Aangepast zoeken
Naar beginpagina Naar overzicht VD AMOKs
VD AMOK
Colofon
VD AMOK VD AMOK Copyright Adres redactie en abonnementenadministratie Redactie Fotografen en illustratoren Vormgeving Drukker Verder werkten aan dit nummer mee Abonnementen Advertenties Sluitingsdatum volgend nummer Naar Inhoudsopgave Naar beginpagina Voor de tweede keer dit jaar is de VD AMOK een product van de samenwerking tussen de redacties van VD AMOK en het Vredescahier uit Gent, een uitgave van de vzw Vrede. Begin dit jaar brachten we samen een gedegen boekje uit over de militarisering van de Europese Unie. Guido van Leemput Voor de redacties VD AMOK en Vredescahier Redactioneel Is de wereld veranderd na 11 september? Gezaghebbende commentatoren beweren van wel. De oorlog tegen het terrorisme zou alles anders maken: er is geschreven over een aanval op de westerse beschaving. Maar zoals veel van de schrijvers in dit nummer betogen, liggen die veranderingen eerder in het verlengde van al bestaande belangen en ontwikkelingen. De cruciale vraag is of de “oorlog tegen het terrorisme” inderdaad een oorlog tegen terroristen is, of eigenlijk een eufemisme voor een oorlog tegen die delen van de wereld waarvan de bewoners de pech hebben in strategiese gebieden te wonen die van cruciaal belang zijn voor de VS en andere grootmachten. Daarin speelt de kwestie van toegang en controle over hulpbronnen zoals olie, een beslissende rol. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit ook in Afghanistan het geval is. In dat geval wordt er een wisseltruc op ons toegepast: een politionele opsporingsoperatie van een groep internationale georganiseerde, gevaarlijke en bijzonder gewelddadige misdadigers wordt omgezet in een allesomvattende oorlog tegen hele bevolkingsgroepen en landen. Vertegenwoor- digers van de militaristiese vleugel van de Amerikaanse politiek, helaas gesteund door de VVD in Nederland, roepen al maanden op tot uitbreiding van de heilige oorlog: ook Irak, Iran, Libië, Somalia, en Soedan staan op hun verlanglijstje. Inderdaad: Europa staat ook op een kruispunt. Als de Amerikaanse interventievleugel haar zin krijgt, gaat Europa haar volgen? Het gaat daarbij nauwelijks om de zeer beperkte praktische militaire hulp voor de Amerikaanse avonturen - de befaamde Europese interventiemacht loopt alweer achter op schema - maar des te meer om politieke steun. De kritiekloze medewerking van de Europese lidstaten aan het in werking stellen van het bijstandsartikel in het Atlantisch Verdrag (steun aan een NAVO lidstaat die aangevallen wordt) doet het ergste vrezen. Tenslotte willen wij ook wijzen op de bijzonder ernstige repressiemaatregelen die in de VS zijn ingevoerd in de vorm van krijgsraden die buitenlanders kunnen berechten. William Safire, de conservatieve commentator van de New York Times (tevens lid van de Democratische Partij) stelde het als volgt: “In zijn schandalige decreet geeft President Bush toe dat ‘de rechtsbeginselen en de regels van bewijsvoering’, die de basis vormen van het Amerikaanse rechtssysteem, buiten werking worden gesteld.” Duizend mensen zijn opgepakt voor onbepaalde tijd op grond van vermoedens en niet bewijzen. De repressie heeft een racistiese wending genomen door het aanwijzen van leden van minderheidsgroeperingen als mogelijke terroristen. Als een aanslag zoals die van 11 september ook in Europa plaatsvindt vrezen we dat ook hier de roep om harde maatregelen zal toenemen. Naar begin artikel Naar Inhoudsopgave Naar beginpagina - Nieuwe oorlog - 11 september en de internationale politiek De aanslag op de symbolen van de Amerikaanse militaire en economische macht - het Pentagon en het World Trade Centre - op 11 september jl. markeert een omslagpunt in de internationale politiek. Het is echter nog onduidelijk welke kant het opgaat. Een cruciale vraag is of de VS vasthouden aan het unilateralisme van de afgelopen drie jaar, of dat ze op essentiële punten hun beleid wijzigen in de richting van multilateralisme. De tekenen wijzen erop dat dit laatste niet het geval is. De Amerikaanse regering voerde voor 11 september een koers die onmiskenbaar tot doel had om Amerikaanse doelstellingen na te streven zonder acht te slaan op de belangen van andere landen. Dit is herhaaldelijk tot uiting gebracht door Amerikaanse regeringswoordvoerders, slechts gerelativeerd door een met de mond beleden noodzaak voor overleg met de bondgenoten. De voormalige of toekomstige concurrenten - Rusland en China - werden sowieso genegeerd. Internationale politiek en olie Europese politiek Karel Koster Noten 1. Zie 'Quand Washington negociat avec les talibans'; Le Monde 12 november 2001, en Inter Press Service 15.11.2001, AD 19.11.2001 Terug naar tekst 2. Voormalig Nationaal Veiligheidsadviseur onder President Carter, Zbignew Brezinski, had hier al openlijk op aangedrongen in zijn boek: The Grand Chessboard - American Primacy and its geostrategic Imperatives; Basicbooks, 1997, New York. Terug naar tekst 3. 'Londres veut intensifier les liens entre Russie et OTAN'; Le Monde 18/19 nov. 2001 Terug naar tekst Naar begin artikel Naar Inhoudsopgave Naar beginpagina - Vredesbeweging - Meningsvorming in angstige tijdenVanaf 11 september, de eerste dag van de huidige wereldcrisis, hebben delen van de vredesbeweging zich verzet tegen wraakzuchtige reacties. En gewerkt aan een nieuwe werkstructuur om te handelen. Binnen zes weken werden in Nederland twee landelijke manifestaties georganiseerd en een netwerk van zelfstandig werkende plaatselijke groepen opgezet. Ook in de Verenigde Staten, om maar één buitenland te noemen, bleek de veerkracht en het reactievermogen opmerkelijk. Nog op dinsdag 11 september hing er uit het raam van het kantoor van 'War Resisters'International' in New York, op slechts een kwartier gaans van de plek des onheils een spandoek met de tekst "Oog om oog maakt de mensheid blind". Een spreuk van Ghandi die inmiddels overal is opgedoken. Binnen korte tijd na de aanslagen zag 'de beweging' zich geconfronteerd met drie negatieve ontwikkelingen op zeer grote schaal. De beweging - vredesbewegingEén algemene conclusie over de maatschappelijke gevolgen van de aanslagen van 11 september is de ruk naar rechts die in de wereld heeft postgevat. De overrompelende angst die op enorme schaal postvatte en die door de grote kracht van de media versterkt doordrong, heeft ertoe geleid dat niet alleen schuldige daders en opdrachtgevers worden gezocht, maar ook en vooral in een klap een nieuwe ernstig en diepgaand vijandbeeld heeft opgeroepen. De vredesgroepen die hier bedoeld worden, zijn de leden en aanhangers van de 205 groepen en groepjes die het Manifest tegen de nieuwe oorlog hebben getekend (zie: www.wereldcrisis.nl). Zij kunnen tot 'links' Nederland worden gerekend en vertonen sinds half september een ongekend activisme (zie voor een overzicht elders in dit blad). De vredesbeweging maakt met rasse schreden een verbreding door in tal van steden. Inmiddels hebben zij zich in 21 steden in plaatselijke platforms georganiseerd die veelal wekelijks op de been zijn met wakes en demonstraties. De leuzen waarop tal van comités en platforms zich organiseerden waren wereldwijd overeenkomstig: Rechtvaardigheid, geen wraak; Neem de voedingsbodem van het terrorisme weg; Solidariteit met alle slachtoffers van de geweldspiraal; Creëer geen nieuw vijandbeeld. BurgercoalitieNu is het hier geschetste beeld van 'de beweging' niet eenduidig. In genoemde discussiebijeenkomsten nemen vaak ook medewerkers deel van organisaties uit de nieuwe "Civil coalition". Op initiatief van enkele grote organisaties zoals HIVOS, ICCO, NOVIB, NIZA en Vluchtelingenwerk is een verklaring opgesteld. (Deze verklaring is 22 september in enkele dagbladen geplaatst en is na te lezen via www.civilcoalition.nl) Samenwerkende hulporganisatiesInmiddels hebben een zevental hulporganisaties het bekende gironummer 555 opengesteld om hulp aan de vluchtelingen in Afghanistan te kunnen betalen. Deze actie loopt slecht. De initiatiefnemers waaronder Memisa, Artsen zonder grenzen, stichting Vluchteling, en Unicef geven dat schoorvoetend toe. Afgezien van gebrek aan indringende tv-beelden is er een keihard politiek feit; "Veel mensen zeggen: we steunen de Amerikanen in hun bombardementen en nu moeten we ook de problemen oplossen. Dat rijmt niet," aldus een van de organisatoren van de actie in het Algemeen Dagblad (12 november 2001). In een verklaring op internet wordt nadrukkelijk gesteld dat geen standpunt wordt ingenomen over de huidige oorlog in de Afghanistan omdat dat politiek is. Politiek isolementDe angst om politieke uitspraken te doen tegen de bombardementen in Afghanistan heeft vooral te maken met de angst voor een politiek isolement. Het zeer opvallende feit deed zich voor dat in de eerste dagen na de aanslagen sommige woordvoerders (Kok voor de regering en Faber voor het IKV) authentieke geluiden lieten horen, die echter naderhand vergeten leken te zijn. In eerste instantie was het premier Kok die een pleidooi voor geduld en waardigheid liet horen. Twee dagen later bepleitte hij oorlog. Datzelfde geldt voor IKV'er Faber die na aanvankelijk redelijk commentaar, meegaat in vergelding. Het herroepen van deze uitlatingen onder druk van de omstandigheden of door rechtstreekse influistering van machtiger krachten, zo is mijn insinuatie, droeg bij aan de ontreddering na de shock van de aanslagen en aan de angstpsychose die rondwaart. De partij die de weerspiegeling lijkt van deze tegenstrijdige posities (merendeel progressieve kaderleden en half meeregerende fractieleiding) is GroenLinks. In een brief aan de leden van begin november laten de schrijvers Paul Rosenmöller en Farah Karimi hun vertrouwen blijken in een hoogtechnologische oorlogvoering. Slimme bommen, zo vat ik samen, bestaan en zijn geoorloofd tegen terroristen. Maar domme niet. Het is een standpunt bedoeld om twee politieke leefwerelden te verenigen. De jacht op terroristen is niet zo zeer omstreden, als wel het aanvallen van een land met alles wat daarin leeft. Dertien november heeft GroenLinks zich bij de tegenstanders van de bombardementen geschaard. De meningsverschillen over de oorlog blijven, onder de huidige omstandigheden, echter nog bestaan. Lange duur oorlogOndanks een snelle militaire ontwikkeling dezer dagen valt er over het verloop van de oorlog weinig met zekerheid te zeggen valt. Het werk van de nieuwe vredesbeweging lijkt zeker nodig tot de zomer van 2002. Op basis van uitspraken van Amerikaanse topmilitairen kunnen we uitgaan van deze veronderstelling. Ze verwachten dat de oorlog tegen het terrorisme (en misschien zelfs in Afghanistan) zeker tot dan zal duren. Ten aanzien van Afghanistan komt er een ander politiek vraagstuk bij: hoe moet Afghanistan politiek worden ingericht. Moet het Platform tegen de Nieuwe Oorlog, de vredesbeweging, daarop een antwoord formuleren? De oorspronkelijke oproepen om af te zien van geweld en te zoeken naar geweldloze oplossingen blijven actueel want de volgende slag in de oorlog tegen het terrorisme staat al op de agenda. Als die begint zal de angst opnieuw worden rondgepompt, en zal het de eerste taak van vredesgroepen moeten zijn deze angst tot zijn ware proporties te ontrafelen. Voorlopig kan geconcludeerd worden dat de vredesbeweging een politieke kracht in de onderstroom van het politieke bedrijf is. Eén van de doelen van het werk van de vredesbeweging moet zijn het opzeggen van medewerking door Nederland aan deze oorlog. Dan komt er ook meer tijd voor de problemen van het vijandbeeld tegen sommige groepen in de eigen 'multiculturele maatschappij'. Maar daar mag niet mee gewacht worden. Een vraag voor de beweging is hoe deze eisen uit het Manifest te verduidelijken. Het stimuleren van een krachtig, inhoudelijk op geduld en verzoening gericht geluid blijft van zeer groot belang. Misschien ligt daar zelfs, onder voorwaarde dat er tegen de oorlog tegen het terrorisme geageerd wordt, de sleutel voor een nieuwe samenwerking met bijvoorbeeld de Civil Coalition. Doel, een volwaardig en ongecontroleerd burgerschap voor iedereen. - Afghanistan en internationaal recht - Vergelding of zelfverdedigingPresident Bush reageert militair op de terroristische aanval van 11 september tegen de verantwoordelijken ervan en tegen de landen die deze ondersteunen of laten begaan. Maar de vraag is of dit internationaalrechtelijk wel kan. Redacteur Hans Lammerant van het Vlaams pacifistische tijdschrift Forum voor Vredesactie geeft een overzicht. De fundamentele regels over de internationale betrekkingen zijn te vinden in het VN-Handvest:
Dreigen met geweldGeweld en zelfs het dreigen ermee is niet toegestaan volgens art. 2 §4 VN-Handvest. In het VN-Handvest is één uitzondering voorzien: zelfverdediging, volgens art. 51 VN-Handvest. ZelfverdedigingWanneer is er nu sprake van zelfverdediging? Dit is niet onmiddellijk af te leiden uit de tekst van het VN-Handvest. Wel spreekt art. 51 van zelfverdediging naar aanleiding van een 'gewapende aanval'. Er moet dus sprake zijn van een voorafgaand gebruik van geweld tegen de betrokken staat. NoodzakelijkheidTen eerste is in de huidige situatie de aanval gestopt. Met het spijtige resultaat weliswaar van 5000 doden, maar er is geen geweld ter verdere zelfverdediging meer nodig aangezien er geen verdere aanval meer is. Een aanval op Afghanistan beantwoordt bijgevolg niet aan de noodzakelijkheidsvoorwaarde. Het gaat dan ook niet om zelfverdediging maar om een represaille, om een wraakactie. Terreur als aanleidingTen tweede kan de vraag gesteld worden of terroristische daden wel aanleiding kunnen geven tot zelfverdediging zoals geformuleerd in art. 51 VN-Handvest. Eerst en vooral regelt dit Handvest de betrekkingen tussen staten. De gewapende aanval waarvan sprake is, moet dan ook toegerekend kunnen worden aan een staat, rechtstreeks of onrechtstreeks. In dit geval lijkt dit zeer onwaarschijnlijk.De terreurdaden zijn duidelijk misdrijven. Bevinden de verantwoordelijke personen ervoor zich op eigen grondgebied dan kan de getroffen staat zelf vervolgen. Bevinden deze zich elders, dan heeft de getroffen staat de uitlevering of de berechting te vragen. De betreffende personen zelf gaan halen is een inbreuk op de soevereiniteit van het land waar de terrorist zich bevindt. GedogenBush omzeilt dit door het gedogen dat staten voor terroristische groepen doen, met een aanval vanuit dat land gelijk te stellen. Hier zijn argumenten voor en tegen te verzinnen. Om de knoop door te hakken moeten echter niet zomaar argumenten verzonnen worden maar moeten de rechtsbronnen bekeken worden. Naast het VN-Handvest en de rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof gaat het hierbij om de praktijk van de bevoegde VN-organen, in casu de Veiligheidsraad. Art. 5 van het NAVO-verdragArt. 5 van de NAVO stelt: "De partijen komen overeen dat een gewapende aanval tegen een of meer van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd; zij komen bijgevolg overeen dat, indien zulk een gewapende aanval plaats vindt, ieder van haar de aldus aangevallen partij of partijen zal bijstaan, in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging erkend in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, door terstond, individueel en in samenwerking met de andere partijen, op te treden op de wijze, die zij nodig oordeelt - met inbegrip van het gebruik van gewapende macht - om de veiligheid van het Noord-Atlantische gebied te herstellen en te handhaven. SolidariteitsmechanismeHet NAVO-verdrag moet gelezen worden in het kader van het VN-Handvest. Art. 51 VN-Handvest spreekt ook van collectieve zelfverdediging en art. 52 van het Handvest laat regionale akkoorden of organen toe ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid, mits deze verenigbaar zijn met de doelstellingen en de beginselen van de VN. Het NAVO-verdrag is een dergelijk akkoord en schrijft zich volledig in in het VN-kader. Art. 1 van het NAVO-verdrag bevestigt zich te onthouden van bedreiging of gebruik van geweld dat onverenigbaar is met de doeleinden van de VN. Art. 7 bevestigt dit nogmaals, tezamen met de primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. - Terreur en de media - Eerste slachtoffer is de waarheidDe media in binnen- als buitenland schuwden na 11 september de grote woorden niet. Dit was een aanval op het hart van onze westerse beschaving. Dit kon niet ongestraft blijven. We zouden terug slaan. In heel het Westen maakten de media ons via de 'War on America' rijp voor de 'War on Terror'. Kranten en weekbladen brachten extra-edities, journaals verdrongen alle andere radio- en televisieprogramma's en ook het internet leverde zijn bijdrage door een niet te stelpen stroom aan berichten én geruchten die soms voor hevige discussies in de klassieke media zorgden. Alle overheden waren zich bewust van het belang van de media. Ze schakelden overal waar mogelijk de media voor hun eigen agenda's in. "Een journalistieke wet," schreef Willem de Bruin in de Volkskrant, "wil dat de aandacht voor een ramp wordt bepaald door het aantal slachtoffers gedeeld door de afstand. Afstand moet hier niet alleen worden begrepen als de fysieke afstand tussen ons en de slachtoffers, maar ook als de psychologische afstand. Het verlies van een naaste doet nu eenmaal meer pijn dan de dood van een onbekende in een ver land." Kongo bijvoorbeeldElke dag sterven er wereldwijd naar schatting 36.000 kinderen door honger en ondervoeding. Elke dag worden bloedige maar vergeten (burger)oorlogen uitgevochten in landen zoals Kongo, Colombia, Sri Lanka. In Centraal-Afrika alleen al vielen de jongste jaren meer dan drie miljoen doden, maar voor hen laten we onze slaap niet. VTM (Vlaamse commerciële zender) en VRT (Vlaamse publieke omroep) brengen er nauwelijks beelden van, zelfs niet als onze premier de ex-kolonie bezoekt. De Kongolese 'lijken' lijken ook zo ver van hier. Hun dood is voor onze 'humane beschaving' geen enkele bedreiging. Naar Kongo gaan we niet werken of zonnen en de moordenaars die ginder actief zijn, werken voor de lokale slachtmarkt. Ondanks het feit dat we op CNN bijna geen dode New Yorker te zien kregen leefden we van minuut tot minuut met de getroffen Amerikaanse stadsbewoners mee. Overlevenden brachten voor de camera's hartverscheurende verhalen. En er waren de spectaculaire beelden van de vliegtuigen die invlogen op de WTC-torens, de ontploffing, de instorting. Meer dan alle onzichtbare doden waren het de eindeloos herhaalde beelden van de brandende torens die ons raakten. Vraag is ook wie en hoe bepaalt voor welke gebeurtenissen de formule van de onafgebroken rechtstreekse nieuwsuitzending wordt toegepast. Tijdens de aardbeving in Turkije of de overstroming in Mozambique was er geen sprake van breaking news. Ervaringen uit VietnamJim Schilder verklaarde in De Standaard (13/10) het grote belang dat de Amerikaanse overheden aan de media hechten als volgt. "In de jaren zestig werd op grote schaal gedemonstreerd tegen de Vietnamoorlog, terwijl de media nog meeliepen met het Witte Huis. Na het Tet-offensief in 1968 verklaarde de gezag hebbende nieuwslezer Walter Cronkite dat de oorlog niet te winnen was, waarna president Johnson gezegd zou hebben: 'Als ik Cronkie kwijt ben, ben ik doorsnee-Amerika kwijt.'" De oorlog duurde wel nog zeven jaar, maar vaak hoor je ook nu weer dat de Amerikaanse militairen denken dat ze de Vietnamoorlog op de beeldbuis verloren hebben. Dat zal hen geen tweede keer overkomen. De Golfoorlog was er al één van enorme censuur en ook van de oorlog in Afghanistan krijgen we nauwelijks iets te zien. Wat nog in de hand gewerkt wordt door het feit dat de oerconservatieve Taliban zowat alle media in hun land verboden hadden. Mediale escalatieDe terroristen die op 11 september toesloegen wisten echter maar al te goed hoe de Westerse massamedia te bespelen. "De aanslag werd live door CNN uitgezonden en de terroristen lieten de vijandelijke media opdraaien voor de kosten van hun mondiale propaganda," stelde Piet de Moor in De Morgen (13/10). "Ze haalden de Amerikanen op alle terreinen naar beneden door ze, als donderslag bij heldere hemel, te treffen in hun symbolen, hun macht, hun brains, hun vriendschappen en liefdes. De terroristen maakten de Amerikanen belachelijk door hun aanslag te ensceneren als een panoramisch spektakel, opgevoerd in het mondiale stadion, waarin gebruik werd gemaakt van de filmfantasie van Hollywood, de Flight Simulators van Microsoft en de vliegroutes die je terugvindt op de websites van internet. Door 's morgens toe te slaan zorgden de misdadigers voor een dagvullend tv-programma." De Moor sprak van een "mediale escalatie." Bij zo'n escalatie, waarbij overheid en terroristen geen inspanning onverlet laten om de media naar hun hand te zetten, zou je hopen dat er in de mediawereld een ruime bezinning op gang komt. Dat gebeurde echter nauwelijks. Vredesbeweging weggetruceerdStandpunten van de vredesbeweging moest je in het begin zoeken op internet of in het enige linkse weekblad dat België nog rijk is: Solidair. "Vrede trekt de straat op," titelde Solidair van 3 oktober. Later wees ook De Morgen er op de voorpagina op dat het standpunt van de vredesbeweging in de media niet aan bod komt. De Standaard wees eveneens op het "doodzwijgen van de vredesdemonstranten": in de VS werden in de eerste weken na de aanslagen reeds tal van vredesoptochten georganiseerd, "maar via het indrukwekkende nieuwsaanbod op tv en internet is er niks over te vinden. Wie er niet bij was, weet niet dat ze hebben plaatsgevonden," berichtte Jim Schilder (De Standaard, 13/10). Zowel De Morgen als De Standaard hadden het wel over de Amerikaanse vredesbeweging. Het viel overigens ook op hoeveel 'buitenlandse kopij' er in kranten zoals De Morgen en De Standaard staat. Die 'kopij' mag dan van hoge kwaliteit zijn (wat bv. zeker geldt voor de Brit Robert Fisk (The Independent) wiens stukken in De Morgen echt op het debat wogen), het gevaar dreigt dat we zo toch weer met een buitenlandse bril op zitten. Al kan dat nu en dan zeker geen kwaad; als het maar duidelijk is. Goed verkopend nieuws"Het belangrijkste criterium is dat de klant het nieuws weet te waarderen," schreven Bas Jansen en Sander Wageman in De Perstribune (2/10, de mediakrant van de opleiding journalistiek te Kampen). "Het gevolg is dat bestaande gevoelens van onbegrip jegens andere bevolkingsgroepen extra worden benadrukt door de lokale media." Een gevolg is ook dat we worden overstelpt met 'goed verkopende' berichten en programma's over biologische en chemische wapens. Jaren geleden al werd het kapen van vliegtuigen in de hand gewerkt door de sensatieberichtgeving erover. Daardoor konden kapers zich wereldwijd in het nieuws werken. Johan Grimonprez toonde dit op aangrijpende wijze in zijn documentaire DIAL History: vliegtuigkapers voerden via de televisie 'raids' uit op ons bewustzijn. De zelfmoordpiloten van 11 september deden net hetzelfde. Niets nieuws onder de zon. "Feit is dat de terreur van de televisie profiteert," schreef Marcel van Nieuwenborgh in De Standaard (13/9). "De vijanden van Amerika weten sinds Vietnam dat je de televisie nodig hebt, als je de hele natie wilt raken. (...) De nieuwste media vallen niet langer samen met de gevechtstactieken maar maken er integraal deel van uit." KritischIn één van de zeldzame mediakritische artikelen die er tijdens de eerste zes weken na de terreuraanslagen van 11/9 in de Vlaamse pers opdoken (een artikel van Chris De Stoop in Knack van 17/10) stelde de Gentse mediadeskundige Hans Verstraeten dat de media na de aanslagen van 11 september de oorlogslogica even hard ondersteunden als de militairen. "Daar zijn ze volgens mij serieus uit de bocht gegaan. Niet alleen in de Amerikaanse maar zelfs in de Belgische media had je meteen die teneur. In feite lieten ze allemaal steeds dezelfde klok horen: de aanslagen waren een aanval op het Vrije Westen en dus moest het hele Vrije Westen wel terugslaan. (..) In Amerika waren er zelfs media die al te kritische stemmen meteen buiten gooiden. Dan blijkt dat niet alleen objectiviteit maar ook pluralisme een luxeproduct is voor in vredestijd." CNN-zenders pieken bij oorlog en terreurVermits de kijkcijfers de reclame-inkomsten bepalen wordt 'spannend nieuws' (over oorlog, terreur en andere rampspoed, maar ook bijvoorbeeld over seksuele escapades van presidenten) haast levensnoodzakelijk voor commerciële omroepen die zich in nieuwsvoorziening specialiseren. "En zo beleefde CNN zijn wederopstanding," blokletterde De Morgen op 15/9. CNN's berichtgeving over de aanslagen in de VS werd wereldwijd door zo'n 250 'lokale' televisiezenders overgenomen. "Na enkele crisisjaren was de heropstanding van de marktleider een feit. Net als tijdens de Golfoorlog bleek hij niet te verslaan." Ondertussen heeft CNN er wel de Arabische concurrent Al Jazeera bij, maar de basisvoorwaarde voor het goed draaien van CNN blijft dezelfde: er moet internationaal een crisis heersen of tenminste een 'groot' schandaal, zoals de Lewinsky-affaire, te exploiteren zijn. Anders dreigt voor CNN zelf een crisis. Is het daarom dat de zender het na de aanslagen meteen had over War on America en War on Terrorism? CNN bloeide op dankzij terreur en oorlog. Zal de zender er niet alles aan doen om de oorlogstoestand zo lang mogelijk te rekken? In De Standaard (13/9) vond de Nederlanse prof Karsten Renckstorf de vraag (van Leo Bonte) of internationale crisissen voor CNN "levensnoodzakelijk zijn" te cynisch, maar weerleggen kon hij ze niet. En er is niet enkel CNN. Over heel de wereld namen omroepen elementen van CNN over. Zelfs regionale zenders spiegelen zich aan de omroep van Ted Turner. "We willen voortaan de Antwerpse CNN zijn," stond op 12/10 boven een artikel in De Morgen over de Antwerpse ATV. Philip De Winter zal er wel garen bij spinnen. Ook het (gecommercialiseerde) Arabische Al Jazeera is in hetzelfde bedje ziek als CNN. In een reportage die Panorama uitzond, zagen we hoe Al Jazeera heel controversiële figuren (fundamentalisten, oorlogsstokers ...) in de studio haalt. "Lager, als het financieel beter gaat, zullen we meer ernstige mensen uitnodigen," stelde één van de Al Jazeer-medewerkers. Als de zender tegen die tijd niet op de beurs staat: dan kan het financieel nooit goed genoeg gaan. Overdaad aan emotiesEen eerste conclusie is dat kritische stemmen het vooral meteen na de aanslagen moeilijk hadden in de media. Door de overkill aan emotionaliteit werd de in vredestijd wel aanvaarde rationele dwarsliggerij, buitenspel gezet. Wat de voorstanders van een 'ferm' optreden handig uitkwam. Later kon kritiek op de gang van zaken dan toch geuit worden in de Vlaamse kwaliteitskranten, met name in De Standaard en vooral De Morgen die o.a. voor de bijdragen van Robert Fisk een pluim verdient. Nu er steeds meer berichten uit de VS en Groot-Brittannië komen over hoe de autoriteiten journalisten tegenwerken, is het ook in eigen land oppassen voor nieuwe vormen van censuur. In Groot-Brittannië maakte de regering Blair met een klacht bij de BBC (omdat een journaliste de bestemmingen had onthuld van de reis van Blair door het Midden-Oosten) duidelijk dat in 'deze tijden van oorlog' pottenkijkers niet gewenst zijn. In de VS zette de regering de omroepen onder druk om uitspraken van Bin Laden nog slechts heel kort te brengen. De zelfcensuur sloeg toe nadat enkele kritische journalisten aan de deur waren gezet. Zo werd bij The Texas City Sun een journalist afgedankt die gesuggereerd had dat Bush na de aanslagen in Nebraska onderdook en verzuimde het volk leiding te geven. Nauwelijks zelfkritiekIn de geschreven pers ontstond er nauwelijks enig debat over de rol die de media speelden. Slechts in enkele publicaties vonden we kritische artikelen. Eén Gentse mediaprofessor, Hans Verstraeten, haalde de pers met een uitgewerkte visie. Van de andere Vlaamse mediaproffen hadden we na anderhalve maand amper iets gehoord. Dat ze niet de avond zelf met analyses klaar stonden, is normaal. Een wetenschapper moet afstand nemen. Maar na pakweg een maand moet hij/zij toch in de mot hebben wat er gaande is en zijn/haar stem laten horen. Waarom gebeurde dit niet? Ook op de Vlaamse televisie was er ook nauwelijks kritiek zicht- of hoorbaar over het eigen reilen en zeilen. Daar waar zo'n kritiek nochtans perfect kan. De Nederlandse televisie bewijst al jaar en dag met programma's zoals vroeger Het Blauwe Licht (VPRO) en nu 'De Leugen regeert' (VARA) dat mediakritiek op televisie interessant kan zijn, leuk en leerzaam zelfs. En op de RTBF-televisie startte zopas een programma waarin kijkers hun klachten over de omroep kunnen uiten. Begeleiding publieke opinie naar wraakDoor de oorlogszuchtige taal in de media hebben de media de stemming onder de bevolking mee doen evolueren naar een opstelling 'pro' Amerikaanse 'vergeldingsaanvallen'. In plaats van een genuanceerd beeld op te hangen, hebben met name de Vlaamse omroepen eenzijdig de aandacht gefixeerd op de schurk der schurken: Bin Laden, van wie nog steeds niet bewezen is dat hij achter de terreuraanslagen zit! Merkwaardig is ook dat de media die zogezegd de 'publieke opinie' volgen (de publieke opinie die in de V.S. zogezegd 'om wraak riep'), die publieke opinie niet volgen in haar angst voor nieuwe aanvallen van terroristen als gevolg van het militaire optreden van het Westen. Vastgesteld is ook dat ondanks de berichten dat de strijd tegen de terreur 'geen strijd tegen de islam' is, de Vlaamse media door hun fixatie op Bin Laden en andere 'moslimterroristen', de angst voor en de haat tegen al wat met de islam te maken heeft, in de hand werkten. Tenslotte moet opgemerkt worden dat de Vlaamse media door hun zucht naar kijk- en leescijfers en dus naar sensatie, het binnenlands (semi-)terrorisme (dreiging met miltvuur met name) stimuleerden. Toch kunnen we op een positieve noot eindigen: sinds de aanslagen van 11 september kregen we in de provincialistische Vlaamse media meer buitenland dan ooit te lezen, te horen en te zien. En over de 36.000 kinderen die dagelijks van armoede en honger sterven, over hen wordt nu ook al gesproken. UiterstenKijken we wat filosofisch terug op de anderhalve maand na 11 september, dan blijkt dat we van het ene uiterste in het andere vielen. Tot voor kort was het in de media nog al 'nieuwe economie' wat de klok sloeg en groeiden de aandelenbomen tot in de hemel. Nu lijkt het er sterk op - met de oorlog in Afghanistan en al de nieuwe terreurdreigingen - dat de negatieve berichtgeving nog een tijd de media zal overheersen.Wie troost zoekt, kan naar de eerste helft van de vorige eeuw kijken. Met twee wereldoorlogen en een holocaust behoort die tijd tot de donkerste periodes uit de geschiedenis. Maar nadien volgde (in het Westen toch) een lange periode van vrede. Niemand kan de toekomst voorspellen. Hoe die zich ontwikkelt zal altijd een kwestie van mensenwerk zijn. Belangrijk daarbij is het verenigingsleven, met al de varianten aan vrijwilligerschap die het bevat. Dat verenigingsleven blijkt - zo schreef ethicus Koen Raes op 13/10 in De Morgen - "naadloos te sporen met democratische burgerschapsidealen en is aldus tegelijk voedingsbodem én oplossing voor wat als de 'verzuring van de samenleving' geboekstaafd staat. Het goede doen doet immers goed, en wie zich goed voelt, heeft ook meer vertrouwen in de wereld." Onafhankelijke burgermedia nodigIn het verenigingsleven valt ook naar een repliek te zoeken op al het commerciële mediageweld. Van de staatsmedia, ooit openbare omroepen genoemd, moeten we niet veel meer verwachten. Gewrongen als ze zitten tussen de commerciële concurrentie en de politieke elite die de knip op de portemonnee houdt, zijn de hoogdagen van de onafhankelijke omroepjournalisten voorbij. Deze moet je nu elders zoeken, bij de nieuwe onafhankelijke media. Hier wordt de weg gebaand door het internetwerk Indymedia, email-nieuwsbrieven zoals Aden (Gilles Martin), websites zoals die van DIV@zine en Uitpers, het bestaan ook van maandbladen zoals Imagine en Le Monde Diplomatique. Om maar die te noemen. Naar een 'Bond Beter Mediagebruik'In Franstalig België heeft ATA (de Bond van Actieve Televisiegebruikers) getoond dat een handvol vastbesloten mensen een belangrijke impact kan hebben op het televisiegebeuren in een gemeenschap. Vraag die we ons dan kunnen stellen: moeten we in Vlaanderen (en Nederland, redactie VD AMOK) niet iets soortgelijks opstarten, maar dan misschien best voor heel de Vlaamse media? Een soort 'Bond Beter Mediagebruik'? Zo'n BBM zou enerzijds de Vlaamse mediagebruikers actief kunnen verenigen, naar het voorbeeld van ATA, van de Bond van Trein-Tram- en Busgebruikers en/of een consumentenorganisatie zoals Test Aankoop. Maar omdat met name het televisiekijken een passieve gelegenheid is waaromheen je blijkbaar moeilijk mensen actief kunt verenigen, zou de BBM misschien eerder een samenbrengende rol moeten spelen zoals de Bond Beter Leefmilieu die voor de milieubewegingen vervult. Het besef moet groeien bij bv. de milieu- en de vredesbewegingen dat ze zonder goed draaiende mediabeweging weinig kunnen bereiken. Zonder hervorming van de media is het zinloos te denken dat men de 'publieke opinie' ooit voldoende ecologisch of pacifistisch bewust zal kunnen maken. Wel beste lezers, het idee voor een 'Bond Beter Mediagebruik' is hiermee gelanceerd. Aan u om er wat mee aan te vangen. - Botsende beschavingen -
Huntingtons maatpak voor conservatievenIn 1993 publiceerde Samuel Huntington zijn omstreden boek 'Botsende beschavingen', dat meteen ook een antwoord was op de al even omstreden theorie van Francis Fukuyama over het 'Einde van de geschiedenis'. Voor Huntington betekende de Val van de Muur inderdaad het einde van de ideologische breuklijnen, maar niet van de geschiedenis. Voortaan zou het strijdtoneel zich op cultureel vlak afspelen, met als belangrijkste pijler de religie. Huntingtons theorie is met de oorlog op Afghanistan zeer actueel geworden. Samuel Huntington ziet een nauwe samenwerking binnen de westerse beschaving als noodzakelijk met daarin het opnieuw benadrukken van allerlei (oude) westerse beschavingskenmerken (inclusief een rol voor religie). Zo'n identiteit wordt onder meer gevormd door de definiëring van een gemeenschappelijk vijand. Dat is wat men nu poogt te doen. Moslimfundamentalisten konden niets beter dromen en passen al evenzeer Huntington toe. Bin Laden en Bush tappen uit hetzelfde vaatje. Maar waar eindigt dat? Al gauw gebruiken extreme en conservatieve groepen dit om de hele islam in het vijandbeeld onder te brengen. Maar het belangrijkste is wellicht dat Huntingtons these een handig alibi is om de hegemonische politiek van het Westen ten opzichte van de rest van de wereld te rechtvaardigen. Self-fulfilling prophecy als het ware. Botsende beschavingen?"Amerika is de ark van veiligheid, de gezalfde beschaver, de enige bron van licht en warmte en rust in de donkere, woelige, twistzieke wereld," schreef het Amerikaanse Congreslid William Evans Arthur in 1850. (Noot 1) Nog steeds blijft het Amerikaans politiek establishment deze mythe verdedigen. Sinds 11 september is daar evenwel een deuk in gekomen. De Verenigde Staten, die sinds het Brits-Amerikaans conflict (1812-1814) voor de laatste keer vijandige buitenlandse troepen op hun continent moesten dulden, ervaren nu dat de omringende oceanen hen niet beschermen tegen acties van buitenlandse vijanden. Om het vertrouwen onder de bevolking te herstellen, was het dan ook nodig om tijdig het gevoel van onkwetsbaarheid en onoverwinnelijkheid te herstellen. Het antwoord: een grootschalige militaire strafexpeditie tegen Afghanistan. Tegelijk werd voor de zoveelste keer, om het plaatje te vervolledigen, beroep gedaan op zwart-wit stereotyperingen van het 'goede' tegen het 'kwade'. Een klassiek scenario. Gemeenschappelijke identiteitIn zeker opzicht kwamen de aanslagen van 11 september als een geschenk uit de hemel, zo merkte de bekende Amerikaanse linguïst Noam Chomsky onlangs op. De eerste maanden van zijn presidentschap zat George Bush (o.a. zijn krappe meerderheid) in een vrij zwakke positie. Op binnenlands vlak zal hij nu veel gemakkelijker een aantal moeilijke dossiers door het parlement gesluisd krijgen. Op militair vlak zal zijn Defensieminister Rumsfeld, die voor het fiscale jaar 2003 een defensiebudget van maar liefst 347 miljard dollar naar voren schoof - een stijging met 7 procent t.o.v. 2002 -, wellicht zonder problemen zijn verlangens vervuld zien. Dat geldt ook voor het overboord gooien van het ABM-verdrag. Bovenal heeft de hele affaire ervoor gezorgd dat er amper nog een spoor van onenigheid te bespeuren valt tussen de Europese landen en de VS. Meer nog, Duitsland en Frankrijk staan te drummen om zich te profileren in een oorlog aan de zijde van de VS en de Britten. Het standpunt van de EU tijdens de Top van Gent (19 oktober 2001) laat geen twijfels bestaan over de transatlantische eensgezindheid. De EU-lidstaten "ondersteunen de genomen maatregelen en stemmen onvoorwaardelijk in met de acties, in het kader van de wettige zelfverdediging en in overeenstemming met het Charter van de Verenigde Naties en Resolutie 1368 van de Veiligheidsraad." (Noot 2) "We voelen ons allemaal Amerikanen," zo had de Belgische premier Verhofstadt kort na de aanslag al laten horen. Van de groeiende kritiek op het beleid van Bush is er sindsdien nog weinig te bespeuren. Zeggen de Amerikanen overigens niet tot vervelens toe: "Wie niet met ons is, is tegen ons"? Het is hier dat Huntington om de hoek komt kijken. Wat is er immers beter voor de eenheid van een land en, in Huntingtons filosofie, een beschaving, dan te beschikken over een gemeenschappelijke vijand: "Vijanden zijn van wezenlijk belang voor volkeren die op zoek zijn naar een identiteit en die hun etniciteit opnieuw uitvinden" (pag 16). Dat is een oud beproefd recept, Huntington verkondigt niets nieuws, maar zet het voor onze conservatieve elite allemaal nog eens op een rijtje. Religie"Landen hebben de neiging om zich aan te sluiten met een verwante cultuur en zich af te zetten tegen landen met wie ze geen culturele overeenkomsten hebben," aldus Huntington. (Noot 3) Berlusconi en zijn coalitiepartners horen het graag zeggen, want het verwoordt perfect de politiek die ze willen uitvoeren. Religie en een soort mythisch appèl aan 'westerse' waarden (wat die ook mogen zijn) spelen in die verbondenheid een belangrijke rol. In de Amerikaanse politiek is het alvast een normaal gegeven dat God een plaats hoort te hebben in het politieke spel en dat zie je tot op het dollarbiljet toe. Het appèl aan god en vaderland is een constante in nagenoeg elke toespraak van een Amerikaanse president: "Wij zijn het meest vrije land ter wereld, het edelmoedigste land ter wereld, het machtigste land ter wereld. En zo gaan wij voort, te samen, een rijzende natie, het vroegere en toekomstige mirakel dat nog altijd de hoop van deze wereld is. God zegene ons geliefde land!" aldus vader Bush in 1992. (Noot 4) Zoon Bush gaat nu op dezelfde toon verder: "Vrijheid en angst, gerechtigheid en gruwel, zijn altijd met elkaar in oorlog geweest en we weten dat God daar niet neutraal tegenover staat. In alles wat ons nog te wachten staat, moge God ons wijsheid schenken, en over de Verenigde Staten van Amerika waken".(Noot 5) Huntingtons ideologisch discours past als gegoten op het project van de conservatieve politieke elite in het Westen. Volgens Huntington moet het Westen terug herbronnen in de richting van oude waarden om te vermijden dat het een vlugge ondergang tegemoet gaat. "In de strijd der beschavingen zullen Europa en Amerika samen moeten werken als ze niet beide ten onder willen gaan" (pag 354). "Veel belangrijker dan de economie en de bevolkingsopbouw zijn de problemen van moreel verval, culturele zelfmoord en politieke onenigheid tussen de westerse landen." De toekomstige levenskracht van het Westen en zijn invloed op andere samenlevingen hangt in belangrijke mate af van het te lijf gaan van deze trends (Huntington noemt o.a. druggebruik, echtscheidingen, onwettige kinderen, eenoudergezinnen, de verzwakking van het arbeidsethos, een verminderde toewijding aan het onderwijs; noot van redactie), die uiteraard debet zijn aan de claims van morele superioriteit door moslims en Aziaten" (pag 354-355 - Huntington heeft bij deze laatste groep vooral China op het oog). Gemeenschappelijke dreigingVlak na de aanslag hebben we tal van uitspraken moeten aanhoren over de dreigingen waaraan de westerse beschaving bloot staat en dus ook de noodzaak om die te verdedigen. Bondskanselier Schröder sprak over een "oorlogsverklaring aan de beschaafde wereld",(Noot 6) m.a.w. er is ook een niet-beschaafde wereld. Vraag is alleen wie valt daar onder? Ook Guy Verhofstadt maakte daags nadien in zijn toespraak voor het Europees Parlement een referentie aan de dreiging waaraan "onze democratie" bloot zou staan: "Want laat ons hierover geen twijfel bestaan, naast de Verenigde Staten en haar inwoners is het de Democratie zelf die wordt geviseerd. De Democratie en haar waarden van vrijheid, verdraagzaamheid en humanisme, die precies het tegendeel zijn van een blind en barbaars terrorisme".(Noot 7) Het appèl aan waarden is een modeverschijnsel in crisis- of oorlogstijden. Plots komen de vrouwenonderdrukking en mensenrechtenschendingen door de Taliban in het voetlicht, terwijl daar eerder nauwelijks iemand wakker van lag. Diezelfde problemen in Saudi-Arabië krijgen om politieke redenen dan weer geen aandacht. Maar daar kan, afhankelijk van de geopolitieke context gauw verandering in komen zoals Saddam Hoessein, maar ook Bin Laden aan de lijve hebben mogen ondervinden. Deze laatste is plots geen 'vrijheidstrijder' meer - uit de tijd dat hij geld en wapens ontving vanuit de VS in zijn strijd tegen het 'communisme' - maar een 'terrorist' van het ergste soort. Bin Laden zelf is nochtans al die tijd niet erg veel veranderd. Wel is hij zich tegen zijn broodheren gaan keren. Vorming van een vijandbeeldHet is vooral sinds de Golfoorlog dat het 'verfoeilijke islamitische fundamentalisme' onze mediakolommen begon te vullen en als dreiging nummer één wordt ervaren. Daarvoor was er uiteraard nog de Iraanse revolutie van 1979. Maar het is pas met de val van het IJzeren Gordijn dat die dreiging in geopolitiek opzicht een betekenis kreeg. De oude vijand, het communisme, was immers weggevallen. Huntington geeft daarvoor de ideologische input. "De islam en China belichamen grote culturele tradities die onderling enorm verschillen en die in hun eigen ogen oneindig superieur zijn aan de cultuur van het westen. De macht en de zelfverzekerdheid van beide beschavingen in relatie tot het westen nemen toe en de conflicten tussen hun waarden en belangen en die van het Westen worden steeds veelvuldiger en intenser." (pag 199) Huntington citeert vervolgens een aantal onderzoeken die de "bebloede grenzen van de islam" aantonen (pag 278 e.v.). "Drie verschillende onderzoeken komen derhalve tot dezelfde conclusie: in de vroege jaren negentig waren moslims bij meer gewelddadigheden betrokken dan niet-moslims dat waren. Tweederde tot driekwart van de oorlogen werden gevoerd tussen moslims en niet-moslims. De grenzen van de islam zijn bebloed, evenals zijn binnengebieden." Waarna Huntington het heeft over de "islamitische neiging om conflicten met geweld op te lossen. De oorlogszucht en de hang naar geweld van de islam in de tweede helft van de twintigste eeuw is een feit waar zowel moslims als niet moslims niet omheen kunnen". Huntington brengt het bij tijd en wijlen allemaal heel subtiel. Hij zegt evenwel amper iets over de mogelijk wortels van dat geweld. Met zijn reductionistische manier van redeneren verklaart hij veel vanuit het zogenaamde inherente karakter van de islam en dat op een selectieve manier: weinig of niets over de gevolgen van de koloniale en neokoloniale politiek van het Westen die grotendeels op oliebelangen is geënt, of over de manier waarop de staat Israël op Palestijns grondgebied is opgericht (waar dus veel geweld is uit voortgesproten), en de structurele economische ongelijkheid tussen Noord en Zuid, waarbij een belangrijk deel van de moslimlanden tot de laatste groep behoren. De wapens waarmee dan diezelfde moslims vechten zijn nagenoeg allemaal afkomstig van de belangrijkste lidstaten van de VN-Veiligheidsraad. De VS staan in voor het overgrote deel van de leveringen. Huntington erkent dat wel allemaal, maar hij belicht het niet voldoende. In essentie gaat hij uit van een zekere superioriteit van de westerse beschaving en de noodzaak om ook in de toekomst ervoor te zorgen dat politieke en economische macht in dat Westen behouden blijven. In zijn voorstel tot herschikking van de VN-Veiligheidsraad bijvoorbeeld reserveert Huntington weliswaar voor elke beschaving een permanent zitje, alleen het Westen zou recht hebben op twee zitjes. Huntington als alibiHuntington kent (bewust of onbewust) veel aanhangers in Washington. Of beter misschien, Huntingtons model is een goede reflectie van hoe er al langer in de wandelgangen van de conservatieve politieke en economische elite in het Westen gedacht wordt. Maar er is meer. Huntingtons manier van redeneren, die zoals gezegd misschien vooral een weergave is van een bestaand denken, eerder dan een louter nieuw model, schept ook en vooral een legitimatie voor een hele reeks meer verborgen agendapunten. In elk geval is het een aardige theorie om een aantal andere politieke doelstellingen te verwezenlijken. Destijds poogde Willy Claes, toen nog secretaris-generaal van de NAVO, na het wegvallen van het Warschaupact de legitimiteit van de NAVO te verantwoorden door op een toespraak van de jaarlijkse veiligheidsconferentie van de NAVO (München 4 en 5 februari 1995) te stellen dat het islamitische fundamentalisme de grootste bedreiging vormde voor de NAVO sinds de ineenstorting van het communisme in Oost-Europa. (Noot 8) Een nieuwe vijand was broodnodig. De wapenindustrie zag zich voor een enorme crisis geplaatst. De defensiebudgetten zakten naar een dieptepunt. Door de islam als nieuwe dreiging voor te stellen hoopte men de voldoende steun te verwerven om aan deze neerwaartse spiraal een einde te stellen en de NAVO verder als noodzakelijk voor te schotelen. Universeel messianismeOf het nu de indeling is die Huntington maakt, of de categorisering van staten als 'Schurkenstaten' enz. doet uiteindelijk weinig ter zake. De indeling van de wereld in beschavings- of geopolitieke cirkels gebeurt in de eerste plaats voor interne politieke belangen en daarvoor wordt volgens de directeur van de Europese Studies aan de ULB, Eric Remacle een "universeel Messianisme' bovengehaald. Door zich in te schrijven in een historische filosofie waar de democratie en mensenrechten niet langer meer het product zijn van een strijd tussen zwakken en sterken binnen maatschappijen, maar waar een idee wordt verkondigd die stelt dat staten a priori het goede incarneren, knoopt het Westen in de grond opnieuw aan met een universeel messianisme. Het Westen schijnt zich tegenwoordig in te schrijven in een concept waar het niet langer illegitiem is om voortaan rechter en partij te gelijk te zijn." (Noot 9)
- Interne repressie -
Op Terroristenjacht"De tijd van wachten is voorbij, iedereen zal nu iets moeten doen. Wie niet voor ons is, is tegen ons." Woorden die president Bush sprak op 11 november 2001, twee maanden na de aanslagen, op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Een nieuwe wereldorde is aangebroken, de vijand is het terrorisme, de vriend iedereen die dat bestrijdt. Wie die vijand is bepalen de VS. Momenteel zijn dat Osama Bin Laden en zijn Al Quaeda-netwerk, maar ook terroristen in Indonesië, de Filippijnen, en Jemen en de landen die ze ondersteunen, zoals bijvoorbeeld Syrië en Irak. Zij worden door de VS als doel in de nieuwe oorlog beschouwd. De contouren van die nieuwe oorlog tekenen zich langzaam maar zeker af. Naast de hete oorlog in Afghanistan staat een nieuwe koude oorlog voor de deur. Zo is in Groot-Brittannië de noodtoestand inmiddels afgekondigd, in Duitsland het systeem van Rasterfahndung ingezet, in Frankrijk de bevoegdheden van de politie uitgebreid en bereidt de Europese Commissie speciale terrorisme wetgeving voor. Ook in Nederland is er een fiks pakket maatregelen gepresenteerd om het terrorisme te bestrijden. De oorlog tegen het terrorismeNet als in de Koude Oorlog wordt de oorlog tegen het terrorisme een oorlog die zich over de hele wereld uitspreidt. 'Terroristen' kunnen immers overal zijn. Een groot deel van de antiterrorisme maatregelen zal neerkomen op binnenlandse repressie. Destijds tegen communisten, nu tegen moslims, migranten, vluchtelingen. De eerste contouren van die binnenlandse repressie worden zo'n twee maanden na de aanslagen steeds duidelijker. NederlandIn vergelijking met de rest van Europa lijkt de reactie in Nederland nog mee te vallen. Toch worden ook hier buitenlanders in de toekomst veel vaker gecontroleerd en geregistreerd. In het actieplan bestrijding terrorisme en veiligheid gaf de regering in 43 punten haar reactie. Europese definitie van terrorismeDe Europese Commissie bracht na 11 september in versneld tempo een voorstel naar buiten om in de EU eenzelfde definitie van terrorisme te gaan hanteren. Ook de strafmaat op terroristische delicten dient in de Unie afgestemd te worden. Het voorstel van de Europese Commissie zat al enige tijd in de pijplijn, nadat de Europese regeringsleiders tijdens de speciale Europese justitietop in Tampere, Finland, in oktober 1999 tot een gezamenlijke Europese definitie en strafmaat van terrorisme hadden besloten. EuropolBij Europol werd in allerijl de antiterrorisme-eenheid uitgebreid met 25 man. De Europese regeringsleiders vaardigden op 22 september de oekaze uit dat alle nationale criminele informatie op het gebied van terrorisme met Europol diende te worden uitgewisseld; iets dat daarvoor eigenlijk ook al moest, maar in praktijk nauwelijks gebeurde. Voor Nederland zijn de BVD en de KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) in het Europolteam vertegenwoordigd. ConclusieBovenstaande maatregelen vormen het begin van een periode waarin mensen- en burgerrechten het onderspit dreigen te delven in het kader van terreurbestrijding. Belangrijke vragen worden namelijk overgeslagen: wat is nu eigenlijk terrorisme, hoe sporen we terroristen dan wel op en hebben al die maatregelen eigenlijk wel zin? - Pakistan en India -
Musharraf of het zwarte scenarioNaarmate de oorlog in Afghanistan langer duurt, zal het de Pakistaanse militaire leider Musharraf meer moeite kosten overeind te blijven. Pakistan wil internationale bemiddeling als dank voor bewezen diensten, terwijl India erkenning zoekt van het terrorisme dat met Pakistaanse hulp in Kashmir opereert. Aan de bestandslijn in Kashmir is de betrekkelijke rust van het afgelopen jaar verdwenen. Terwijl Westerse politieke leiders de deur in Islamabad en New Delhi plat lopen, ruziën beide landen rustig verder. Een doemscenario ligt op de loer. Een analyse van de stand van zaken begin november. SpagaatDirect na de aanslagen in de Verenigde Staten zijn alle ogen gericht op Afghanistan. Osama bin Laden's Al-Qaeda netwerk en de Taleban zijn al snel hoofdverdachte respectievelijk medeplichtige. In de dagen erna stomen Amerikaanse troepen op naar de Arabische Zee en wordt een militair ingrijpen voorbereid. Ondertussen is duidelijk dat Pakistan een cruciale rol is toebedeeld. Het is buigen of barsten voor de zelfbenoemde president Musharraf. Niet dat hij erg veel keus heeft. Onder het mom wie niet voor ons is, is tegen ons, staat een weigering van Pakistan mee te werken met de door de VS geïnitieerde 'coalitie tegen het terrorisme', gelijk aan oorlog. Hoewel het iets makkelijker gaat in een land onder militair gezag, moet Musharraf opboksen tegen een publieke opinie die minder begrip heeft voor het toegeven aan de Amerikaanse druk. VerraadVeel Pakistanen zien de politieke wending als verraad aan Afghanistan en de Taleban. Religieuze en etnische banden versterken bestaande anti-Amerikaanse sentimenten, die naarmate de oorlog in Afghanistan langer duurt, Musharraf in een bijzonder lastig parket kunnen brengen. Demonstraties van militante moslimorganisaties lopen regelmatig uit op een veldslag met oproerpolitie en leger, waarbij verschillende doden vallen. Hoewel de impact van de protesten wordt gebagatelliseerd, vertolken ze een in brede kring gedeelde weerzin tegen de aanwezigheid van Amerikaanse legereenheden op Pakistaans grondgebied. De verzekering dat deze troepen niet met aanvalstaken zijn belast, is weinig geloofwaardig. Veel Pakistanen herinneren zich nog goed hoe het de vorige keer ging, (eind jaren '80) toen de Amerikanen Pakistan als frontlijnstaat lieten barsten nadat de Sovjets uit Afghanistan waren vertrokken. Naast een enorm vluchtelingenprobleem en een in chaos verkerend buurland. Veel Pakistanen voelen er niets voor nu weer als achtertuin voor Amerika's buitenlandse politiek te worden gebruikt. Geheime dienstMinstens zo alarmerend zijn de geruchten dat generaal Musharraf de grootste moeite heeft het leger onder controle te houden. Hoewel hij sinds de staatsgreep van oktober 1999 al bezig is met een schoonmaakoperatie op strategische posities binnen het militaire en nucleaire establishment, is het opvallend dat een aantal kopstukken kort na de aanslagen het veld moeten ruimen. Een van hen is luitenant-generaal Mahmood Ahmad, de chef van de Inter-Services Intelligence (ISI), Pakistans geheime dienst. De ISI heeft een reputatie als het gaat om inmenging in binnenlandse aangelegenheden en de beïnvloeding van het buitenlands beleid. Zowel in Afghanistan als Kashmir is de ISI een machtsfactor van betekenis. De dienst geldt niet voor niets als een staat binnen de staat. Wapenembargo'sDe weinige lichtpuntjes in deze turbulente tijden voor Musharraf zijn de cadeautjes die hij krijgt als dank voor zijn medewerking. Amerikanen en Britten schelden een deel van de schulden kwijt en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) komt met economische steunmaatregelen. De Europese Unie draagt ook een steentje bij en slecht handelsbarrières voor de Pakistaanse textielindustrie. Vijftig dagen na de aanslagen in de VS zijn de beurskoersen in Karachi met zeventien procent gestegen. Weinig andere effectenbeurzen zullen dat na kunnen zeggen. Cynischer is het gemak waarmee de Amerikanen een jaren oud wapenembargo tegen India en Pakistan aan de kant schuiven. Ooit ingesteld als straf voor beider kernwapenprogramma, kunnen de sancties een paar week na de aanslagen de prullenbak in. Een ander deel van de militaire sancties tegen Pakistan dateren van 1999 vanwege Musharrafs militaire coup. Als dank voor Pakistans hulp aan de Amerikanen worden nu in een handomdraai kernwapenstatus en dictatuur erkend. TerrorismeOndertussen is India, net als Israël, er na 11 september als de kippen bij om de wereld erop te wijzen hoe zij al jaren gebukt gaan onder terrorisme. India's onderminister van Buitenlandse Zaken laat voor CNN weten dat hij, als de Amerikanen toch gaan beginnen in Afghanistan, ook nog wel een paar terroristische trainingskampen in Pakistan kent. In een televisietoespraak waarschuwt Musharraf India geen misbruik te maken van de situatie. Met het verstrijken van de tijd moet India met lede ogen toezien hoe Pakistan voor de Westerse wereld even een belangrijker partner is. India ontvangt weliswaar aan de lopende band premiers en ministers uit de VS en de EU, maar die komen vooral voor Pakistan. Voor de vorm doen ze daarbij ook Delhi even aan. Niettemin laat de regering Vajpayee geen gelegenheid onbenut om zijn gasten ervan te overtuigen dat het separatistisch geweld in Kashmir ook terrorisme is. De duidelijkste steun krijgt India van de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken, Schilly. In een gezamenlijke verklaring laat hij weten dat "beide landen erkennen dat de situatie in Jammu en Kashmir niet buiten de internationale strijd tegen het terrorisme kan worden gehouden." Collega Advani van de BJP had daags ervoor al laten weten hoe hij dat voor zich zag. Amerika's aanvallen op trainingskampen in Afghanistan hebben laten zien dat het bestrijden van terrorisme buiten de landsgrenzen nu als legitiem wordt gezien binnen de internationale gemeenschap, aldus Advani. DoemscenarioVooral Pakistan gaat spannende maanden tegemoet. Mocht Musharraf zich staande weten te houden zal hij waarschijnlijk een extra reden zien de terugkeer naar een democratisch Pakistan nog even uit te stellen. Hij heeft dan immers het land door een moeilijke periode weten te loodsen en ervoor gezorgd internationaal weer mee te tellen. Blijft Musharraf niet in het zadel dreigt een zwart scenario. Een eventuele greep naar de macht door minder gematigde krachten zal niet zonder bloedvergieten plaatsvinden en behalve voor Pakistan, ook voor India grote gevolgen hebben. Want wat gebeurt er vervolgens met Pakistans kernwapenarsenaal? Sommige Amerikaanse generaals lijken dit ook te beseffen. Tegen de Washington Post zegt een van hen: "Onze acties laten tot dusverre alleen korte termijn denken zien." India's minister van defensie Fernandes (weer terug op zijn oude post, na eerder te zijn afgetreden vanwege het Tehelka steekpenningenschandaal rond de aankoop van wapens) verwoordt het als volgt: "Ieder uiteenvallen van Pakistan zal de stabiliteit van het subcontinent in gevaar brengen, met consequenties die de verbeelding tarten." Het is te hopen dat dergelijk collateral damage in 'onze' oorlog tegen het terrorisme uitblijft. - oorlog en economie -
De oorlog tegen Afghanistan en de Amerikaanse economieBin Laden en het Internationale Terrorisme heten de vijanden te zijn die de Verenigde Staten met hun aanvallen op Afghanistan bestrijden. Maar deze oorlog komt hen economisch niet slecht uit. Volgens Peter Custers is dat geen toeval. In dit artikel behandel ik het verband tussen de oorlog tegen Afghanistan en de toestand van de Amerikaanse economie. Al is de suggestie onjuist dat deze oorlog uitsluitend door economische motieven ingegeven zou zijn, toch moeten we het verband onderkennen tussen enerzijds de moorddadige bombardementen op Afghanistan en anderzijds de economische prioriteiten van de Bush-administratie. Ik wil een vergelijking maken tussen de toestand van de Amerikaanse economie op dit moment, dat wil zeggen in het eerste jaar van het presidentschap van George Bush junior, en die aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog, in 1991, toen George Bush senior president was. Ik zal laten zien dat zowel de Tweede Golfoorlog als de oorlog tegen Afghanistan in een concrete behoefte voorzien. Beide dienen de economische doelen van de zittende regering. Deze doelen worden deels gecamoufleerd door psychologische oorlogvoering van Amerikaanse autoriteiten. Maar ze worden zichtbaar voor wie naar eerdere ervaringen kijkt, met name door de cijfers over de Amerikaanse wapenproductie en -export over de laatste tientallen jaren te vergelijken en door het patroon van het overheidshandelen gedurende opeenvolgende conjunctuurgolven te analyseren. Dergelijke vergelijkingen laten zien, dat de VS er niet in geslaagd zijn een civiele economie te ontwikkelen en nu, na een halfhartige poging daartoe in het tijdvak van de globalisering, terug is op het punt waar ze tien jaar geleden was. Recessie en de Golfoorlog van 1991Ik wil om te beginnen kijken naar de toestand aan de vooravond van de oorlog tegen Irak (1991). Net als nu dreigde de VS in een stevige recessie te raken. In het grootste deel van de jaren tachtig was de militaire sector door de regering Reagan bewust gebruikt als aanjager, als hefboom om de conjunctuur te stimuleren. Met reusachtige orders voor de wapenindustrie, en met andere militaire uitgaven, zorgde de regering er niet alleen voor dat bedrijven in de militaire sector vette winsten konden boeken, maar steunde ook de activiteiten van toeleveranciers en van bedrijven in de civiele sector van de economie. Met andere woorden: het proces van maatschappelijke accumulatie hing in de VS in een beangstigende mate af van de wapenproductie. En dat gold in zekere zin ook voor de wereldeconomie, omdat de VS haar economische politiek er op afstemde om grote hoeveelheden buitenlands kapitaal aan te trekken om daarmee de begrotingstekorten van de regering te financieren. militaire sector opnieuw aanjagerDe toestand aan de vooravond van de oorlog met Afghanistan - een van de armste landen ter wereld - lijkt in sommige opzichten op die in 1990/91. Zoals aangegeven koerste de Amerikaanse economie eerder dit jaar op een recessie af. Dit werd onder andere duidelijk uit de ontwikkeling van de aandelenkoersen op de Newyorkse effectenbeurs. Volgens Frederic Clairmont bijvoorbeeld, een progressieve econoom die in mei een alarmerend artikel publiceerde over de Amerikaanse schuldeneconomie, had de Nasdaq, de index voor bedrijven in de informaticasector, in veertien maanden - sinds maart 2000 - 65 procent van zijn waarde verloren. De schuldenlast van Amerikaanse bedrijven en huishoudens had, zoals in de jaren tachtig, een dramatische hoogte bereikt. Daarom voorzag Clairmont dat de periode van euforische groei op zijn eind liep en het regeringsbeleid aangepast zou moeten worden. Volgens hem stonden de Verenigde Staten voor de ernstigste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog (noot 2).
Brief uit New York en BostonBeste mensen,De reis hadden we al in het voorjaar geboekt: in oktober vrienden bezoeken in New York en Boston en natuurlijk deze steden bekijken. Nadat de eerste schok van de aanslagen in de Verenigde Staten verwerkt was, rees de vraag: kunnen we er nog wel heen? We zijn gegaan. We wilden immers onze vrienden bezoeken en zij zouden het jammer vinden als we niet kwamen. Vanuit het vliegtuigraampje wierpen we de eerste blikken op de skyline van Manhattan. Een indrukwekkend gezicht, maar voor je reisgenoten wil je verbergen dat je kijkt. Een bezoek aan een stad als New York is de moeite waard en spijt hebben we geenszins aan ons bezoek. We voelden ons zelfs wat trots: doordat er minder toeristen en zakenlieden naar New York kwamen, liepen veel restaurants, winkels etc. erg slecht. De drukke New Yorkse straten uit films hebben we niet gezien. Hoe zuidelijker op Manhattan, hoe leger. Burgemeester Giuliani had dan ook opgeroepen om vooral wel naar New York te komen. Een groep van zo'n duizend mensen uit de staat Oregon had meteen een grote reis georganiseerd. Her en der in de stad liepen groepjes toeristen rond met buttons 'Oregon Loves New York'. En ook aan ons kon New York verdienen. De stad stonk onbeschrijfelijk. De ruïnes brandden nog steeds. Soms daalde zelfs tot in Central Park asdeeltjes neer. De windrichting bepaalde of je graag buiten kwam. Overal in de stad stonden houten borden waarop mensen hun noodkreten konden uiten. Als New Yorkers al over de aanslagen praten, dan is het 'the 11th', 'you know, errr', waarbij oogcontact wordt vermeden en een opmerking wordt toegevoegd over de ernst van de aanslagen. Verder gaat het gewone leven door. Mensen joggen in het park, nemen de metro naar het werk en kopen een krant bij de kiosk. De kranten gaven een beeld dat te verwachten viel. Vrijwel alle pagina's waren gevuld met verhalen over overledenen. Totdat de VS Afghanistan aanviel. De New York Times meldde beleefd op de voorpagina dat de aanvallen waren begonnen. Andere kranten verkozen grote koppen 'TALIBAM!' en 'KABUM!'. Na New York naar Boston. Blij om uit New York weg te zijn. Het wordt makkelijker de gebeurtenissen in perspectief te zien. In een column in de Bostonse versie van het gratis krantje Metro levert iemand kritiek op de Amerikaanse cultuur die alles emotioneel opblaast: mensen die huilend voor de televisiecamera over de aanslagen vertellen, terwijl ze ze niet hebben gezien, er niemand kennen en er zelf geen gevolgen van ondervinden. Ook de media zelf beginnen te twijfelen aan hun houding en realiseren zich dat de toon van de berichtgeving wellicht wat buiten proportie is. Zo sprak men de eerste dagen na de eerste Antrax-brieven van 'Antrax Attacks', enkele dagen later van 'Antrax Threat' en uiteindelijk van 'Antrax Scare'. Overigens bleken ook de VS diverse poedermalloten te kennen. Maar ook in Boston worden de aanslagen nooit bij naam genoemd en met onzekere stem meldt een vriend die ons rondleidt dat de terroristen hebben geslapen in het hotel waar we net langs lopen. Alsof je dat niet mag weten. En plots daagt het me: iedereen lijkt zich te willen verontschuldigen, verantwoorden, zich te schamen gezond en wel zo dichtbij de ellende te zijn.
SPEKTAKELEen van de belangrijke en doorslaggevende bezwaren tegen het militaire apparaat is de oncontroleerbaarheid ervan. De mate van geheimhouding, die er vanzelfsprekend bij hoort, bereikt vooral binnen de militaire inlichtingendiensten grote hoogten. Daardoor wordt er over doel en aard van militaire acties heel wat gelogen. Bovendien kunnen belangengroepen zoals de wapenindustrie ongemerkt grote invloed uitoefenen op de besluitvorming.Bij de huidige militaire reactie van de VS op de schandelijke aanslagen van 11 september komt dan ook de vraag op of de werkelijke motieven niet heel andere zijn. Te denken valt aan het in de praktijk beproeven van nieuwe wapens. En inderdaad: het nieuwe robotvliegtuig Golden Hawk (met verfijnde waarnemingsapparatuur) wordt hier voor het eerst gebruikt. Een andere serieuze verklaring is het belang van de Amerikaanse energiepolitiek, dat de noodzaak van een oliepijpleiding door Afghanistan inhoudt. Daarvoor is het nodig dat er een pro-Amerikaans bewind in Kaboel aan de macht komt. Een ander essentieel bezwaar tegen de krijgsmacht is dat deze niet bepaald een uitstraling van tolerantie, menselijkheid en democratie heeft. Anders gezegd: de autoritaire, hiërarchische structuur en de op geweldsgeloof gebaseerde praktijk werken verruwend en ontmenselijkend. Ook op dit gebied valt er in de context van de huidige oorlog heel wat te melden. Om te beginnen heeft de CIA meer bevoegdheden gekregen, waaronder het plegen van moorden (een bevoegdheid die vijfentwintig jaar geleden werd afgeschaft). Verder is er besloten om een Amerikaans militair tribunaal in te stellen dat van terrorisme verdachte buitenlanders gaat berechten. Daarbij zal het proces niet openbaar zijn, het vereiste bewijs zwak mogen zijn en hoger beroep ontbreken. En dan de ongeveer duizend in Amerika gearresteerde verdachten. Van vele kanten en met grote steun van de publieke opinie wordt bepleit dat de zwijgers onder hen gemarteld mogen worden. Dit alles maakt de bewering dat de aanslagen van 11 september gericht waren tegen de Westerse beschaving tot een ongehoorde brutaliteit.
WapenhandelSamenstelling: Frank Slijper Winnaars van de nieuwe oorlog De meest cynische beleidswijziging komt echter uit Europa en is het zoveelste voorbeeld van een falend Europees wapenexportbeleid. Op 5 november heeft de Cultuurraad (!) van de Europese Unie, op initiatief van het Verenigd Koninkrijk unaniem besloten het algehele EU-wapenembargo tegen Afghanistan op te heffen en om te zetten in een embargo tegen de Taliban alleen. Gezien het feit dat de verandering daar niet eens op de agenda stond en daartoe zonder enige discussie door de cultuurministers is besloten, doet vermoeden dat, om teveel commotie te vermijden, deze achterdeur is gebruikt. Op verzoek van de Zweedse Groenen wordt een onderzoek naar de gang van zaken ingesteld. Werken aan vrede
Weet u meer initiatieven? Heeft u een goed idee? Meld het via 040-2910295 of via omslag@omslag.nl |