebracht. Volgens het bureau kostte de Vietnamoorlog de VS 623 miljard dollar gecorrigeerd voor inflatie. Als wordt ingestemd met het voorstel van president Bush voor een noodbegroting van 81,9 miljard dollar zullen de oorlogskosten voor de VS sinds 11 september ongeveer de helft daarvan bedragen.
De VS hebben nu 170.000 militairen in Irak en Afghanistan en hopen dat binnen niet al te lange tijd terug te brengen tot 155.000 of minder. Tijdens het hoogtepunt van de Vietnamoorlog waren er meer dan een half miljoen VS-militairen gestationeerd in Zuidoost-Azië.
Een paar redenen voor de hogere kosten:
- De huidige technische specialisten zijn duurder dan hun dienstplichtige voorgangers;
- Er wordt meer gebruik gemaakt van reservisten. Hun salarissen drukken helemaal op de oorlogskosten en niet op de reguliere defensiebegroting;
- Het woestijnklimaat in Irak verslijt de voertuigen in een veel sneller tempo dan verwacht, waardoor extra kosten ontstaan voor reparatie en vervanging;
- Het aantal gesneuvelden is lager dan in vorige oorlogen door betere oefening, betere bepantsering voor lichaam en voertuigen en betere toegang tot medische hulp. Allemaal maatregelen die dure investeringen vergen. Het VS-leger maakt ook meer gebruik van geautomatiseerde systemen voor gevaarlijke karweitjes die vroeger door mensen opgeknapt werden.
Het gaat bij de wereldwijde oorlog tegen terrorisme en die in Irak ook om langdurige militaire inspanningen over grote afstanden naar vele landen. Dit slokt veel middelen op voor transport, logistiek en verbindingen. Kleinere aantallen VS-militairen zijn naar Georgië, Djibouti en de Filippijnen gestuurd op jacht naar extremistische moslimgroeperingen.
De oorlogen zijn gefinancierd met een reeks noodbegrotingen, gefinancierd met geleend geld. Samen met geld voor wederopbouw is er nu voor een bedrag van 228 miljard dollar goedgekeurd.
De laatste noodbegroting van 81,9 miljard dollar omvat 74,9 miljard voor het ministerie van defensie. Daar zit 12 miljard bij voor vervanging of reparatie van versleten en beschadigd materieel, waaronder 3,3 miljard voor extra bepantsering voor vrachtwagens en andere bescherming voor troepen waarover geklaagd is.
Rusland, met het tweede leger ter wereld qua omvang, besteed 65 miljard dollar per jaar voor zijn hele leger.
Bron: AP 16.2.2005 (John J. Lumpkin)
Bron: NRC Handelsblad 17.12.2004
Bron: www.waddenvereniging.nl
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina
Al enige tijd is Kerk en Vrede, ook op Europees niveau, betrokken bij lobby- en voorlichtingsactiviteiten tegen het militaire karakter van de Europese Grondwet, zowel via de kerken als via de vredesbeweging. Het idee voor een kaarten- en handtekeningenactie kwam tot stand tijdens een door het Platform tegen de 'Nieuwe Oorlog' georganiseerde workshop over de Europese militarisering op het Nederlands Sociaal Forum van eind november. Kerk en Vrede hoopt met de steun van kerkelijke en vredesorganisaties zoveel mogelijk handtekeningen op te halen, zodat ze na het referendum, dat vermoedelijk in mei of juni plaatsvindt, met versterkte stem en samen met haar Europese partners voor een geweldloos Europa kan pleiten: een Europa dat kiest voor een niet-militaire aanpak van internationale conflicten, maar voor diplomatie, economische maatregelen en de inzet van burgervredeswerkers.
Bij de kaarten- en handtekeningenactie hoort ook een informatiebrochure met achtergrondinformatie. Eerder verschenen artikelen in diverse bladen en links naar overeenkomstige campagnes staan op de website www.kerkenvrede.nl/europa/. De actiekaart kan daar ook elektronisch getekend worden en tevens kunt u daar de handtekeningenlijst downloaden of actiekaarten bestellen.
Nadere informatie:
Kerk en Vrede
Postbus 1528
3500 BM Utrecht
tel: 030-2316666 (Torsten Wendav)
e-mail: t.wendav"at"kerkenvrede.nl
website: www.kerkenvrede.nl/europa/
Opening: 8 april 17.00 uur door P.H. Kamphuis, directeur Instituut voor Militaire Geschiedenis.
Start in Hagenborghpark (achter Theater Hotel) - einde voor de poort van Urenco.
Org: Nederlands Euregionaal Nucleair Overleg (NENO).
Info: 020 - 6168294 (LAKA)
e-mail: nenocontact"at"hotmail.com
website: http://home.hetnet.nl/~antinucleair/
wo 4 mei 2005 - Amsterdam - 13:00 uur -14:00 uur:
Org: Franciscaanse Vredeswacht
Info: 023 5658469
e-mail: vredeswacht"at"hetnet.nl
website: www.franciscaansevredeswacht.nu
Ons onderhandelingsteam voor nucleaire ontwapening zal in 2004 en in 2005 regelmatig contact opnemen met de verschillende bevoegde overheden om een dialoog mogelijk te maken over een kernwapenvrije NAVO. Het team zal parlementsleden ondersteunen die initiatieven ondernemen die leiden tot nucleaire ontwapening.
Bombspotting - Bombespotting gaat internationaal! We gaan op zoek naar internationale ondersteuning en trachten de Bomspotting te laten uitgroeien tot een Europese campagne.
In 2005 moet internationale nucleaire ontwapening een politiek niet te negeren thema zijn.
Het Forum voor Vredesactie en Bomspotting vzw kunnen dit niet alleen. Daarom vragen we het brede middenveld om de Bomspotting-acties te ondersteunen èn om zelf activiteiten rond nucleaire ontwapening te organiseren.
Naar begin artikel
Naar Inhoudsopgave
Naar beginpagina